Opinie

Martin Sommer over het gebrek aan belangstelling voor de lokale politiek

Vrij zicht

Aan het gemeentebestuur zie je hoe regentesk Nederland nog is

Martin Sommer

In verband met het nieuwe optimisme zat ik te lezen in het SCP-rapport De sociale staat van Nederland. Ja, we zijn een tevreden natie, vooral met onze democratie. Maar als je zo'n rapport zelf leest, springen toch een paar dingen in het oog. De totale instorting van het ledental van de klassieke partijen en het gebrek aan belangstelling voor de lokale politiek. Zie plaatje 1. Daar blijkt hoezeer Nederlanders afwijken in de mate waarin ze praten over gemeentepolitiek - niet of nauwelijks. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen was de opkomst 54 procent. Zodirect gaan we weer stemmen voor de gemeenten, dus het loont de moeite daar eens naar te kijken.

Als je het mij vraagt is dat gebrek aan interesse volstrekt rationeel. Gemeentepolitiek bestaat hier amper. Alle heil en zegen komt van boven, ook na de zogeheten decentralisaties. De gemeente mag knikken en uitvoeren. Om wat te noemen: veel gemeenten kijken met afschuw naar de windmolenparken die op stapel staan. Haagse doorzettingsmacht is hun deel. Samenvoegingen: bestaande gemeenten zijn consequent tegen. De jongste voorbeelden zijn Hoeksche Waard en Groningen. Ze gaan altijd door, ook al is er recent onderzoek waaruit blijkt dat de voordelen van schaalvergroting niet aantoonbaar zijn.

En vooral: de kiezer wordt niets gevraagd. Lees hierover Niet de kiezer is gek van politicoloog Tom van der Meer. De grote partijen CDA, VVD en PvdA zijn geweldig verzwakt. De kiezer volgt allang niet meer trouwhartig, maar is assertief geworden. Wie niet presteert, wordt afgerekend in het stemhokje. Het antwoord van de gevestigde partijen is altijd dat het aan de 'wispelturige' kiezer ligt en dat die dus minder te vertellen moet krijgen, bijvoorbeeld met een k iesdrempel. In het voordeel van de gevestigde partijen, uiteraard. Op lokaal niveau denkt men 'de kloof' te bestrijden met nieuwe vormen van burgerparticipatie, die allemaal gemeen hebben dat er geen kiezer aan te pas komt. Want kiezers zijn cynisch en zeggen vooral nee.

Een fraai voorbeeld stond vorige week in het blad Binnenlands Bestuur. Om 'politiek gedoe in de raad' tegen te gaan, is er een nieuwe methode. Die wordt consent genoemd in plaats van consensus. Er zal wel een adviesprijskaartje aan hangen. Onder leiding van 'bruggenbouwers' gaan de raadsfracties op zoek naar gezamenlijkheid, naar wat ze bindt. Met als doel een programma waar iedereen zich in kan vinden. Van belang is 'gezamenlijk het proces in te gaan. Begin op tijd, al voor de verkiezingen.' Al voor de verkiezingen beginnen aan het volgende college-akkoord. Dat is nou een briljant idee, ik heb gratis nog een beter. Helemaal geen verkiezingen.

Het is allemaal paternalisme en 'wij weten hoe er bestuurd moet worden'. Terwijl de kiezer consequent wil dat er méér te kiezen valt en niet minder. Deze week ging het in de Kamer over de burgemeestersbenoemingen, de Heintje Davids van het staatsrecht. Van de burgers wil 70 procent dat de burgemeester rechtstreeks wordt gekozen, en dat al decennia lang. Staat ook weer in het SCP-rapport. Denk maar niet dat het er nu van komt. Ook hier is de gevestigde politiek in het schuttersputje gekropen. Uit het debat van deze week werd duidelijk dat je tegenwoordig een populist bent als je je burgemeester direct wilt kiezen. Alleen de PVV en Thierry Baudet willen er nog hard voor hollen.

Even uitleggen. Al jaren is men bezig om de door de koning benoemde burgemeester uit de Grondwet te halen. In 2005 was het bijna zover, maar toen ging Ed van Thijn (PvdA) dwarsliggen, omdat de directe burgemeestersverkiezing aan het besluit vastzat. Dertien jaar later zijn de twee uit elkaar gehaald. Nu ziet het ernaar uit dat de benoemde burgemeester uit de Grondwet wordt gehaald, en er verder niets verandert. Dat suggereerde D66-minister Ollongren en de meerderheid van de Kamer zei het haar na. Zoals het nu gaat, kun je solliciteren bij een vertrouwenscommissie, samengesteld uit de raadsfracties. Daarna stemt de raad over de voordracht.

Zoals bekend zijn de burgemeesters heel tevreden met hoe het nu gaat. Zij staan boven de partijen en zijn onafhankelijk, zeggen ze. Een raar argument, om te beginnen omdat ze van huis uit net zo gekleurd zijn als een gekozen burgemeester. Bovendien zitten de burgemeesters juist in dit stelsel met verschillende petten op, als onafhankelijk raadsvoorzitter en tegelijk medeverantwoordelijk collegevoorzitter. Het is bij uitstek Nederlands om het aan de bestuurders zelf over te laten hun rollen uit elkaar te houden. Maar de belangrijkste bron van de burgemeesterlijke tevredenheid is natuurlijk dat ze nooit met de zweep van de democratie te maken krijgen. Je moet er toch niet aan denken dat kiezers zich ertegenaan gaan bemoeien.

Over het voortzetten van de huidige praktijk merkte Martin Bosma (PVV) terecht op dat de gevestigde partijen dan kunnen blijven tegenhouden dat een PVV'er ooit burgemeester wordt, aangezien ze hun krachten in de vertrouwenscommissie zullen bundelen. Over de PVV haalt u misschien uw schouders op, maar hetzelfde lot is de lokale partijen beschoren. Die hebben nu 40 procent van de stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, en toch nauwelijks burgemeesters. Rara hoe kan dat? Zij zullen achter het net blijven vissen, ten gunste van de oude partijen. Het lijkt allemaal sprekend op het fantastische boek De tijgerkat en het beroemde gezegde: alles moet anders, opdat alles hetzelfde blijft.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.