ColumnSylvia Witteman

Mensen zijn blijkbaar bang dat ze in geval van een calamiteit hun kont niet meer kunnen afvegen

Omdat bij mij thuis iedereen ziek is, kocht ik bij de drogist de geëigende middeltjes: neusspray, pijnstillers, keeltabletten... Van alles twee doosjes, niet omdat ik een medicinale Arke Noachs wilde bouwen, maar omdat we met zijn vijven zijn, dus dan ben je er zo doorheen.

‘Nou, dat staat u netjes, hoor’, sprak een vrouw achter me snibbig. ‘Vindt u het zelf niet een beetje asociaal? Hamsteren?’ 

Nou ja, zeg! ‘Ik hamster helemaal niet! Bij mij is iedereen ziek!’, piepte ik schor, waarop de vrouw achteruitdeinsde tegen het schepsnoep, pardoes tussen de zure matjes en schuimbanaantjes.

Briesend liep ik even later de supermarkt binnen. Hamsteren? Ik? In sommige landen is overal het wc-papier weggehamsterd, had ik gelezen. Mensen zijn blijkbaar bang dat ze in geval van een calamiteit hun kont niet meer kunnen afvegen. Begrijpelijk, want met een onafgeveegde kont valt slecht te leven. Maar ja, je kunt ook na gedane zaken een fles water gebruiken, de zogeheten botol tjèbok, zoals onze voormalige overzeese rijksgenoten in de Oost. Dat is eigenlijk veel frisser dan wc-papier, al staan er ook duizend lichtblauwe konijntjes of roze hondjes op zo’n naar chemische hyacinten riekende rol.

Nee, wc-papier zou ik nooit hamsteren. Maar wat dan wél? Ik keek om me heen. Alle schappen waren geruststellend vol, alleen het meel was op. Dat was wel raar. Meel is anders nooit op. Ook thuis niet. De enkele keer dat ik de aanvechting krijg om een taart te bakken, staan er altijd nog vier amper aangebroken pakken Patent Tarwebloem in het keukenkastje, naast negen zakken pasta, twaalf blikken tonijn, 27 blikjes tomatenpuree en 3.865 bouillonblokjes. Ik ben vast de enige niet. Waarschijnlijk heeft zowat elke Nederlander genoeg voorraad om het beleg van Leningrad te overleven. En dan nog gaan hamsteren? Bespottelijk.

Bij het schap met drank raakte ik toch even in de verleiding. Je zult maar zonder zitten! Maar ik dacht aan mijn vader, die ooit eens honderd flessen jenever tegelijk had aangeschaft, in de jaren zeventig, toen er forse prijsverhogingen waren aangekondigd. Er volgden een paar legendarische feesten in onze achtertuin, waarna de jenever op was en mijn ouders gingen scheiden. Dit debacle indachtig begaf ik me met slechts één fles wijn en een ook verder bescheiden gevuld karretje naar de kassa. Kijk mij eens, een voorbeeld voor al die hysterische hamsteraars in spe!

Toen ik met mijn schamele buit het huis binnenliep, hoorde ik mijn zoon vanaf de wc roepen: ‘Mama! Het pleepapier is op!’ Het wás zo. Ook op de wc boven. Straks even terug naar de supermarkt, dan maar.

Als het nu maar niet te laat is. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden