Opinie

Merkel moet in gesprek gaan met Pegida

Duitsland kan met Pegida beter de Ien Dales-aanpak dan de Bolkesteinroute kiezen.

Pegida-demonstratie op 12 januari in Dresden.Beeld EPA

Wat moeten Duitse politici doen om de opkomst van een Wilders-achtige partij te voorkomen nu duizenden mensen in alle delen van Duitsland de straat op gaan achter de banier van de Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes (Pegida)? Dat is de hoofdvraag die Sander van Walsum centraal stelt in zijn interessante artikel over de Pegida-beweging afgelopen zaterdag in de Vonk-bijlage van de Volkskrant.

Van Walsums conclusie is somber. Volgens hem maken Duitse politici dezelfde fout als hun collega's ten tijde van de opkomst van Fortuyn in de jaren negentig. Namelijk, doen alsof je neus bloedt en de islam-critici wegzetten als moreel verwerpelijk dan wel extreem-rechts. Iets wat met Janmaat en Glimmerveen in de jaren tachtig nog lukte, maar met het langzaam verdampen van het politiek correcte denken na de schok van de fatwa tegen Rushdie's boek Satanic Verses in 1989 zijn kracht verloor.

Van Walsum steekt de beschuldigende vinger vooral uit naar de toenmalige VVD-fractieleider Hans Dijkstal ('het vleesgeworden consensusmodel') die zou hebben nagelaten de politieke erfenis van Bolkestein, die met zijn rede in Luzern in 1990 de islamitische kat de bel had aangebonden, te verzilveren.

Leo Lucassen is van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.Beeld Martin van Welzen

Diabolisering

Daarmee zou de VVD, net als de PvdA onder Melkert en Kok, haar legitimiteit hebben verloren bij kiezers die de reëel bestaande integratieproblemen benoemd en aangepakt wilden zien. Bijgevolg ging eerst Fortuyn er met de bal vandoor en na diens dood de PVV, onder leiding van Geert Wilders, de snel radicaliserende 'tovenaarsleerling' (Fennema) van Bolkestein.

Nu heeft Van Walsum volstrekt gelijk dat de Nederlandse gevestigde politieke partijen niet erg adequaat hebben gereageerd en na de moorden op Fortuyn en Van Gogh als het ware versteend als konijnen in het verblindende licht van de stroper bleven zitten.

Wat je ook van Fortuyn vindt, een analyse van zijn teksten en politieke achtergrond leert dat hij weliswaar bang was voor de 'islamisering van onze cultuur' (net als Pegida nu) en de islam als een achterlijke cultuur bestempelde, maar dat hij tegelijkertijd duidelijk maakte dat Marokkanen en Turken erbij hoorden, of we dat nu leuk vonden of niet.

Natuurlijk was zijn kritiek op het multiculturalisme vaak hyperbolisch, maar dat maakt hem nog niet extreem-rechts, eerder sociaal-conservatief. Wat met name Wilders in de kaart heeft gespeeld, zo kunnen we nu vaststellen, is de diabolisering van Fortuyn (en later Wilders) door met name de linkse gevestigde partijen, met als dieptepunt het optreden van Marcel van Dam die Fortuyn in het tv-programma Het Lagerhuis op 15 februari 1997 als een 'minderwaardig soort mens' bestempelde.

Geen weerwoord

De fout die de gevestigde partijen (met uitzondering van D66) hebben gemaakt, lijkt mij niet dat ze de problemen niet durfden te benoemen, maar dat ze geen weerwoord hadden op de feitelijk onjuiste maar door Fortuyn vakkundig uitgevente beeldvorming dat de 'Linkse Kerk' verantwoordelijk was voor de massa-immigratie en het daarop volgende multicultureel beleid. En dat daardoor de integratieproblemen alleen maar groter geworden zouden zijn.

In plaats van te wijzen op de bepalende rol van centrum-rechtse partijen bij het integratiebeleid van de jaren tachtig, trok de PvdA na Scheffers roemruchte NRC-artikel 'Het multiculturele drama' (januari 2000) het boetekleed aan. Zo maakte zij zich samen met VVD en CDA (tot midden jaren negentig de meest fervente voorstander van multiculturalisme) de anti-immigratie- en anti-islamretoriek steeds meer eigen, in de ijdel gebleken hoop zo Fortuyn en later Wilders de wind uit de zeilen te nemen.

VVD, CDA en vooral de PvdA hadden er destijds beter aan gedaan de stropoppen-retoriek van Fortuyn, maar ook andere integratiepessimisten, door te prikken, nuchter de problemen in kaart te brengen en waar nodig aan te pakken. Meer in de geest van PvdA'ers als Jan Schaefer en vooral Ien Dales, die als minister van Binnenlandse Zaken (1989-1994) er al begin jaren negentig voor pleitte de immigratie van Turken en Marokkanen te beperken, omdat het anders met het integratiebeleid dweilen met de kraan open zou zijn.

In gesprek gaan

Als Duitsland in de Pegida-discussie iets zou kunnen leren van Nederland, dan zou ik eerder de Dales- dan de Bolkesteinroute willen aanbevelen. Geen eindeloos gepalaver over de bedreigde Leitkultur en het daarvan fundamenteel afwijkende karakter van de islam, maar in gesprek gaan met Pegida en hen dwingen concreet te maken waar ze bang voor zijn en wat er fout is in de Duitse samenleving als er niet wordt ingegrepen.

Daarmee tonen politici dat ze ten onrechte voor elitair worden uitgemaakt en wel degelijk door het 'volk' gekozen zijn. Als Pegida echt met de billen bloot moet, zal blijken dat een deel van de onvrede is gebaseerd op irrationele angsten, stropoppen en feitelijke onjuistheden. Op andere punten zal er wellicht wel consensus zijn en kan worden gedebatteerd over de wijze hoe concrete problemen aan te pakken.

De eerste stap van Merkel, die vooralsnog niet meehuilt met de wolven in het bos maar duidelijk maakt dat zij de probleemdefinitie (islamisering) niet onderschrijft, getuigt van politieke moed en ruggegraat, maar daar moet ze het niet bij laten.

Angela Merkel, hier omringd door andere staatshoofdenBeeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden