Opinie

'Medelijdenmoeheid' en 'slachtoffercultuur': waarom ellendebeelden ons niet meer raken

Bloedbeelden uit verre landen raken ons minder, ook omdat we zelf in een slachtoffercultuur leven.

Een beeld uit een geïmproviseerd lijkenhuis in Douma, nabij Oost-Ghouta. Beeld afp

'We weten dat jullie verveeld raken van onze bloederige beelden. Maar we zullen een beroep op jullie blijven doen'. Deze tweet heeft de Syrische jongen Muhammad Najem (15) vastgepind boven zijn blog uit het belegerde en platgebombardeerde Oost-Ghouta nabij Damascus.

Waarom raken die ellendebeelden ons niet meer? De twee belangrijkste oorzaken zijn onze 'medelijdenmoeheid' en de 'slachtoffercultuur' waarin we het liefst daders aanwijzen die onszelf tot slachtoffer hebben gemaakt, van wat ook.

Medelijdenmoeheid (compassion fatigue) wordt steeds meer als een erkende ziekte beschouwd, als secundaire traumatische stress, een mix tussen trauma en burn-out. Hulpverleners lijden eraan, en intussen lijdt het publiek er ook aan. Bij hulpverleners ontstaat het uit het dweilen-met-de-kraan-opengevoel en uit het gevoel van ondankbaarheid bij mensen die men helpt. Hulpverleners kunnen dan ten prooi te vallen aan de 'verleiding van de morele afkeer' (Michael Ignatieff): men krijgt een hekel aan degenen die men wilde helpen.

Als men ziet dat de pas aangelegde waterput na een maand alwéér is dichtgeslibd en de 'locals' hoort zeggen: 'U bent toch verantwoordelijk voor die waterput?', dan kan de reactie zijn: 'Val ook maar dood allemaal.' Dan is de burn-out niet ver weg. Dan is een houding van 'welwillende desinteresse' beter: ik help omdat ik vind dat het moet, niet omdat ik jou zo aardig vind of dankbaarheid verwacht. Hulp verlenen is niet zelden slopend. Daarom beval Moeder Theresa haar nonnen in Calcutta na vier jaar een jaar verlof te nemen om bij te komen, 'te genezen' zoals zij het noemde.

Medelijdenmoeheid is ook voor het publiek thuis op de bank een normaal verschijnsel. Hier komt nog een schuldgevoel bij dat men geen hulpverlener wordt en zelfs geen geld meer wil overmaken. Het weg zappen heeft een aantal oorzaken.

Henri Beunders is hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit.

De eerste is dat alle reeds verleende hulp blijkbaar niet genoeg was, ja dat niets lijkt te helpen. De Duitsers die begin september 2015 op het station in München de vluchtelingen opvingen met knuffels en frisdrank dachten dat het om tweeduizend vluchtelingen ging. De beelden van de vluchtelingenkaravaan over de bielzen van de Balkan en van de verdronken peuter Alan op het strand bij Bodrum braken het gulle hart van velen open. Intussen zijn twee miljoen vluchtelingen opgevangen en lijkt er een nieuwe karavaan op komst. Daarom is de reactie op de bloggende Muhammad: 'Fijn jongen, maar nu even niet.'

De complexiteit van burgeroorlogen zoals in Syrië neemt ook toe naarmate we ons er minder in verdiepen. Dat versterkt de hulpeloosheid, dat leidt tot schuldgevoel en zelfhaat, en dat wordt vaak met woede of walging weggemasseerd. En meestal blijkt de situatie in crisisgebieden niet zwart-wit. Dat geldt ook voor de verdrijving van een half miljoen islamitische Rohingya uit het boeddhistische Myanmar. Stichting Samenwerkende Hulporganisaties zag er daarom van af om een Giro555-actie te organiseren.

Zelfs moreel simpele drama's als natuurrampen kunnen niet meer automatisch op begrip rekenen. Ook hiervan komen er te veel, en daarom zoeken we een excuus om ons af te wenden. Bij de orkaan op 'ons eigen' Sint Maarten was dat het woord 'corruptie' dat al in de eerste Journaal-uitzending viel. Giro555 haalde krap 13 miljoen op, tegen 111 miljoen na de aardbeving in Haïti in 2010.

Dat golven van hulpvaardigheid gevolgd worden door medelijdenmoeheid is een bekend fenomeen. Het overkwam de verslaafden in de jaren zeventig, de daklozen in de jaren tachtig, de Kosovaren eind jaren negentig. En de Afghanen en Irakezen na de eerste jaren van woede na 9/11. Bij crises in 'zwart' Afrika is wegkijken trouwens altijd meer regel dan uitzondering geweest.

De media krijgen vaak de schuld van deze medelijdenmoeheid, omdat ze na een tijdje het zoeklicht weer op iets anders richten dat sensationeler of sexyer is. Dit is slechts ten dele terecht. Het ligt vooral aan onszelf. Wij mensen zijn wel van goede wil, maar miskennen vaak de situatie en overschatten ons vermogen om effectief te helpen.

Een nieuwe en verontrustende oorzaak is de veranderde mentaliteit in het Westen: steeds meer mensen voelen zich zelf slachtoffer. Van de omgeving, 'de ander', van wat en wie er ook voor in aanmerking komt: 'institutioneel' racisme, kolonialisme, slavernij, seksisme. Misbruik is overal: Zwarte Piet, #MeToo, die roker daar op het terras. Laatste dader is Tivoli, dat een cowboypartijtje hield.

Zo zijn we zelf komen te leven in een slachtoffercultuur. En daarin gaat de meeste energie zitten in het aanwijzen van daders in eigen kring. Medelijdenmoeheid mag een normale herstelfase zijn, dit verdwijnen van mededogen met mensen die in het feitelijke heden verderop worden verkracht, vermoord of verdreven is niet normaal, en ook niet gezond.

Henri Beunders is hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden