ColumnThomas van Luyn

Mensen hangen meestal lelijke shit aan hun muren, wij hebben Geert Wilders

Beeld Aisha Zeijpveld

De verbouwing van Thomas van Luyn was klaar, nu moest er nog iets aan de muur. Een poes, Wilders, of allebei. 

Mensen hangen meestal lelijke shit aan hun muren. Mooie shit is namelijk duur. Een schilderij (van verf) of een print van een serieuze fotograaf kost je minstens een paar honderd ballen en dan heb je een klein frummeldingetje. Grotere dingen kosten duizenden euro’s en dan moet je nog een lijst kopen en een gat in je muur boren. Dus hangen we posters en familiekiekjes aan onze wandjes. Of we gaan naar de IKEA voor een malle klok, of kiezen daar iets uit hun indrukwekkende collectie nepschilderijen waar – eerlijk is eerlijk – best aardige dingen tussen zitten, inclusief klodders nepverf en alles. Maar als je bij mensen thuis komt, zit er nooit iets tussen waarvan je denkt: wow, cool, waar heb je dat vandaan?

Nu was ons huis al een kunstwerk op zich. De bladderende muren en scheve vloeren boden genoeg pittoreske huiselijkheid. Nu de boel is opgelapt echter, is het allemaal een beetje kaal en steriel geworden. We zijn begonnen met wat planten te kopen. Daar hadden we altijd een hekel aan, want planten zijn vies en je moet ze in leven houden. Net als kinderen, inderdaad, en daar hadden we er ook al twee van. Plus een poes. Genoeg viezigheid om in leven te houden. Desondanks zijn we naar het tuincentrum gegaan, want we moesten iets. We hebben één hangplant en één groot tropisch ding gekocht, en ik moet zeggen: de woonkamer voelde ineens heel knus. Heel seventies. Ik kreeg zin in in ribfluwelen broeken en pijproken.

Maar de muren zijn nog een beetje wit, daar moet iets op. In het kader van een grotemensenhuis maken voor onszelf, mag daar kunst op. De familiekiekjes, die krijgen een onopvallend muurtje in een dito hoek, zodat bezoekers zich niet gedwongen voelen bewonderend commentaar te leveren op vakanties die zij zelf niet hebben beleefd. En uit de pre-verbouwingsmeuk mogen we nog ook een paar topstukken kiezen. Voor mij is dat de poster van een pluizige kitten die uit een mand met bloemen kruipt. De dominante kleur is roze, een kleur die een opbeurende en verkwikkende werking op mij heeft. Het diertje zelf heeft buitengewoon sprekende ogen, en het is die combinatie van kleurstelling en inhoud die maakt dat het werk mijns inziens kan meten met de topstukken van het Rijksmuseum. 

Probleem is dat de poster nogal flets is geworden. De naam van de producent staat in een hoekje, met zijn faxnummer. Hij blijkt nog te leven en posters te verkopen, maar de poes-in-mand is uit hun assortiment genomen. Mijn vrouw probeert niet te opgelucht te lijken. Zij heeft een andere smaak dan ik, en dat kan tot conflicten leiden – een huis heeft maar zoveel muur, nietwaar. Voorlopig hebben we één nieuw ding gekocht: het beroemde fotoportret van Geert Wilders die in een Chinees restaurant een bordje soep zit te eten. Ik was aanvankelijk tegen, want ik vind actualiteit niet gezellig. Maar toen ik de foto in het echt zag, moest ik erkennen dat het portret inderdaad van een zeldzame schoonheid was. De compositie was perfect, de setting ontroerend, de eenzaamheid van de man onontkoombaar. En gelukkig was-ie klein, dus de prijs was alleszins redelijk, en nou hebben we ’m. Neemt niet weg dat-ie niet gezellig is. Ik heb dus voorgesteld om mijn fletse poes ernaast te hangen, voor de balans. De onderhandelingen lopen nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden