Column Nico Dijkshoorn

Met één zin wildvreemde mensen binnen een seconde veranderen in een levend organisme: Aretha doet het

Aretha Franklin is ernstig ziek. Of we willen bidden. Ik geloof in geen enkele God, maar nu ga ik het toch proberen. Aretha sprak tot mij wanneer ik, in een half verlichte kamer, dacht: ‘Zal ik dan in godsnaam maar dierenarts worden? ‘Niet doen jongen, dat is niets voor jou.’

Ze zei het anders, maar het kwam wel binnen. Typisch Aretha. Als je haar een recept voor voetschimmel laat zingen zit je binnen enkele seconden met tranen in de ogen. Ja, ze heeft gelijk. Voetschimmel is eigenlijk iets prachtigs. Dat is een gave; lelijkheid omtoveren in een traan. Heel veel mensen kunnen het omgekeerde. Ik noem geen namen.

Ik hoor Aretha nu al bijna tien jaar lang, precies om 5 voor 7 op woensdagavond, de volgende tekst zingen: ‘Oh, one of these mornings the chain is gonna break, But up until the day, I’m gonna take all I can take, oh babe.’ En dat doe ik dan ook maar.

Bij DWDD wordt, zo lang ik mij kan heugen, vlak voor de uitzending keihard Aretha Franklin op het studiopubliek losgelaten. En iedere keer zie ik het gebeuren: twee oude mensen, recht tegenover mij (allebei naar de studio gekomen in hetzelfde windjack, wachtend op het goede moment om met Matthijs op de foto te gaan) veranderen terstond in een verliefd stelletje. Door Aretha.

Ik heb stramme botten knisperend in beweging zien komen, de kalk van knieschijven horen knappen. In al die jaren heb ik nog nooit iemand níét zien
bewegen op Chain of Fools van Aretha Franklin. Het is voor mij een ijkpunt in de week geworden. Alle andere dagen mag ik zeiken, zeuren en trappen wat ik wil, maar woensdagavond, vijf voor zeven, aanschouw ik het wonder: ik zie hoe
Aretha moeiteloos nieuw, bruisend bloed door lichamen laat stromen.

Dat ontroert mij iedere week weer. Al die lieve mensen, VARA-leden vaak, maar wat maakt het uit. Ze weten nog van niets. Ik weet wat er gaat komen en ik kijk naar ze. Een man vlak voor mij – ik kijk hem boven op zijn hoofd – zoekt in zijn zak voor de veertiende keer naar zijn parkeerkaart. Hij knikt naar zijn vrouw: zit er nog. Zijn vrouw wijst naar de tafel midden in de studio. Daar zit Jan Mulder. Ik hoor wat de vrouw zegt: in het echt lijkt hij ook op Jan Mulder.

En dan opeens, vanuit het niets, die prachtige valse gitaar-intro, kletterende drums, een koortje (‘Chain, chain, chain, chain of foooools’) en dan Aretha die zonder kloppen dwars door de deur naar binnen dendert: ‘For five long years, I thought you were my man.’

Wat een verdrietige zin. Vijf jaar lang! En hij ondertussen maar op Crazy Betty van de overkant liggen en Aretha thuis met de aardappels op het vuur. Maar ze horen het niet in de studio. Altijd, werkelijk áltijd, beginnen alle mensen zittend te bewegen. Cameramensen knikken ritmisch mee, muzikanten op het podium doen een gek voetendansje, Matthijs doet iets met zijn vingers op tafel en ik dans met mijn handen.

Met één zin, week in week uit, jaar in jaar uit, een studio vol met wildvreemde mensen binnen een seconde veranderen in een liefdevol, levend organisme:
 Aretha doet het. Ik geloof in God en zij is stervende. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.