Sander Donkers in 150 woorden

Met de kont in het zand en de blik op het water was het niet moeilijk om ons daar te zien

Toen ik wakker werd, wist ik niet dat ik de trein naar de Kennemerduinen zou pakken. Op het station van Overveen dacht ik niet aan de plek waar we destijds de as van Tante Jo illegaal hadden verstrooid, maar toen ik even later toch uitkwam bij die kronkelige struik op de duin bij het meertje, was het ook weer geen toeval.

Met de kont in het zand en de blik op het water was het niet moeilijk om ons daar te zien, mijn bejaarde oudtante en mijn jonge ik, als een luchtbel in de tijd. Haar eeltige vingers kroelend door mijn haar, haar harde scheten die we veinsden niet te horen, de overdaad aan cakejes en onvoorwaardelijke liefde, die zwaarder werd als het afscheid naderde en zij, een leven lang alleenstaand, het gemis voorvoelde.

Soms lijken herinneringen hun best te doen je te ontglippen. Daarom zijn er struiken, en onzichtbare handen die je er naartoe duwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden