Column Peter Winnen

Mathieu van der Poel rouwt door te toveren

Peter Winnen Beeld v

Zondagmiddag, ik kom thuis van een rondje peddelen door de windstille Peel. Met de handschoenen nog aan grijp ik de afstandsbediening van de televisie. Het is dankzij de windstilte dat ik net op tijd terug ben om Mathieu van der Poel kansloos te zien worden door een valpartij van anderen in de eerste bocht van de werelbekerveldrit te Kok-sijde. En met de handschoenen nog aan zie ik dat Mathieu van der Poel na welgeteld één ronde terug is aan het front en de rest kansloos achterlaat alsof de geest vaardig over hem is geworden.

Zo rouwt van der Poel dus, door te toveren.

De veldrijder annex mountainbiker annex wegwielrenner stond er sowieso om bekend dat hij de aanleg van een toverstaf had, maar daar in Koksijde viel iedereen stil.

Zijn opa, Raymond Poulidor, overleed op 13 november. Een paar dagen later verscheen Mathieu ‘gewoon’ aan de start van de wereldbekerkoers in Tabor. Hij won, maar van tovenarij was volgens hem toen nog geen sprake. ‘Zowel fysiek als mentaal was het heel erg zwaar’, zei hij na afloop.

Zijn opa. Raymond Poulidor behoort tot het landschap van mijn jeugd. Ik was nog een kind toen hij al ‘de eeuwige tweede’ genoemd werd. Een eeuwige tweede spreekt niet zo tot de verbeelding van een tienjarige die louter identificatie met winnaars zoekt, toch had hij mijn sympathie. Dat kwam door zijn kop: een en al rechtschapenheid straalde hij uit. Ik vond zijn kop op de kop van mijn vader lijken die ik in die tijd tot de meest rechtschapen mensen van de mij bekende wereld rekende.

Mijn vader was ook een soort van eeuwige tweede.

In de weldaad aan necrologieën lees ik vooral dat het etiket ‘eeuwige tweede’ niet al te letterlijk genomen moet worden. Nee, de Tour won hij nooit al kwam hij vaak vervaarlijk dicht in de buurt; stiekem bouwde hij een potente palmares op.

Ik lees dat hij in 1966 zich zonder morren meldde bij de allereerste dopingcontrole in de geschiedenis van de Tour, en zich een dag later afzijdig hield van protestacties geleid door notoire amfetamineafnemers als Anquetil en Altig tégen die controles. Ik lees dat Poulidor daar later over zei: ‘Sindsdien verleenden ze me geen gunsten meer’.

Als kind heb ik dat politieke spel natuurlijk gemist, maar in retrospectief snap ik waarom Poulidor zich liet vieren als eeuwige tweede, en daar tot aan zijn dood garen bij wenste te spinnen.

Mathieu sprak een paar spaarzame maar beklijvende zinnen op de uitvaart. Mathieu heeft het dna van een eeuwige tweede, maar hij wint wel vaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden