Menselijke solidariteit met en het verdedigen van de mensenrechten van wie dan ook, daar gaat het om in deze wereld

Twee mensen die ik heb ontmoet, hebben mij een bredere kijk op de mensheid gegeven.

'Ik voelde dat hij mijn gevoelens en overtuigingen uitdrukte en dat ik me meer met deze man verbonden voel dan met veel mensen van mijn nationaliteit', schrijft Somer Al-Abdallah. Beeld Joost van den Broek

Misschien is het niet mijn recht om mensen in te delen naar religie. Vooral als ze dat, zoals ikzelf, niet willen of weigeren hun identiteit te beperken tot hun religieuze dimensie. Maar hier wil ik dat wel doen, want twee mensen die ik heb ontmoet, hebben me geholpen een bredere kijk op de mensheid te ontwikkelen. De eerste is een jonge Franse vrouw, de vriendin van mijn broer die in Parijs woont. Hij vertelde me dat zij samen bij mij op bezoek zouden komen. Ik voelde me onzeker toen hij vertelde dat zijn vriendin joods is. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik een joodse persoon ging ontmoeten.

Ik kom uit een land waar joden fysiek afwezig zijn. Ze zijn echter wel aanwezig als negatieve en vreemde verhalen. Bijna alle Syriërs hebben in Syrië al decennialang niemand die zich identificeert als jood ontmoet of meegemaakt, bijvoorbeeld op hun werk. In Syrië leven moslims, christenen, yezidi’s, en vroeger ook joden; in grote steden als Aleppo en Damascus waren er ‘joodse wijken’. Maar waar zijn deze mensen naartoe gegaan? Misschien, zoals men zei, emigreerden ze naar Israël of de Verenigde Staten.

Een Arabisch gezegde luidt: ‘De mens is een vijand van dat waarvan hij onwetend is’. Dit gezegde gaat niet alleen over joden. Maar hoewel wij ons in deze tijd dankzij sociale media en modern transport makkelijker met elkaar kunnen verbinden, blijft onze kennis van de ander vertekend en blijven onze denkbeelden gevangen in stereotypen. Het oordelen over een heel volk is een van de ernstigste ziekten van de mensheid, dan zegt men bijvoorbeeld: ‘alle joden, alle moslims, alle witten, alle zwarten’.

De joden in Syrië bleven uit zicht, de media zwegen over de Syrische joden. Pas na mijn vlucht uit Syrië hoorde ik dat in Syrië de oudste synagoge ter wereld is en dat er nog een paar joden in Syrië woonden, die echter vanwege de oorlog hadden moeten vluchten.

In mijn land is ‘de jood’ synoniem met ‘de Israëliër’, iemand die andermans gebied bezet zonder het recht dat te bezitten. De jood is ook aanwezig als een stereotype van geldzucht, wreedheid en onmenselijke daden of complotten. De wereld zou worden bestuurd door een groep joden die plannen smeedt en rampen veroorzaakt, vooral voor ons.

Natuurlijk bestaat deze negatieve kijk niet bij iedereen. Maar deze mening geldt wel voor de meerderheid die dagelijks via de media, op school en op de werkplek met deze ideeën geïndoctrineerd wordt.

Ik had me al eerder bevrijd van dit vijandsbeeld, maar de jood bleef een vreemdeling voor mij, een buitenaards wezen dat ik nooit zou ontmoeten. Mijn asielervaringen brachten daar verandering in. Ik kreeg de kans om antwoorden te vinden op vragen die me altijd beziggehouden hadden. Asielervaringen dwingen je om je ideeën en overtuigingen te toetsen.

De jonge vrouw stelde zich alleen maar voor als de Franse vriendin van mijn broer. Zij verbleef acht dagen in ons huis en mijn ontmoeting met haar was een belangrijke ervaring, die mij leerde dat de menselijke factor die ons als mensen samenbrengt belangrijker is dan onze verschillen.

Het was ook een goede gelegenheid om met ‘de ander’ te spreken. Wij hebben gesproken over Israël en de rechten van de Palestijnen. Ze vertelde me over de Holocaust, waarvan een aantal van haar familieleden slachtoffer was, en ik vertelde haar over wat wij onze Syrische holocaust noemen, het systematisch uitmoorden van grote Syrische bevolkingsgroepen door Assad. Ik vertelde haar over mijn leven in Syrië tijdens de oorlog. Gedurende haar hele verblijf was ze lid van mijn familie. We hebben een zeer sterke vriendschap gesloten.

Mijn ontmoeting met haar was voldoende om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, maar ik wil altijd meer. Later ontmoette ik een Nederlander die zichzelf beschouwt als ‘een echte jood’. Ik nodigde hem uit bij mij thuis. Het besef dat de meerderheid van zijn familieleden is gedood als gevolg van racisme en jodenhaat, zit in zijn aderen, en als gevolg van zijn harde herinneringen is hij zich goed bewust van de slechte gevolgen van racisme. Hij voelt zich als mens en als jood verbonden met de onderdrukten, met mensen die onderworpen zijn aan discriminatie vanwege hun religie, ideeën of kleur. Ik voelde dat hij mijn gevoelens en overtuigingen uitdrukte en dat ik me meer met deze man verbonden voel dan met veel mensen van mijn nationaliteit.

Menselijke solidariteit met en het verdedigen van de mensenrechten van wie dan ook, daar gaat het om in een wereld vol mensen die moeten leven met pijnlijke herinneringen, met het gevoel onwelkom te zijn op de plekken waar zij veiligheid zoeken, met discriminatie op grond van huidskleur, naam, religie of intellectuele achtergrond. Tot deze mensen behoor ik en ik voel me loyaal aan hen.

Somer Al-Abdallah is een uit Syrië gevluchte journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden