Opinie Column

Meer waarheid kan helpen

De Holocaust zit mij nog steeds niet lekker. Binnenkort is het 4 mei en staan we weer met z’n allen bij het Nationaal Monument op de Dam, dat symbool van gestold leed.

Belangstellenden bij het Nationale Monument op de Dam voor de nationale dodenherdenking. Beeld ANP

In mijn jonge jaren heb ik alle boeken over de Holocaust verslonden die ik kon vinden in de plaatselijke bibliotheek: dagboeken, verhalen over verzetsstrijders en een beetje Lou de Jong. Thuis probeerde ik het thema bespreekbaar te maken, maar dat ging moeizaam aangezien mijn Joodse moeder huilend de kamer uitliep als ik bijvoorbeeld vroeg in welk kamp oom Frans was vergast. Tot ik van de ene op de andere dag de gruwelijkheden opeens niet meer kon verdragen en alles ging mijden wat te maken had met ‘de systematische uitroeiing van de Joden’. Schindler’s List maakte me misselijk, La Vita e Bella vervulde me met walging en Feyenoordsupporters maakten me aan het huilen als ze antisemitische leuzen scandeerden. De Duitsers ­bleken monsters die het absolute kwaad vertegenwoordigden en een normaal mens mijdt graag monsters.

Toch blijft de psychiater in mij nieuwsgierig of het mogelijk is om walging in begrip om te zetten. Je probeert in het hoofd van patiënten mee te kijken om te begrijpen hoe ze denken, voelen en tot hun gedrag komen, zoals de systeembeheerder die meekijkt op je computerscherm als je vastloopt. Een haast perverse nieuwsgierigheid om te willen doorgronden hoe het is om ‘fout’ te zijn.

We refereren bij het minste geringste aan de Holocaust en schreeuwen onze kelen schor ‘dit nooit meer’. Het leed is verworden tot stollingsgesteente waar we nauwelijks naar kunnen kijken, laat staan in de buurt durven komen uit angst voor kwetsuren. Een van de eerste vragen die wordt gesteld in de indrukwekkende documentaire The Vietnam War, van Ken Burns, is: ‘what happened?’Om die vraag te beantwoorden, moet je praten over wat er écht is gebeurd. Net als bij de Vietnamoorlog werd er na de Holocaust ­nauwelijks over gepraat en daarna deden vooral heldenverhalen de ronde.

De realiteit is zoals zij is: ongeveer 75 procent van de Joden in Nederland overleefden de oorlog niet. Mijn moeder vertelde altijd meeslepend over landen waar de hele bevolking Jodensterren ging dragen, zoals in Bulgarije. Nederland had een ideologisch gedreven SS-bestuur dat de protesten tegen de Jodenvervolging hard onderdrukte. Maar dat neemt niet weg dat politie, NS-personeel en heel veel ambtenaren gewoon hebben meegeholpen aan het vermoorden van Joodse medeburgers. Dat is een confronterende gedachte en misschien vinden we het daarom makkelijker om onze afschuw op onpersoonlijke instanties te projecteren. Afgelopen jaar bijvoorbeeld kreeg Salo Muller na jaren eindelijk de toezegging van de NS voor financiële schadevergoeding, omdat zijn ouders destijds voor zijn ogen zijn afgevoerd met de trein. Geld en instanties doen mij persoonlijk niet veel. Ik vraag me vooral af waar de machinist aan dacht als hij de trein in beweging zette richting het Oosten. Wat voelde de ambtenaar van de burgerlijke stand als hij ‘geëmigreerd’ noteerde, zodat een Joodse familie door hem als Joods geregistreerd stond en gedeporteerd kon worden?

Al willen we graag anders geloven, we zijn voor onze identiteit grotendeels afhankelijk van de context waarin we ons bevinden. Onze identiteit blijkt geen stabiel moreel baken te zijn waar we blindelings op kunnen varen. Het is een veranderlijk construct, waarbij we steeds opnieuw bepalen wie we zijn en waar we voor staan. Het beroemde Milgram-experiment toont genadeloos aan dat een ruime meerderheid van de proefpersonen onder bepaalde omstandigheden zó gevoelig wordt voor autoriteit dat ze een medemens dodelijke stroomstoten toedienen om maar niet ongehoorzaam te zijn.

De machinist die mijn oom Frans naar de kampen vervoerde, was geen autonoom individu dat willens en wetens een ‘foute’ beslissing maakte. Hij wilde simpelweg zijn meerdere gehoorzamen, niet uit de toon vallen bij zijn collega’s en natuurlijk zijn baan behouden. Zo wezensvreemd is deze mentaliteit nou ook weer niet, want hoe vaak werken wij mee aan zaken waar we eigenlijk helemaal niet achter staan? ‘We weten allemaal dat die cursus nergens op slaat, maar ja, het moet nou eenmaal van onze leidinggevende.’

Zoals Nietzsche zich afvraagt in Ecce Homo ‘hoeveel waarheid verdraagt een geest, hoeveel waarheid durft een geest aan?’ Meer waarheid kan helpen om echt te vergeven en eindelijk verder te gaan.

Esther van Fenema is psychiater, opiniemaker en violist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden