Marokkanen zijn tobbers

Multiculturele samenleving maakt mensenschuw

Er stond een fotoreportage over Marokkaanse eerste generatie migranten die waren teruggegaan naar Marokko in het Volkskrant Magazine van afgelopen weekeinde. Knarige knarren in de Rif, had de ondertitel moeten zijn.

Koffer
Joost van den Broek fotografeerde ze met hun versleten koffer, die vast en zeker was meegegaan naar Nederland in de jaren zestig, erbij en tussen de cactussen van hun vervallen huisjes op het platteland.

Sietske de Boer, een uitgeweken Friezin die in Al Hoceima woont en de levens van de remigranten goed kent, interviewde ze. Ze maken een vermoeide indruk, deze opa's in retraite, alsof ze liever vandaag dan morgen zouden willen migreren naar hun volgende bestemming: de dood.

Kopzorgen
Dus dit zijn de vaders waarvan de zonen en dochters de Nederlandse samenleving zoveel kopzorgen bezorgen. 'Problemen, problemen, problemen', zag je die koppen denken. Als de lezer straks maar niet denkt dat wij het hebben veroorzaakt, al die narigheid. Ik miste in de foto's ook wat plezier of pret.

Ze zagen er, om eerlijk te zijn, een tikkeltje droevig uit. Ik kan helaas niet anders zeggen dan dat dit soort mannen altijd zijn best doet om het meest nukkige, depressieve en teneergeslagen gezicht op te zetten wanneer ze worden geconfronteerd met een welwillende.

Het is een afweermechanisme dat zijn nut bewezen heeft in Nederland – de multiculturele samenleving maakt op de een of andere manier ook mensenschuw. Gelukkig zitten er ook veel grappenmakers tussen, ik ben ze vaak genoeg tegen het lijf gelopen, maar die hebben de finale van deze serie niet gehaald. Ze worden oud, keren naar het geloof der voorvaders en alles valt ze uit handen.

Gereserveerd
Belangrijkere vraag is waarom ze zo gereserveerd daar staan? Is dat omdat ze zo ver van Nederland de polder missen? Of is het de uitkomst van veertig jaar in den vreemde verkeren: het slechte humeur dat elke dag als een snottebel aan je neus hangt. Er valt namelijk niet veel om blij over te zijn.

In Nederland heb je niets te zoeken, Marokko geeft niet om uitgerangeerde gastarbeiders. En natuurlijk gebeurt datgene wat romanschrijvers beter dan wie ook onder woorden kunnen brengen: hoe de tijd zelf je verslijt.

Gisteren zag ik bij de Wereld Draait Door een Marokkaan, ene Mohammed Slimani, die van de universiteit Utrecht een eredoctoraat had gekregen voor zijn hobby, tobbedansen. Hij heeft een paar keer meegedaan aan het programma ter Land, ter Zee en in de Lucht. Niet moeilijk om affiniteit te voelen voor zo'n programma als je als migrant in de jaren zestig, zeventig over land, water en in de lucht naar Nederland bent gekomen.

Tobbedanser
De migrant is een tobbedanser. Alles zit in dat woord, dansen op het water, zitten in een tobbe en het tobben zelf. Een migrant danst eerst naar zijn nieuwe bestemming waarna het grote tobben aanvangt. Hoe ben ik hier terecht gekomen, hoe kom ik hier weer weg? We keken thuis altijd naar dat programma.

Het magische moment dat de snelste tobbe de bel haalde zorgde voor ingehouden adem en daarna losbarstende hilariteit. Dat illustere programma is inmiddels ook ter ziele. Mohammed Slimani was daar dan wel bedroefd over maar liet zijn goede humeur er niet door verpesten. Hij lachte van oor tot oor over zijn geluk in Nederland. Voor hem geen enkeltje Marokko.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden