Column Sheila Sitalsing

Mdma, waar een klein land groot in kan zijn en wat dit zegt over wie ‘wij’ zijn

Over het wezen van de Nederlander – de gewone, de normale, de echte, zoals ze in Den Haag plegen te zeggen, want er zijn ook een hoop onechte – kan langdurig gepalaverd worden. Dan gaat het over het belang van Zwarte Piet en van blote tieten op het strand, maar men kan ook Waar een klein land groot in kan zijn ter hand nemen.

Want de studie naar 50 jaar synthetische drugs in Nederland die dit weekend verscheen is ook, zo schrijven de auteurs Pieter Tops, Judith van Valkenhoef, Edward van der Torre en Luuk van Spijk (allen verbonden aan de Politieacademie), niets minder dan ‘een beschrijving van de geschiedenis van Nederland’. Eigenlijk zegt het verhaal ‘veel over wie wij zijn, wat wezenlijke kenmerken van Nederland zijn, over wat wij belangrijk en toelaatbaar vinden.’

De ‘wij’ uit deze 278 kantjes rapport zijn van oudsher afkomstig uit Brabantse en Limburgse families, zijn praktisch opgeleid, weinig autoriteitsgevoelig, ruiken handelskansen op grote afstand, en wisten in steenkolenengels een wereldnetwerk op te bouwen met leveranciers van chemicaliën, koks en fabricageprocessen van de hoogste standaarden. Ze zijn innovatief en flexibel, kennen chemici die vernuftig kunnen tabletteren, leveren topkwaliteit. Hun imperia reiken tot in China, ze exporteren niet alleen pillen maar ook expertise – zo kan men in Polen of België een lab opzetten met deskundig advies uit Nederland. Met hun miljardenomzetten in xtc en speed zijn ze onbedreigd wereldmarktleider. Goed en niet duur, het zijn de twee pijlers onder menig Nederlands succes.

Ze doen kortom, niet onder voor de mannen, ook veelal uit Brabantse families, die aan de basis stonden van de margarine- en gloeilampenfabrieken die zijn uitgegroeid tot ‘s lands trots, en die politici nogal eens hebben aangezet tot onbesuisde daden in de fiscale sfeer.

De ‘wij’ uit dit rapport zijn ook vaderlandse politici die andere landen graag met enige minachting kwalificeren als ‘narcostaat’ en ‘bananenrepubliek’ en zich tegelijkertijd weinig bekreunen om de opsporing van de georganiseerde drugscriminaliteit in eigen land. Pas toen bevriende staatshoofden zich bekloegen over de continue pillenaanvoer uit Nederland, werd er meer werk van de opsporing gemaakt.

Daarna ebde de aandacht weg, want de ‘wij’ uit dit rapport hechten meer aan het volksgezondheidsbelang dan aan het opsporingsbelang. En meer aan vrije handel dan aan duur gedoe bij de douane. En de ‘wij’ uit dit rapport houden niet van hoge straffen. Lage pakkans, lage straffen: het is een belangrijke reden waarom de Chinezen de productie van mdma en aanverwante middelen graag aan Nederland gunnen.

Wat meer oranjegevoel bij het Nederlandse bedrijfsleven zou de journalistiek sieren, hoorde ik onlangs de premier drenzen. En oranjegevoel had ik, bij deze opsomming van verworvenheden.

De keerzijde is bekend: geweld, vermenging met de bovenwereld, ondermijning van het gezag, normvervaging en verloedering, burgemeesters uit het zuiden van het land bevechten clans die hele buurten intimideren en overal schijt aan hebben.

‘Beschamend’, reageerde Ferdinand Grapperhaus zaterdag. Ruim twintig jaar nadat de parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden concludeerde dat er te weinig slagkracht is bij de opsporingsinstanties – een conclusie waar volgens Tops twintig jaar lang niks mee is gedaan – wil de minister plots ‘gewoon keihard die hele criminele economie oprollen’.

In rechercheteams door het ganse land zal bitter zijn geschamperd bij zoveel nieuwe flinkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.