Opinie Migratiebeleid

Mensenrechten moeten weer leidend worden in het migratiebeleid

Met de criminalisering van hulporganisaties als Sea-Watch radicaliseert het EU-vluchtelingenbeleid, betogen Leo Lucassen en Tineke Strik.

Carola Rackete, kapitein van de Sea-Watch 3, stapt aan wal in Porto Empedocle, 1 juli. Beeld REUTERS

Een paar dagen na de arrestatie van Sea-Watch-kapitein Carola Rackete op Lampedusa pleit de VVD, gesteund door een Kamermeerderheid, voor het strafbaar stellen van het redden van migranten op zee. Vrijwel gelijktijdig bombardeerden Libische milities een detentiecentrum voor migranten. De arrestatie van Rackete en de opstelling van de VVD conflicteert met het zeerecht, dat juist verplicht mensen in nood op zee te redden. Zonder reddingsactie waren de migranten verdronken of door de Libische kustwacht teruggebracht naar mensonterende detentiecentra.

Mondiale trend

De criminalisering van hulporganisaties als Sea-Watch is de nieuwste stap in de radicalisering van het Europese vluchtelingenbeleid, en past in een mondiale trend. Het zal weinigen zijn ontgaan dat de houding jegens vluchtelingen wereldwijd aanzienlijk is gepolitiseerd en verhard. Op het eilandje Nauru verblijven al jaren zo’n 10 duizend asielzoekers in wat Amnesty International kwalificeert als een ‘openluchtgevangenis’. Nauru wordt daarvoor betaald door Australië, wiens ‘offshore processing centers’ door sommigen als lichtend voorbeeld voor Europa worden voorgesteld. Het beleid heeft Australië sinds 2012 meer dan 3 miljard euro gekost. Oud-president Dabwido van Nauru, heeft dit terugkijkend ‘a deal with the devil’ genoemd.

En dan te bedenken dat het nog geen vier jaar geleden is dat de foto van het dode Syrische jongetje Aylan op het strand van het Turkse Bodrum in Europa een golf van medeleven en empathie ontketende. Lang duurde die niet en met de Turkijedeal in maart 2016 heeft ook de EU zich bekeerd tot een beleid van externalisering door de bewaking van de buitengrenzen betaald over te laten aan autoritaire staten als Turkije, Mali, Niger en Libië. Wat in deze transitlanden allemaal gebeurt, is onze zorg niet, zo lijkt het adagium. Want zolang migranten geen voet kunnen zetten op het grondgebied van een EU-lidstaat, kunnen ze er evenmin asiel aanvragen. Waardoor Syrische vluchtelingen in Idlib, bedreigd door Assads troepen, aan de grens met Turkije stuiten op een hoog hek dat deels is betaald met EU-geld. Met deze mondiale verharding jegens vluchtelingen staat niet alleen het respect voor mensenrechten op de tocht, ook het Vluchtelingenverdrag zelf. De achilleshiel van dit verdrag is het principe van de territoriale soevereiniteit en het gebrek aan gezamenlijke verantwoordelijkheid, die zich met name in de EU doet voelen. Zoals Nijmeegse juristen van het Centrum voor Migratierecht onlangs in een preadvies voor de Nederlandse Juristen-Vereniging hebben betoogd, richten staten zich alleen nog op hun eigen belang en is solidariteit ver te zoeken. Zij wijzen op het dubieuze beleid van de EU bij het principe van non-refoulement: het verbod asielzoekers terug te sturen naar landen waarin de mensenrechten niet gegarandeerd zijn of erger, zoals in Libië, in handen vallen van nietsontziende milities.

Eerlijker verdeling

Er zijn juridische, morele en praktische bezwaren om het vluchtelingenvraagstuk over te laten aan een handvol overbelaste, arme landen in de regio. Daarom zijn op VN-niveau afspraken gemaakt over een eerlijker verdeling van de verantwoordelijkheid, via financiële steun en de hervestiging van vluchtelingen. De groeiende tendens van afschuiven en tegenhouden heeft een tegenovergesteld effect.

Uiteraard zijn er grenzen aan de opnamecapaciteit van landen, maar sinds 2015 zijn de aantallen asielzoekers in de EU meer dan gehalveerd naar een kleine 600 duizend in 2018, oftewel één promille van de totale bevolking van de EU. Volgens het preadvies is het hoog tijd dat staten een grotere verantwoordelijkheid nemen, meer samenwerken en het non-refoulement-principe weer serieus nemen. Met steeds radicalere vormen van uitsluiting dreigt de EU af te glijden naar een situatie die overeenkomsten vertoont met het rechteloos opsluiten van Amerikaanse Japanners in WO II en maatregelen om Joodse vluchtelingen aan de grens terug te sturen in de jaren dertig. Het is te hopen dat politici in Europa deze ‘race to the bottom’ keren en de mensenrechten weer leidend laten worden in het ­migratiebeleid. 

Leo Lucassen is directeur Onderzoek van het ISG en hoogleraar. Tineke Strik is europarlementariër voor GroenLinks en jurist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden