Opinie

Meedogenloos voor de kick gaan: dat is topsport

De eerste week Zomerspelen heeft de emoties geleverd die je van sport verwacht. Vreugde om de medailles natuurlijk. Maar ook drama (de val van wielrenster Annemiek van Vleuten), frustratie (handbalsters die zichzelf in de weg zitten), teloorgang (zwemmers die moeten erkennen dat hun gouden dagen voorbij zijn).

Yuri van Gelder als wereldkampioen in een whirlpool in Melbourne, 2006. Beeld anp

Emoties in de sport gaan diep. Zelf heb ik pas in de herhaling naar de volleybalwedstrijden kunnen kijken; toen ik de uitslag nog niet kende, vond ik het simpelweg te spannend. Tegelijkertijd is de formule van het verhaal waarop topsport drijft eenvoudig: succes = fysiek talent + het juiste karakter om het ijzeren oefenen vol te houden, zenuwen te bedwingen en op het goede moment te pieken. Wat vervolgens lukt (euforie!) of niet (verdriet!).

Dit narratief is dermate dominant dat je de vragen van de sportverslaggevers en de antwoorden van de sporters van tevoren al kunt uitschrijven, want het zijn allemaal clichés. Geeft niets. Die rituele gesprekken helpen om de losgewoelde emoties te verwerken, om het bonzende hart weer ietsje tot bedaren te brengen.

En opeens is daar Yuri van Gelder. Al dagenlang gaat het over hem, de turner die naar huis is gestuurd omdat hij buiten het atletendorp aan de boemel ging en daarmee de normen en waarden overschreed. Nu mag Yuri niet meer meedoen. Dit verhaal is nu eens niet voorspelbaar, maar juist vreemd en meerlagig - een roman waardig.

Onbewuste van topsport

We hebben een hoofdpersoon, een man die tien jaar geleden de beste ringturner ter wereld was. Hij maakte een misstap (cocaïnegebruik) maar de plotlijn ligt klaar: hoofdpersoon doet boete, loutert, en triomfeert alsnog. Tien jaar lang beult Yuri zich af voor een tweede kans. Die krijgt hij - en verspeelt hij door een simpel avondje stappen. Droom kapot, want een derde kans biedt geen enkel verhaal. Hoe kan een sporter zo roekeloos zijn? Maar ook: waarom reageert de chef de mission zo buitenproportioneel streng?

Als er irrationele dingen gebeuren, zoek ik graag mijn heil bij de psychoanalyse, omdat die theorie conceptueel uit de voeten kan met zoiets vreemds als (zelf)sabotage. Psychoanalyse nodigt uit om Yuri's gedrag te begrijpen als symptoom van de achterkant, het onbewuste, van topsport. Dat bevalt me, want zo kunnen we Yuri een beetje privacy gunnen en zijn karakter verder laten voor wat het is - maar hem wél beschouwen als de 'plek' waar het topsportsysteem zijn andere gezicht toont.

Wat zie je daar? Verslavingsgevoeligheid en grensoverschrijdend gedrag. Topsport trekt per definitie monomane en risicozoekende mensen aan. Je móét als topsporter wel meedogenloos voor de kick gaan en daar veel voor op het spel willen zetten, anders mis je de juiste gedrevenheid.

Junkies

In die zin lijken topsporters op junkies. Het verschil met verslaafden is dat topsporters hun kortetermijnbelangen niet laten domineren. Ze moeten juist eindeloos oefenen voor een doel dat heel ver weg ligt - soms wel tien jaar. Topsporters zijn junkies met discipline. Maar zelfbeheersing en zucht naar de kick zijn tegengestelde krachten. Om de resulterende spanning te kunnen verdragen, hebben sporters een kader nodig. Een Wet. Een exoskelet dat steun en begrenzing geeft. In de sport heet dat: de begeleidende staf.

Yuri doet iets onbegrijpelijks, maar ook de reactie van het sportgezag komt vreemd en onredelijk over, zoals al veelvuldig is opgemerkt. Want hoe vreselijk was het nu helemaal wat Yuri deed? Zijn wedstrijd zou pas dagen later zijn; die eventuele kater is dan wel voorbij. Zijn late, lawaaiige thuiskomst schijnt andere sporters uit hun slaap gehaald te hebben. Irritant, maar zou Yuri ook naar huis zijn gestuurd als hij zwaar bleek te snurken?

Wat er ook is gebeurd, er was natuurlijk best een redelijke oplossing denkbaar. Maar zo'n oplossing was tegelijk onmogelijk. Het gaat namelijk niet om redelijkheid. Het gaat erom dat een topsporter op een toernooi klakkeloos moet luisteren. De situatie is al zo wankel.

Als topsporter cultiveer je gevaarlijke wensen en neigingen. Je moet verbeten zijn, egocentrisch, risicozoekend, nietsontziend, gericht op de kick. De krachten die je daarmee oproept, kun je alleen met discipline het hoofd bieden. Die discipline besteed je deels uit aan je begeleiders. Wil zo'n systeem werken, dan moet je je wel laten disciplineren. Topsporters gedijen alleen in een zekere dictatuur (vandaar, overigens, dat ik niet zo dol ben op al die sportmetaforen van werkgevers).

Ik bewonder topsporters en geniet van hen, maar als hoofdpersonen van een verhaal zijn het vaak makke flat characters ('ik ga ervoor!'). Anti-held Yuri heeft dat sportverhaal deze week flink gecompliceerd. Hij toont dat sport niet alleen spannend is, maar ook op spanning staat.

Marjan Slob, filosoof en Volkskrant-columnist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden