Opinie Politieke doctrine

Mensenrechten worden steeds meer als bedreiging gezien door meerderheden in heel Europa

Meerderheden in heel Europa voelen zich bedreigd in hun welvaart, hun cultuur en hun toekomst door de massamigratie, die steeds gerechtvaardigd is met een beroep op de mensenrechten, aldus politiek commentator Martin Sommer.

Een groep van 120 Afrikaanse migranten is op 5 juli in Rome uit de opvang van een solidariteitsorganisatie gezet door de nieuwe populistische regering in Italië. Het gebouw was sinds 2015 in gebruik voor opvang door vrijwilligers. Foto Antonio Masiello / Getty

De onlangs overleden historicus Maarten Brands zei ooit dat Europa wel een standbeeld voor Stalin had mogen oprichten in Brussel. Zonder bedreiging van buitenaf was het nooit gelukt één Europese ­gemeenschap te maken van ­zoveel ruziënde, qua belangen en ­geschiedenis botsende naties. Ik hoorde al iets dergelijks over Trump zeggen. Zal Trump de lidstaten van de EU in ­elkaars ­armen jagen? Ik zou er m’n geld niet op inzetten. Tot nu toe ziet een flinke minderheid in Trump ­eerder een aanmoediging dan een ­gevaar. Maar ­zeker ook waar is dat Trump alles ­bedreigt wat in Brussel voor het goede, het ware en het schone wordt gehouden. Nu heeft hij zelfs de EU een vijand genoemd. Er is sprake van een soort profylactische schok, zo erg dat Juncker er rugpijn van kreeg.

Wat dat aangaat hebben we in Nederland een ervaring die dienstig kan zijn voor beter begrip. Ik ben niet de eerste die wijst op de gelijkenis van Trump en onze Pim Fortuyn, zowel qua ontregelende kracht als in de ­paniekreacties. Het zijn allebei uit­dagers van buiten, upstarts, dandy’s. Fortuyn zei: als het aan mij ligt komt er geen islamiet meer in. Hij wilde van het discriminatieverbod af, Artikel 1 van onze Grondwet. Trump bracht het idee van Fortuyn in de praktijk, met zijn sluiting van de VS voor een aantal islamitische landen. Beiden kregen een ongenadig onthaal in de pers. Fortuyn had het over demonisering, Trump maakt er fake news van.

Fascinerende overeenkomsten, ­zowel in hun eigen optreden als de ­reacties. Fortuyn kan helpen Trump te begrijpen. Trump vaart op zijn politieke intuïtie en dat deed Fortuyn ook. Maar die laatste schreef er ook een stapel boeken bij. Tot dusver wijst de welwillende populisme-literatuur vooral op de achterstelling van de Fortuyn- respectievelijk Trump-kiezers. De vergetenen, de deplorables, degenen die door links in de steek zijn gelaten. Dat is deels waar. Maar hun beider electoraat was veel breder, en bovendien was het zeker in het Nederland van 2001 moeilijk vol te houden dat zoveel mensen het slecht hadden. Precies om die reden was de ontreddering van de gevestigde politiek zo groot. De ‘opstand der burgers’ paste niet in de Nederlandse politieke mal van koopkrachtplaatjes en zorgtoeslag. Waar het om gaat is niet de feitelijke achterstelling maar het gevoel van achterstelling. De woede zit niet in de dingen maar in de mensen zelf, zoals Rousseau al zei. Maar een politiek die geen rekening houdt met gevoelens, zal onherroepelijk grote fouten maken.

Teruggebracht tot de kern ziet het programma van zowel Trump als ­Fortuyn er zo uit: grenzen dicht, ­Europa als pispaal en aanvallen op de mensenrechten. Vooral dat laatste was shockerend voor progressief ­Nederland. Artikel 1 is het fundament van ons zelfbeeld als tolerante natie. Maar ook Europa zoekt zijn ‘Europese waarden’ in de individuele grondrechten.

