Opinie

Martin Bosma moet de nieuwe Kamervoorzitter worden

De Kamervoorzitter zou op basis van kwaliteit in plaats van sentiment gekozen moeten worden.

Martin Bosma van de PVV heeft zich officieel kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer. Beeld anp

Morgen kiest de Tweede Kamer een nieuwe voorzitter. Eén van de kandidaten is Martin Bosma. Al jarenlang treedt hij regelmatig op als vervangend voorzitter en de Kamer is altijd unaniem vol lof over zijn optreden. Hij leidt de vergaderingen met gezag en flair en is tot op detail op de hoogte van alle reglementen. Toch is de kans zeer klein dat hij gekozen zal worden. De reden is dat hij in de Kamer zit namens de PVV en het gevoel bestaat dat hij daardoor het parlement niet goed kan vertegenwoordigen. Wat mij betreft een slecht argument om hem af te wijzen. De Kamer zou een andere afweging moeten maken en de formele positie van de Kamervoorzitter moeten veranderen.

Rancune

De Tweede Kamer bevindt zich in een complexe en roerige tijd. Een recordaantal van zestien fracties is vertegenwoordigd, dat maakt het vergaderen niet makkelijk. Het politieke landschap is instabiel door enorme schommelingen in peilingen en verkiezingsuitslagen en de omgangsvormen worden steeds grover. Juist op dit moment heeft onze Kamer behoefte aan een sterke voorzitter die de sfeer van debatten goed aanvoelt en daadkrachtig en met gezag kan ingrijpen daar waar dit nodig is.

Maar als je kijkt naar hoe de Kamer in het verleden haar voorzitter heeft gekozen dan bekruipt je het gevoel dat de kwaliteit van de kandidaten minder belangrijk is dan de politieke waan van de dag. Een voorbeeld is de verkiezing van Gerdi Verbeet (PvdA) in 2006. Zij versloeg de oud-minister Maria van der Hoeven (CDA), die objectief gezien veel meer aanspraak maakte op de functie, omdat tijdens de anonieme stemming de VVD-fractie uit politieke rancune massaal op Verbeet stemde. De reden was dat het CDA net de VVD als regeringspartij had vervangen door de PvdA en oud-minister Henk Kamp (VVD) als kandidaat-voorzitter in de eerste stemronde was afgevallen.

Uiteindelijk bleek Verbeet na een moeizame start een prima Kamervoorzitter te zijn maar ten tijde van de verkiezing was zij niet een logische kandidaat. De Kamer liet zich vooral leiden door sentiment. Voor de functie, die gezien kan worden als de hoogste positie binnen ons democratische bestel, is dit onverantwoord.

Nepparlement

Toch valt er zeker wat te zeggen voor het argument dat het niet logisch is om iemand als Kamervoorzitter te benoemen die komt uit een fractie die het parlement als 'nepparlement' bestempelt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat een kandidaat-Kamervoorzitter in Nederland zich feitelijk namens zijn fractie kandidaat stelt. Over het algemeen wordt de kandidatuur binnen de fractie afgestemd. Zo mocht Ton Elias zich in 2012 niet kandidaat stellen, omdat zijn fractie de voorkeur gaf aan Anouchka van Miltenburg.

Veel belangrijker nog is dat een gekozen Kamervoorzitter lid blijft van zijn fractie en ook fractievergaderingen kan blijven bezoeken. Daarnaast stemt de voorzitter bij alle stemmingen ook gewoon mee met zijn eigen fractie. De voorzitter heeft de formele schijn dus tegen zich.

Opzeggen partijlidmaatschap

Hoe anders is dit bijvoorbeeld in Groot-Brittannië. Daar zegt een gekozen Kamervoorzitter (The Speaker) het lidmaatschap van zijn partij op en is hij vanaf zijn verkiezing volledig onafhankelijk. Alle banden met zijn politieke partij worden verbroken. Nadat hij is afgetreden als voorzitter trekt hij zich terug uit de politiek en keert niet meer terug binnen zijn partij. The Speaker stemt ook niet mee tijdens debatten behalve in het hoogst uitzonderlijke geval dat de stemmen staken. Aan de functie van Kamervoorzitter wordt zoveel belang gehecht dat de verkiezing de eerste daad is van een nieuw verkozen parlement. De Kamervoorzitter wordt zelfs 'the first citizen' genoemd.

Het zou verstandig zijn als de Nederlandse Kamervoorzitter dezelfde formele onafhankelijkheid zou krijgen. Niet omdat onze Kamervoorzitters in het verleden partijdig of niet onafhankelijk hebben gefunctioneerd. Maar wel omdat het formeel de bijzondere positie van Kamervoorzitter vastlegt.

Het dwingt kandidaten ook om een bewuste keuze te maken wanneer zij overwegen zich kandidaat te stellen. Het Kamervoorzitterschap zou geen tussenstation moeten zijn maar een eindstation van een politieke carrière.

Het verleden heeft uitgewezen dat Martin Bosma de rol van Kamervoorzitter uitmuntend kan vervullen. Hij lijkt de juiste man om de vergaderingen in deze roerige tijden te leiden. Natuurlijk zal hij dit, indien hij gekozen zou worden, net als zijn voorgangers onpartijdig en onafhankelijk doen. Wel zou het goed zijn als dit in de toekomst ook formeel zo wordt geregeld.

Roderik van Grieken is directeur van het Nederlands Debat Instituut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden