column peter middendorp

Met de vingertopjes over de sloot

Ze vroegen of ik mezelf in deze eerste bijdrage even aan de lezer wilde voorstellen, maar dat is net zoiets als een legeraanvoerder vragen de avond voor de slag zijn strategie aan de vijand door te bellen. We komen morgen over rechts. Voor jullie links inderdaad.

De eerste keer dat ik een column las, zat ik net een paar weken op de universiteit. Ik was daar niet met de hakken over de sloot op terechtgekomen, eerlijk gezegd hadden alleen de vingertopjes de overkant gehaald. De bal nog onder de arm, na Pietje Bell geen boek meer gelezen. Van basiskennis had ik nog nooit gehoord.

Ik keek om me heen. Bestond dit? Bestond dit echt? Betekende dit dat je de hele krant kon overslaan en gelijk naar de onzin mocht, de grapjes? Bestond er ook comic relief voor mensen die zich niet hadden ingespannen? Waarom wist ik dat niet? Waarom had niemand mij dat verteld? Hadden ze het soms voor mij verborgen gehouden?

Het was niet zo dat ik zonder kranten of boeken ben opgegroeid. Integendeel. Zo hadden onze buren bijvoorbeeld een boekwinkel. Ik was er kind aan huis, liep er in en uit, elke dag, zonder ooit de boeken op te merken, anders dan dat het spullen waren. Van een winkel, die je verkocht aan klanten. Net als bij ons, al hadden wij dan een Blokker.

En later, toen we naar de overkant van de straat waren verhuisd, ben ik pal naast een bibliotheek verder opgegroeid, die tijdens mijn puberjaren uit de grond werd gestampt, en die tijdens de aanbouw dan ook een of twee of drie keer, met behulp van brandbare stoffen uit de keten en de opslag op de bouwplaats, in de fik gestoken is.

Ik ben niet trots op mezelf, of op de kleurenfoto’s uit De Drentse Courant. Ik wil alleen zeggen hoe groot mijn afstand tot het woord was toen ik een beroepskeuze maakte, hoe lang de weg die ik sindsdien heb afgelegd; er stond altijd tegenwind.

‘Bibliotheek in de fik’ is trouwens wat groot gezegd. Interpretatie van omwonenden uit de seniorenflats, bij wie plotseling vlammen voor de ramen stonden – tot aan de derde verdieping waren ze uit de brandende vuilniscontainer opgeslagen, die naast de bibliotheek had gestaan.

Mijn vriendin is Duits, onze dochter van zeven ook, voor de helft. Papa, zegt ze bij het ontbijt, hoeveel boeken heb jij geschreven? Ik noem een getal, 8, of was het 9? O, wauw! roept ze uit. En, na een korte stilte, wat weinig!

Ze weet wat ze wil. In de bibliotheek rent ze als een hondje voor me uit om even verderop met rechte arm naar de boeken van Roald Dahl te wijzen. Dan denk ik nog weleens aan hoezeer ik in mijn jeugd was omringd door alles waar ik zo’n gebrek aan had. Ik hoefde mijn hand maar uit te strekken.

Red een mens en je redt de hele mensheid, zeggen ze weleens. Geef een kind een boek uit de collectie en je redt de hele bibliotheek. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.