Anders dan vaak wordt gedacht, dateert de dominantie van de mensenrechten als politieke ideologie pas van na de Koude Oorlog. In de jaren zestig en zeventig was ijveren voor de mensenrechten een marginale bezigheid. Amnesty International was een klein clubje met christelijke wortels dat briefkaarten stuurde. De pretentie was zeker niet een wereldomspannende moraal maar lotsverbetering van dissidenten die in de gevangenis zaten. Dat werd anders na de val van de Muur. Links en rechts waren achterhaald geworden, grote politieke partijen zagen hun aanhang verpieteren. De politieke leegte werd gevuld door de mensenrechten, als een soort proxy-ideologie. De Franse denker Marcel Gauchet schreef in 1980 dat mensenrechten daar helemaal niet geschikt voor waren. Politiek is collectieve wilsvorming, mensenrechten bekommeren zich om het lot van het individu. Politiek is ook strijd en vuile handen maken als het moet. Dat gaat slecht samen met de morele imperatief van mensenrechten, die immers altijd en overal gelden. Een Realpolitiker als Henry Kissinger zei in 1975 dat de Helsinki-akkoorden met afspraken over de mensenrechten wat hem betreft net zo goed in het Swahili hadden kunnen worden geschreven – van nul en generlei waarde dus. Maar bovengenoemde Gauchet moest in een artikel in 2000 tot zijn verbazing vaststellen dat precies was gebeurd wat volgens hem niet kon: mensenrechten waren een politieke doctrine ­geworden. En vooral de Europese Unie, waar het gebrek aan een bezield verband steeds klemmender werd ­gevoeld, stortte zich na de eeuwwisseling op de mensenrechten als ‘Europese waarden’.

Fortuyn voelde al vroeg dat daar de pijn zat. Het was geen toeval dat zijn snelle opkomst samenviel met de toestroom van tienduizenden vluchtelingen uit Joegoslavië, en in diezelfde tijd die van tienduizenden huwelijksmigranten uit Turkije en Marokko. Steeds was het officiële antwoord dat Nederland geen immigratieland was; steeds opnieuw bleek dat er op grond van verdragen en mensenrechten weinig tegen te beginnen was.

In die tijd schreef Fortuyn het boek De verweesde samenleving. Een samenleving zonder vaders, zonder grenzen. Hij was zelf een babyboomer, kind van de jaren zestig. Hij was bovendien homo en schepte op dat hij het deed met Marokkaanse jongens. Hem konden ze op het stuk van tolerantie niets verwijten. Maar de verweesde samenleving had behoefte aan een stevige hand, aan begrenzing met andere woorden. Tastbare nationale grenzen, die aangeven dat hier ons land ophoudt, en, belangrijker, die de cirkel trekken om de gemeenschap die zelf haar lotsbestemming bepaalt.

Dat verlangen was precies het tegendeel van een samenleving waar de dominante doctrine die van de mensenrechten is – een geatomiseerde samenleving, van abstracte individuen als rondzwevende atomen, wel voorzien van rechten maar zonder geschiedenis, zonder samenhang en zonder gedeeld lot. Daarvan is Europa bij uitstek het voorbeeld – niet in staat om aan te wijzen waar de Europese buitengrens ligt, niet in staat om te vertellen waar het proces van eenwording ophoudt. En, actueler, niet in staat om een maximum te geven van de wenselijke immigratie.

De onzekerheid die dat oplevert, is enorm. Meerderheden in heel Europa voelen zich nu bedreigd in hun welvaart, hun cultuur en hun toekomst. De globalisering wordt allang niet meer gevoeld als belofte, maar als een gevaar, niet in de laatste plaats vanwege de massamigratie. Onlangs verscheen een WRR-rapport waaruit bleek dat de hyperdiversiteit waarin wij nu al leven, op het punt van sociale samenhang aantoonbaar achteruitgang oplevert. In een tweede beschouwing voor dezelfde WRR wierp Paul Scheffer de terechte vraag op, waarom wij ons niet bezig houden met de kwestie hoe Nederland er in 2060 qua bevolkingssamenstelling uitziet. De opwarming van het klimaat zijn we met man en macht aan het terugdraaien, maar de demografie wordt gezien als een noodlot waar alleen de Voorzienigheid over gaat. Mensenrechten, ooit bedacht om de bevolking tegen de eigen machthebbers te beschermen, worden nu als bedreiging gezien.

Dat is een dramatische vaststelling. Kiezers in landen met een sterke democratische traditie hebben zich van de ‘Europese waarden’ afgekeerd. De Britten met de Brexit, Amerika met Trump. Landen als Hongarije en Polen, waar de nationale traditie heeft bijgedragen aan hun overleven in de Sovjet-goelag, moeten vanwege een onvoldoende op het mensenrechten-rapport in de hoek staan, en gaan zich ernaar gedragen. Duitsland, gemarineerd in historische schuld, leest nu anderen de les in tolerantie. Maar zelfs Duitsland slaagt er niet in het vervloekte nationalisme buiten de deur te houden. Op het wereldkampioenschap voetbal hebben we gezien waar de werkelijke hartstocht van het publiek naar uit gaat. Dat was niet de mensenrechten.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant. Dit is de tekst van de voordracht die hij deze week hield voor de ambassadeurs van de Europese Unie-landen, op uitnodiging van de ambassadeur van Oostenrijk, dit ­halfjaar de EU-voorzitter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.