ColumnJasper van Kuijk

Melodifestivalen, het Zweedse nationale songfestival, is nogal een dingetje

Zweden beleefde afgelopen zaterdag het absolute tv-hoogtepunt van het jaar: de finale van Melodifestivalen, het Zweedse nationale songfestival. Ook wel liefkozend ‘Mello’ genoemd. En Mello is een dingetje. Jaarlijks kijken er van de tien miljoen Zweden zo’n drieënhalf miljoen naar de finale. Het land is ook een songfestivalgrootmacht. In 59 deelnames haalde Zweden 25 keer de topvijf en won het zes keer, met onder andere ABBA en de Herreys.

Die Herreys staan me nog helder voor de geest van toen ik in mijn eentje een zomervakantie bij mijn tante in Zweden doorbracht. En als je nu denkt: eh, Herreys? Diggiloo Diggiley. Drie blonde broers met verschillende kleuren overhemden met – oeh, gewaagd – overeindstaande boorden en strakke witte jarentachtigbroeken (niet ironisch, want het wáren de jaren tachtig). Plus gouden laarzen om het af te maken. En dan niet het soort gouden laarzen dat je tegenwoordig op het Songfestival zou zien, die eruitzien alsof ze van vloeibaar goud zijn en waar vuurwerk onder vandaan komt. Nee, dit waren van die halfhoge Bristol-laarzen waar tante Herrey een net niet dekkende laag goudverf op had gespoten.

Toen ik destijds in Zweden was, hadden de Herreys net gewonnen, dus heel tienerend Zweden, ook mijn nichtje, was Herreygek. Ik wilde niet achterblijven en kocht ook zo’n Herreyfanboek, luisterde mee naar haar Herreycassettebandje en leerde alle Herreyliedjes uit mijn hoofd. Om er terug in Nederland achter te komen dat de Herreys hier lang niet zo’n hoog aanzien genoten. Diggiloo Diggiley werd door mijn klasgenoten tot mijn woede razendsnel verbasterd tot ‘dikkelul, dikke snee’. Mijn fanboek heb ik maar niet laten zien.

De Zweedse inzending voor het Eurovisiesongfestival wordt al sinds ’s lands eurovisiegenesis bepaald via Melodifestivalen. Iedereen mag liedjes insturen, wat dit jaar zo’n 2.500 inzendingen opleverde. De organisatie mag zelf artiesten aan de geselecteerde liedjes koppelen, en kan zo zorgen voor gevarieerde uitzendingen. Ook deze editie kwam er van alles langs, van has-beens tot newbies, van hiphop tot klassieke powerballad, van Iraakse Zweed tot een Amerikaan, en zowel Engels-, Zweeds- als Spaanstalig. Toch is het ook een behoorlijk incestueus gebeuren. Achter de nummers zitten teams met opvallend vaak dezelfde professionele liedschrijvers en in de finale stond maar één deelnemer die niet eerder mee had gedaan.

Melodifestivalen is dubbel. Open én incrowd, met daadwerkelijke pogingen tot winnende liedjes én nummers die vooral bedoeld lijken als opstapje naar het feestzalencircuit. Aan de ene kant is dit hét entertainmentprogramma waarmee Zweden de late wintermaanden doorkomen, waarbij voor de artiesten verliezen geen schande is. Aan de andere kant is het een geoliede, professionele hitmachine, met een eindoordeel door het Zweedse publiek en een internationale jury (slim!). Want straks op het Songfestival moet er wel gepresteerd worden. Dat lijkt de truc van Melodifestivalen: het allemaal niet helemaal serieus nemen, maar dat dan wel heel serieus doen. Want wat wél helder is: het festival is een belangrijk onderdeel van de Zweedse cultuur.

Dus hebben we ons dit jaar vol in Mello gestort. We hebben álles gekeken. Alles, want voorafgaand aan de finale van afgelopen weekend waren er maar liefst vier (4! Fyra! Four! Quattro!) voorronden en een nogal ondoorgrondelijke herkansingsronde.

Het allereerste nummer van de allereerste voorronde was Move, van The Mamas. Een misschien ietwat standaard gospel-popnummer, maar zo strak en aanstekelijk dat het dak er gelijk af ging. Dus ik dacht: zó, als het allemaal dit is, dan kan het nog wat worden. Het werd niet allemaal dat, want er volgden ook meligheid, schaamteloze kopieën en hier en daar een valse uithaal. De finale werd tot onze grote vreugde gewonnen door The Mamas. Ik ga eens kijken of er al een fanboek is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden