COLUMNFrank Kalshoven

Met de argumentatie om de staatsschuld over komende generaties uit te smeren is nog van alles mis

‘Schuld over generaties uitsmeren.’ Onder deze kop, en variaties erop, deden de kranten deze week verslag van een bijeenkomst in de Kamer waar de president van De Nederlandsche Bank (DNB, Klaas Knot) en de directeur van het Centraal Planbureau (CPB, Pieter Hasekamp) hun mening gaven over hoe de politiek moet omgaan met de snel oplopende staatsschuld. ‘Kalmpjes aan’ is hun advies. Niet te snel als een malle gaan bezuinigen.

De conclusie onderschrijf ik van harte; de schatkist moet dit en volgend jaar worden gebruikt om de economie te beschermen tegen de gevolgen van corona. Maar met de argumentatie om de schuld over komende generaties uit te smeren is nog van alles mis. Laten we kijken.

‘Corona is het type schok dat één keer in de honderd jaar gebeurt’, zei Knot in de Kamer. Hier gaat de suggestie van uit dat de schuld die vanwege corona wordt aangegaan over honderd jaar, over meerdere generaties dus, kan worden terugbetaald.

Dit is om meerdere redenen een slap argument. Wie het Nationaal Veiligheidsprofiel uit 2016 openslaat, de inventarisatie van alle risico’s waaraan Nederland blootstaat, leest hierin ten eerste dat het ‘waarschijnlijk’ is dat zich binnen vijf jaar een ‘ernstige grieppandemie’ voordoet, waarbij het dodental twaalfduizend is. Mijn punt is: alleen al de kans op een ernstige grieppandemie is veel groter dan eens in de honderd jaar.

Daarnaast zijn er nog heel wat andere risico’s waarvan het effect op de samenleving door de experts die het Veiligheidsprofiel opstelden worden ingeschat als ‘zeer ernstig’ of zelfs ‘catastrofaal’. Dat veiligheidsprofiel is geen vrolijke lectuur. Het argument ‘eens in de honderd jaar’ getuigt dus vooral van een gebrekkig zicht op de risico’s die een land zoal bedreigen.

Het tweede argument, ingebracht door Pieter Hasekamp, is dat de staatsschuld door corona oploopt tot 75 procent van het nationaal inkomen en dat Nederland ‘dit soort schuldniveaus aankan’. Zo’n schuld ligt namelijk nog altijd onder het niveau dat wordt gezien als problematisch, en ligt onder het Europese gemiddelde.

Ook dit argument overtuigt allerminst, vooral omdat Knot en Hasekamp net hadden uitgelegd dat de Nederlandse overheid in coronatijd zo ruim de portemonnee kan trekken omdat het schuldniveau na de vorige crisis ten koste van zware bezuinigen, en nog zwaardere lastenverzwaringen voor huishoudens, was teruggebracht tot onder de 50 procent. Er was een buffer opgebouwd, en die buffer wordt ingezet. Maar als er geen buffer is, kan die bij een volgende gelegenheid (zie ook hierboven) dus ook niet worden ingezet. Vraag maar aan de Italianen wat er dan gebeurt.

Het derde argument, van Knot, is dat de oorzaak van deze staatsschuldpiek van buiten de economie komt, en dat je ‘er geen beleidsfouten voor kunt aanwijzen als oorzaak’.

Dit is pure malligheid. Alsof het bij het terugdringen van de staatsschuld gaat om het schrijven van strafregels: ‘Ik mag geen beleidsfouten maken.’ Nee, de oorzaak van een staatsschuld doet er niet toe; het gaat om het beste beleid nu en in de toekomst.

De intuïtie dat de overheid niet simpelweg vanaf 2022 een nieuwe ronde lastenverzwaringen en bezuinigingen moet afkondigen, deel ik. Maar voor verstandig beleid is intuïtie niet genoeg. Daar hoort een strak beargumenteerd verhaal bij. Knot en Hasekamp hebben huiswerk.

Hiermee eindig ik de coronomieserie. Als ik terugkom van vakantie, doen we weer normaal.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek? Reageren? Antwoord laat dus even op zich wachten, maar mail gerust naar: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden