Opinie hoge cultuur

Met anticulturele toon schaadt de VVD ons land

Politici die macht proberen te krijgen door te trappen op cultuur zijn wegbereiders van de barbarij, betoogt Yoeri Albrecht, directeur van debatcentrum De Balie in Amsterdam.

Opnames van de voorstelling ‘New Classics’ door Het Nationale Ballet in de Hermitage, Amsterdam. Beeld ANP

Afgeven op cultuur omdat het stemmen trekt. Sinds Halbe Zijlstra met zichtbaar genoegen het Nederlandse cultuurlandschap kaalsloeg, is het tot de huisstijl van de VVD gaan behoren. Ook Tweede Kamerlid voor de VVD Thierry Aartsen (media- en cultuurwoordvoerder) deed hier weer gretig aan mee.

Een partij die willens en wetens bij de kiezer in het gevlei wil komen door af te geven op de Nederlandse cultuur berokkent Nederland grote schade. Dat de VVD voor een retoriek kiest die doet denken aan de beruchte uitspraak van Hitlers hofleverancier van toneelstukken, Hanns Johst, ‘Wenn ich Kultur höre... entsichere ich meinen Browning’ (‘Als ik het woord cultuur hoor, grijp ik naar mijn pistool’) is zorgelijk. Politici die macht en stemmen proberen te krijgen door te trappen op cultuur zijn wegbereiders van de barbarij, vijanden van het beschavingsideaal.

Begripsverwarring

Afgezien van de dubieuze morele gronden om voor een anticulturele toon te kiezen, lijdt het Kamerlid Aartsen ook aan begripsverwarring. Hij wil populaire cultuur zoals carnaval, bloemencorso en fanfares geld geven omdat die populair zijn. Als populariteit reden voor subsidie wordt, zouden we ook in de publieke buidel moeten tasten voor Netflix en Facebook. Natuurlijk is populaire cultuur ook cultuur. Die bedruipt zich echter zelf en kan dus zonder subsidie.

Maar als Thierry Aartsen zo graag zijn hobby’s als carnaval ondersteund ziet, kan hij beter pleiten voor het ­terugdraaien van de bezuinigingen van de afgelopen jaren op muziekonderwijs en buurthuizen. Dat zijn namelijk de kweekvijvers en thuishonken van inderdaad waardevolle lokale tradities als vendelzwaaien en fanfare. Maar zelfs aan een recent vrijwel Kamerbreed gesteunde motie die vroeg om verlichting van de ozb-belasting op clubhuizen voor amateurverenigingen en buurthuizen, wilde de VVD geen steun geven. Tot zover dus de warme betrokkenheid bij de lokale cultuur.

Ook het Meertens Instituut, het KNAW-onderzoeksinstituut voor Nederlandse taal en cultuur dat zich bezig houdt met de studie van immaterieel Nederlands erfgoed (onder andere tradities en gewoontes zoals carnaval), heeft nooit mogen rekenen op de aandacht van de VVD.

Excuus voor verdere bezuinigingen

Zou de VVD eigenlijk wel om die lokale cultuur geven, zoals ze beweert, of is deze oprisping van liefde voor sociaal erfgoed alleen maar een excuus voor verder bezuinigen op de cultuurbegroting?

Nog naargeestiger wordt het namelijk als duidelijk wordt waar de nieuwe gulheid van Aartsen voor lokale tradities en vertier van betaald moet gaan worden. Namelijk uit kortingen op de door Zijlstra reeds tot op het bot uitgeklede kunstbegroting.

Aartsen wil de Nederlandse cultuurinstellingen van wereldniveau graag nog verder korten. Daarbij wordt hij kwalijk genoeg niet gehinderd door enige kennis van de feiten.

Met zijn voorstellen doet Aartsen niet alleen een geniepige poging ‘volkscultuur’ en ‘hoge cultuur’ tegen elkaar uit te spelen, maar richt hij ook schade aan. Ten eerste morele schade. Het steunen van onze nationale cultuur heeft een ethische grond. Het is een teken van beschaving om cultuur te laten bloeien. Ook omdat kunst en cultuur ons waarden kunnen aanleren, ons kunnen voorzien van zingeving en de mens verheffen. Het creatieve in de mens is dat wat raakt aan het transcendente. Het steunen van cultuur is investeren in empathie en in het ervaren van geluk.

Financiële schade

Ten tweede economische schade. Nederland heeft ondanks decennia van een zogenaamd topsectorenbeleid niet zo heel veel topsectoren binnen de landsgrenzen. Doorgeslagen marktdenken heeft ertoe geleid dat nationale industriële parels uit luchtvaart en scheepsbouw niet zijn behouden.

Maar ballet, opera, theater en orkesten doen wel degelijk mee in de lijstjes van de wereldtop. Dat is goed voor ons land. Niet alleen is ergens in excelleren belangrijk voor grote groepen van de bevolking (denk aan het belang dat wij collectief hechten aan topsport), maar het levert ook geld op. Kennelijk boeit dat Thierry Aartsen niet. Bij de vestigingskeuze van internationale bedrijven zijn bereikbaarheid (Schiphol) en topcultuur (Concertgebouw en Concertgebouworkest) de nummer één en twee van de doorslaggevende redenen.

In de toekomst van de wereldeconomie is weinig zeker, maar wel heel zeker is het dat het toerisme zal blijven toenemen. In China en India begint de pijlsnel groeiende middenklasse net aan het ontdekken van toeristische bestemmingen. De besteding van geld in de vakantie wordt een van de grootste takken van de wereldeconomie. Van die groei heeft ook Nederland een deel nodig. Het is wijs om in te zetten op dat deel van het toerisme dat zich gedraagt en graag naar opera en museum gaat. Anders gaan we hier aan de hossende en feestvierende massa ten onder.

Zonder excellente cultuur zijn we overgeleverd aan de hordes hossende en feestvierende toeristen waar we hoe dan ook al genoeg mee te stellen hebben. Of is dat laatste stiekem toch het ideale toekomstbeeld van Thierry Aartsen?

Yoeri Albrecht is directeur van debatcentrum de Balie in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.