Opinie Hbo

Meer aandacht naar onderzoek verhoogt wel degelijk kwaliteit van het onderwijs op het hbo

Studenten volgen een les aan de Avans Hogeschool in Den Bosch. Beeld Marcel van den Bergh

In het publieke debat over het hbo is een interessant patroon te herkennen. Ongeveer elke vijf jaar concludeert er wel weer iemand dat het kommer en kwel is in het hoger onderwijs. Dit keer Nico Keuning (O&D, 11 december). Op basis van het turven van een handjevol vacatures op vijf hogescholen stelt Keuning dat er stevig bezuinigd kan worden in het hbo. Hij spreekt zelfs van een goudmijn, die zó voor de hand ligt, dat zelfs de minister eroverheen kijkt.

Een goudmijn? Het gaat om minder dan 0,3 procent van de begroting van het ministerie van OCW. Vervolgens vraagt Keuning zich af wat er van al dat onderzoek bij studenten terechtkomt. Die vraag is al lang en breed beantwoord door het Rathenau Instituut. Bijna de helft van de hbo-studenten wordt op enig moment in de opleiding ingeschakeld bij de onderzoeksactiviteiten van een lectoraat.

Keuning wil ons ook doen geloven dat een student een deel van de rekening van het lectoraat betaalt, maar ook die bewering klopt niet. Een student in het hoger onderwijs draagt namelijk slechts 20 procent bij aan de kosten van zijn studie. De overige 80 procent lapt de gemeenschap bij. Een kwart van de lectoraten zit overigens in de sector techniek, agro en food; sectoren die steeds meer van levensbelang zullen zijn voor de Nederlandse, duurzame economie.

In het hbo is de laatste decennia inderdaad een groeiende aandacht voor onderzoek. Het is echter de vraag of dat ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs, zoals Keuning beweert. Wellicht is het gelijktijdige verlangen van de toenmalige rector van de Hogeschool van Amsterdam, Jet Bussemaker, naar betere docenten én meer onderzoek geen toeval.

Vroeger moest een student een schriftelijk tentamen doen over bijvoorbeeld vergunningen. Nu moet hij niet alleen een tentamen doen, maar hij gaat ook naar een onderneming om te onderzoeken of die over alle vereiste vergunningen beschikt. Vroeger moest een student in het kader van het afstuderen een theoretische scriptie schrijven. Nu moet hij voor een opdrachtgever een product ontwikkelen, waarbij hij niet alleen de theorie moet bestuderen om het product te kunnen maken, maar ook moet onderzoeken of dat product bruikbaar is in de praktijk.

De verschuiving van ‘theorie’ naar ‘toepassing van de theorie in de praktijk met behulp van een systematisch onderzoek’ verhoogt wel degelijk de kwaliteit. Het gaat in het hbo niet om het slijten van je vak, maar om het opleiden van studenten voor een zich voortdurend ontwikkelende beroepspraktijk. Wat zij nodig hebben, zijn kennis en vaardigheden die van belang zijn bij hun voortgezette professionalisering. Onderzoek kan dit ondersteunen.

Er zullen ongetwijfeld opleidingen zijn, waarin de balans is doorgeslagen, maar daarmee kun je nog niet het gehele hbo over een kam scheren. Wellicht moet Keuning eerst onderzoek doen alvorens dergelijke boute uitspraken te doen.

Willem-Jan van Gendt en Ron ­Ritzen zijn auteurs van het boek ‘De kwaliteit van het hbo’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.