Column

'Merkwaardig, een Autismeweek die acht dagen duurt'

Je kunt niet genoeg dagen hebben om meer aandacht te vragen voor autisme, schrijft Erik Jan Harmens. 'Zodat iedereen begrijpt wat die jongen bezielt die midden op het zebrapad stil blijft staan, omdat het stoplicht inmiddels op rood is gegaan.'

Paleis Soestdijk kleurt blauw in het kader van de Autismeweek. Met de actie 'Light it up blue', waarbij gebouwen in blauwe schijnwerpers worden gezet, wordt aandacht gevraagd voor autisme. Beeld anp
Paleis Soestdijk kleurt blauw in het kader van de Autismeweek. Met de actie 'Light it up blue', waarbij gebouwen in blauwe schijnwerpers worden gezet, wordt aandacht gevraagd voor autisme.Beeld anp

De organisatoren van de Autismeweek hebben een merkwaardig soort gevoel voor humor. Want de week begint op zaterdag 29 maart en duurt tot en met zaterdag 5 april. Dat is bij elkaar acht dagen en dat is dus geen week. Zoiets stoort mij al enorm en ik heb niet eens autisme. Mijn zoon van 13 wel, maar hij haalt z'n schouders erover op. Hij weet al heel lang dat als iemand zegt: 'Ik bel je over één minuut terug', dat dat niet betekent dat iemand na exact één minuut terugbelt. 'Ik ben over vijf minuten bij je' kan inderdaad betekenen dat iemand na vijf minuten aanbelt, maar drie is ook heel goed mogelijk en zeven ook.

Wel denk ik dat mijn zoon ervoor zou pleiten om voortaan te spreken van 'de Autisme-achtdaagse', zodat het weer klopt. En je kunt niet genoeg dagen hebben om meer aandacht te vragen voor autisme. Zodat iedereen begrijpt wat die jongen bezielt die midden op het zebrapad stil blijft staan, omdat het stoplicht inmiddels op rood is gegaan (een scène die ook voorkomt in de tranentrekfilm 'Rain Man'). Op zich heeft de wandelaar gelijk: hij volgt een instructie op, het roodverlichte pictogram geeft iemand weer die stilstaat, maar de voetganger wordt geacht de regels iets ruimer te nemen. Als het licht op rood gaat en je bent nog niet aan de overkant: ren voor je leven!

Allerhande uitdagingen liggen op de loer
Zo liggen er elke dag allerhande uitdagingen op de loer voor mensen die moeite hebben met abstraheren. Vertel je iemand met autisme dat je even naar de Bloedbank moet, dan is het mogelijk dat hij een rooddoordrenkte tweezitter voor zich ziet, en dat is een afschuwelijk beeld. Vandaar die verwrongen blik als reactie. Ga je met iemand met autisme naar het pretpark en een peutertje dringt voor bij de Botsboten, dan zal hij niet aarzelen het kleintje hardhandig bij de schouder te pakken. Maar hoe leg je uit dat voorpiepen niet mag, maar dat je het er soms maar bij laat zitten? En waar ligt dan de grens?

Mijn opa in Den Oever had ook autisme, alleen bestond dat toen nog niet echt, dus noemde men hem een lieve, zwijgzame zonderling. Hij kocht alleen maar kauwgom van het merk PK, in de geeloranje verpakking. Ik heb hem wel eens een Stimorolletje aangeboden, maar die sloeg hij af. Elke avond voor het slapengaan belegde hij een stuk roggebrood met een dikke laag boter en een plak kaas. Daarop legde hij een omgekeerde beschuit en dan ging hij slapen. De volgende ochtend at hij het gevaarte zwijgend op. Hij spoelde zijn bordje af, deed een elastiek om beide broekspijpen en fietste naar het begin van de Afsluitdijk, naar het Robbenoordbos of naar de visafslag. Daar aangekomen stapte hij af, schudde een beetje met het hoofd, gromde wat onbeduidends, stak een stuk kauwgom in de mond en fietste weer naar huis.

Tussen de middag zette hij zijn transistorradiootje aan om naar de land- en tuinbouwberichten te luisteren. Hij was helemaal geen boer, maar wilde toch de precieze waterstanden weten in heel het land. Als zijn kleinkinderen op bezoek waren moesten die op dat moment even allemaal hun mond houden, want stel je voor dat mijn opa zou missen hoeveel centimeter boven of onder NAP de waterstand die dag bedroeg in pak 'm beet Borgharen. Mijn opa schreef alle standen op, met een bot potloodje in een Excel-sheet van papier. Met die gegevens gebeurde verder niets, maar het was toch maar mooi vastgelegd.

Jaargang na jaargang stapelde hij NCRV-gidsen
Mijn opa was geabonneerd op de NCRV-gids. Elke dag als hij televisie keek, krabbelde hij in de kantlijn naast de aankondiging van het programma wat voor weer het was geweest op het moment van uitzending. Had hij ergens begin augustus het acht-uurjournaal gekeken, dan stond links van de programma-aankondiging bijvoorbeeld: 'warm, er komt onweer'. Ergens in de winter stond bij de uitzending van 'Boggle' enkel het woord 'guur'. Als de week om was gooide hij de gids niet weg, maar archiveerde die. Jaargang na jaargang stapelde hij op in zijn schuurtje, op omgekeerd chronologische volgorde, dus steeds met het dubbeldikke kerstnummer bovenop. Na zijn overlijden zijn ze door mijn oma allemaal in een container gesmeten.

Ik vond dat harteloos, al zou ik niet weten wat ik met die enorme verzameling NCRV-gidsen zou moeten beginnen. Het beste idee dat ik kan bedenken is: in de schuur zetten en wachten tot de boel is verpulverd. Mijn oma had in zekere zin dus wel gelijk, maar ze had het toch nooit mogen doen.

Erik Jan Harmens is dichter en columnist voor Volkskrant.nl.
@ErikJanHarmens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden