Opinie Mensenrechten

Mensenrechten dreigen symbool te gaan staan voor bureaucratisch en duur internationalisme

‘Gele hesjes’ protesteren in Parijs tegen de stijgende kosten van levensonderhoud, 8 december. Beeld AFP

Zeventig jaar na aanvaarding van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in december 1948 gist en broeit het onder grote delen van de bevolking in veel landen. Meest in het oog springt nu het nieuw revolutionair élan in Frankrijk, bakermat van de mensenrechten. De Frygische mutsen uit 1789 zijn ingewisseld voor gele hesjes die de grenzen over gaan. Structurele onvrede, wrok en teleurstelling heersen aan de ‘onderkant’ van de ‘middenklasse’, zoals de déplorables met een trap op de ziel in afstandelijk jargon worden aangeduid.

Onvrede bestaat over de eigen uitzichtloze en belabberde sociaal-economische omstandigheden, de zorg, immigratie en het gevoel niet politiek vertegenwoordigd te zijn. Eenzelfde tendens is zichtbaar in vrijwel alle andere Europese landen en ver daarbuiten. Populistische leiders, partijen of bewegingen spelen in op de onvrede door het wat minder nauw te nemen met de klassieke mensenrechten.

In Hongarije, Polen, Italië en België zetelen zij in het centrum van de macht, elders staan zij verongelijkt te beuken op de regeringsdeur. Het einde van Fukuyama’s utopische en geglobaliseerde westers liberale democratiemodel lijkt nabij, zoals het alarmerende betoog luidt van politiek wetenschappers als Mounk, Snyder en Bartlett. Hoe kan dit in een wereld waarin mensenrechten hebben geleid tot zeventig jaar relatieve vrede en stabiliteit in Europa en zij de nieuwe morele lingua franca zijn geworden?

Het gaat hier om de paradox van de modernisering die veel verklaringen kent. Identiteit en sociaal-economische redenen lijken daarin de overhand te hebben. It’s the economy, stupid, betoogt ook Samual Moyn in zijn nieuwe boek Not enough; human rights in an unequal world. Economische gerechtigheid zou moeten worden opgenomen op de mensenrechtenagen-da. Deze oproep toont echter gebrek aan bewustzijn dat veel breder heerst. Vergeten lijkt dat economische gerechtigheid al lange tijd aandacht geniet van de mensenrechten. De artikelen 22-27 van de UVRM staan er bol van. Niet juridisch bindend? Wellicht, maar wel moreel en politiek appellerend. Daarnaast zijn zij in 1966 alsnog verankerd in een juridisch bindend verdrag; het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.

Later zijn dergelijke rechten opgenomen in specifieke verdragen voor bepaalde kwetsbare groepen en in 2009 in het EU-Handvest voor de fundamentele rechten. Sinds de bankencrisis vanaf 2008 staan deze rechten ook hoog op de (mensenrechten-) agenda van de Raad van Europa en de Europese Commissie. Allemaal internationaal? In onze eigen Grondwet zijn dergelijke rechten, vaak als zorgplichten voor de overheid, opgenomen sinds 1983. Uitvoerende macht noch wetgever hanteert hen zichtbaar als gids in de totstandkoming van beleid en wetgeving. Mensenrechtenbewegingen beginnen er niet aan. Directeur Eduard Nazarski van Amnesty Nederland twijfelde onlangs in De Groene Amsterdammer aan inzet voor deze rechten: ‘Enige differentiatie in de samenleving moet toch kunnen?’ Alsof iemand dat zou betwisten en de geldende rechten dat zouden verhinderen.

Wel werken overheden en mensenrechtenbewegingen aan meer (internationale) normen, (klacht)procedures en verantwoordingmechanismen. Onhandig. Niemand ziet door de bomen het bos, terwijl de herziening van het inefficiënte en complexe VN-mensenrechtenmechanisme amper van de grond komt en de samenhang met mechanismen binnen de Raad van Europa, EU en landen nauwelijks wordt gekend en begrepen.

Mensenrechten dreigen zo symbool te gaan staan voor bureaucratisch en duur internationalisme dat slechts ten faveure staat van enkele kwetsbare minderheidsgroepen. Zo raken mensenrechten en overheden hun draagvlak kwijt bij groepen uit de ‘middenklasse’ die zorgen hebben over hun concrete leefwereld, waarin de levensstandaard en toegang tot ­basale voorzieningen – waaronder de rechtspraak – onder druk staan.

Er moet dus een begin worden gemaakt met zichtbaar en concreet gevolg geven aan bestaande verplichtingen die voortvloeien uit klassieke én sociaal-economische mensenrechten. Daarnaast verdient de blindgang van voortgaande proliferatie van mensenrechten tempering. Pas dan kan verdere maatschappelijke vervreemding en illiberale democratievorming worden voorkomen.

Paul van Sasse van Ysselt is ­jurist en filosoof en gastonder­zoeker aan de VU Amsterdam. Hij promoveerde dit jaar op het proefschrift Realisering van grondrechten. De rechtsplicht van de overheid tot de verwerkelijking van grondrechten bij botsende rationaliteiten en belangen in een rechtspolitieke context.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden