Column

Martin Sommer: 'Brexit of niet, het Engels rukt op aan de universiteit. En snel'

 

Wie dacht dat taal niets met politiek te maken heeft, zou intussen beter moeten weten. Begin deze maand zei EU-commissievoorzitter Juncker: ik ga Frans spreken, want met het Engels gaat het bergaf. Dat was natuurlijk pesterij vanwege de Brexit. Fransen blij, Britten boos. Taal is gevoelswaarde, eigenwaarde, en je kunt alleen al met de keuze van een voertaal prima beledigen. Vraag maar aan de Vlamingen. Met het Nederlands gaat het uitstekend, rapporteerde twee weken geleden de Taalunie. Ook politiek.

'Nederlandse taal bezwijkt helemaal niet onder Engels', kopte dagblad Trouw. De impliciete boodschap was dat het eens uit moest zijn met het oubollige identiteitsgezeur over het Nederlands. Eén sector werd niet besproken in het Trouw-artikel. De universiteit. Daar is het Nederlands vrijwel achter de horizon verdwenen, stelde dezelfde Taalunie vast. Brexit of niet, het Engels rukt op. En snel.

Voor de stand van zaken vervoegde ik me aan de Universiteit van Amsterdam. Daar hielden ze een debat - een 'oploop' heette het - over Engels als voertaal aan de faculteit geesteswetenschappen. Het bestuur had een rapport gemaakt met een pleidooi voor een 'evenwichtige tweetalige faculteit'. Engels en Nederlands zouden in de toekomst gelijk opgaan.

EU-commissievoorzitter JunckerBeeld epa

In de discussie lagen de verhoudingen vertrouwd. Docenten in talen, geschiedenis en kunstgeschiedenis waren tegen meer Engels, in verschillende graden van mordicus. Het management was vóór, en verpakte het handig met de suggestie dat via die tweetaligheid het Nederlands zou worden gered. Want 'dat het heel hard gaat', daarover is iedereen het eens. 93 procent van de masters wordt landelijk in het Engels gedoceerd, eenderde van de bachelors.

De ondernemingsraad stelde in een reactie dat die tweetaligheid een soort lokaas is. Alle door het bestuur aangevoerde argumenten wijzen op het goede, het ware en het onvermijdelijke van het Engels. Volgens de OR zijn cursussen ('tracks') in twee talen ook tweemaal zo duur en tweetalige bestuursstukken ook. Het Nederlands zal aan het kortste eind trekken. Een aanwijzing daarvoor is de komende Onderwijsdag. Die wordt in het Engels gehouden, ten behoeve van de buitenlandse docenten - die officieel het Nederlands zouden moeten beheersen.

De bestuursnota wijst op Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat een 'international classroom' beter presteert dan een eenvormige klas. Dat onderzoek gaat over van alles, aldus de OR, maar niet over de voertaal. Die is immers in de VS altijd Engels. Een tweede onderzoek, ook over de heilzame werking van het Engels, was afkomstig van de Universiteit Utrecht. Ook dat trok de OR na. Het bleek een masterscriptie waarin veertien studenten werden geïnterviewd. In een latere versie van de bestuursnota kwam de verwijzing naar dat onderzoek niet meer voor.

Ooit was het spreken van de landstaal een bewijs van emancipatie. We gingen zelf nadenken, in onze eigen taal. Simon Stevin bedacht het woord evenwijdig, veel beeldender dan parallel. Goed onderwijs en onderzoek in het Nederlands leek altijd vanzelfsprekend, ja staat zelfs gewoon in de wet. Maar wat voor zich spreekt, ontbreekt het vaak aan woorden. Het faculteitsbestuur beschikt over veel meer vocabulaire om het Engels aan te prijzen. Internationalisering is een 'kernwaarde', net als 'toegankelijkheid, ongeacht nationaliteit, culturele, socio-economische of religieuze achtergrond of handicap'.

Tegen zoveel idealisme is geen kruid gewassen. Van voertuig voor emancipatie is de eigen taal reactionair geworden. Waarom zo krampachtig, vroeg de faculteitsbestuurder aan de taaldocenten die het Nederlands bepleitten. Tegenargumenten krijgen al vlot het etiket van verdachtmakingen. Want er zijn mooie idealen, maar zeker ook plattere overwegingen waaraan bestuursnota's voorbijgaan. Zoals het feit dat universiteiten als de dood zijn voor teruglopende studentenaantallen, en trachten dreigende tekorten via werving in het buitenland te compenseren.

Over diversiteit, de sleutel op alle sloten, is veel te doen. Een vraag die daarentegen helemaal niet aan de orde komt, is wat de universiteit eigenlijk aan Nederland verplicht is. De veelbesproken kloof tussen hoger- en lageropgeleiden wordt er met een Engelstalige universiteit niet kleiner op. Een kwart van de docenten van de UvA is afkomstig uit het buitenland. Hopelijk hebben ze het hier naar hun zin, maar zodra het minder gaat, zullen zij zich naar de uitgang reppen.

Intussen zal 95 procent van de Nederlandse afgestudeerden gewoon in Nederland aan de slag gaan, in een Nederlandstalige omgeving. Ook de afgestudeerde artsen, advocaten, leraren, burgemeesters en chirurgen. Ondanks alle ronkende beweringen van bestuurders is er geen enkel onderzoek over het belang van het Engels op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Dat laatste staat in de zogeheten Verkenning die de KNAW in opdracht van minister Bussemaker heeft gedaan naar het Engels als universitaire voertaal. De verkenning komt volgende maand uit en belooft kritisch te zijn, ook over het universitaire gebrek aan belangstelling voor de eigen samenleving. Zal het helpen? Het bestuur van de inmiddels geheel Engelstalige University Maastricht schijnt tegenwoordig weer in het Nederlands te vergaderen. De vooruitgang moet ergens beginnen.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden