Met alleen wijkagenten komen we er echt niet

Bij terreurbestrijding heb je naast wijkprogramma's ook harde inlichtingenverzameling nodig.

Agenten bewaken het binnenhof na terreurdreiging in 2005. Beeld Martijn Beekman

Beatrice de Graaf stelde in diverse publicaties en interviews dat terrorisme kan worden voorkomen door goed onderwijs, een vriendelijke wijkagent en beperkte spierballentaal vanuit de overheid. Deze stelling werd gretig overgenomen in artikelen op online dagblad De Correspondent en door columnisten zoals Bert Wagendorp in deze krant. Hoewel dergelijk beleid zeker vruchten afwerpt, is het tevens een onvolledig verhaal. Een groot deel van de geradicaliseerde jongeren staat helemaal niet open voor een vriendelijke wijkagent of een gematigde toon van premier Rutte. En goed onderwijs kan ironisch genoeg zelfs averechts werken.

Nederland kent geen no-go areas waar politie en justitie geen rol spelen zoals in Frankrijk en België. Dit komt vanwege een lagere concentratie van migranten en de brede benadering van het contraterrorisme-beleid (CT-beleid). Hierdoor kan radicalisering vroegtijdig gesignaleerd worden door wijkagenten en eerstelijns- werkers binnen de zorg en het onderwijs.

Zij hebben echter slechts zicht op een fractie van alle ontwikkelingen. Om die reden moeten we leunen op de inzet van inlichtingen- en veiligheidsdiensten met een goed opgebouwd netwerk van lokale contacten. Dit is ontzettend moeilijk omdat de gemeenschap waarin jonge jihadisten zich bewegen erg gesloten is. Daarnaast wordt er rechtstreeks gecommuniceerd tussen jihadistische jongeren in bijvoorbeeld de Haagse Schilderswijk en Raqqa, de 'hoofdstad' van IS in Syrië. Zicht op deze communicatie is cruciaal voor de informatiepositie van zowel de AIVD als de MIVD.

Een enkele publicist pleitte voor het oprichten van een 'Europese CIA' om aanslagen zoals in Parijs te voorkomen. Maar dit is zowel een onhaalbaar als naïef plan. Ondanks de vele Europese samenwerkingsverbanden die al bestaan, blijven inlichtingendiensten sterk afhankelijk van de nationale wetgeving, cultuur en taal. Bovendien kan de politieke prioritering sterk verschillen per lidstaat en zijn diensten huiverig voor het blootleggen van bronnen. Bilateraal wordt binnen Europa wel goed samengewerkt tussen diensten op basis van persoonlijke contacten en quid pro quo. Maar om deze samenwerking vanuit Brussel geforceerd uit te breiden naar een praathuis van 28 lidstaten zal tot weinig resultaat leiden.

Een opvallende afwezige in het publieke debat sinds Parijs is de antisemitische component. Promovendus David Suurland heeft in zijn onderzoek vrij overtuigend aangetoond dat antisemitisme leidend is in het radicaliseringsproces van jihadisten in het Westen. Het beleid van de staat Israël op de Westelijke Jordaanoever en Gaza wordt daarbij handig als excuus gebruikt voor religieus gemotiveerde haat tegen Joden en het Westen in het algemeen.

Er bestaat bij veel Nederlandse deskundigen en ambtenaren de sterke neiging dit achterwege te laten. Waarschijnlijk vanuit een opmerkelijk soort politieke correctheid of om te voorkomen dat de Nederlandse moslimpopulatie zich van de maatschappij vervreemdt. De vraag is alleen of Nederlandse moslims hierbij gebaat zijn. Er bestaat immers nog een middenweg tussen naïef wegkijken en extremistische anti-islam taal.

Een argument dat wel veel aandacht krijgt, is dat met toegang tot onderwijs radicalisering kan worden voorkomen. Goed onderwijs en uitzicht op een carrière kunnen inderdaad van positieve invloed zijn, maar het omgekeerde is ook waar. Hoe beter opgeleid en hoe meer invloed vanuit landen als Saoedi-Arabië en haar meest radicale vorm van het salafisme, hoe groter de kans op radicalisering. Veel aanslagen in het Westen zijn uitgevoerd door hoogopgeleide jihadisten. De westerse vrijheid van meningsuiting en mondigheid versterken dit proces. Dit punt blijkt vaak lastig voor de Europeaan en zijn ideaal van maakbaarheid.

Dit is geen pleidooi voor het stopzetten van ontwikkelingsprogramma's in probleemwijken. Integendeel, het feit dat we in Nederland geen situatie kennen zoals in de Franse banlieues en het Belgische Sint-Jans-Molenbeek bewijst het nut hiervan. Alleen is dit slechts een deel van het verhaal. Voor de ontwikkelde jihadist in West-Europa zal een sterke inlichtingenpositie van AIVD en MIVD de voornaamste remedie blijven.

Krijn Lock werkt voor het Amerikaanse veiligheidsbedrijf Pinkerton (en eerder voor NCTV).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden