ColumnBert Wagendorp

Mark Rutte mag zijn record pakken, maar dan is het ook mooi geweest

null Beeld

Een deze dagen veelgehoord politiek scenario gaat als volgt: Mark Rutte wint de verkiezingen van 17 maart met twee vingers in de neus, hij vormt met het CDA (en een of twee andere partijen) Rutte IV en mag de coronacrisis afwikkelen. Daarna is iedereen wel zo’n beetje klaar met de era-Rutte en valt het kabinet. Met andere woorden: we stemmen straks voor een tussenkabinetje en ergens vroeg in 2023 – of misschien eerder – mogen we alweer.

Heel onwaarschijnlijk is het scenario niet. Er staan de komende periode twee parlementaire enquêtes op de rol (de gaswinning in Groningen en de kindertoeslagenaffaire) en misschien zelfs drie (corona). Het rapport van de eerste enquête staat gepland voor februari 2023, maar het staat nu al vast dat het niet lovend zal zijn voor Rutte, eerder desastreus. Het tijdsschema voor de kindertoeslagen-enquête is nog niet vastgesteld, maar ook in dat rapport zullen Rutte en zijn achtereenvolgende kabinetten worden geslacht.

Ook Rutte zal beseffen dat twee van dergelijke onderzoeken zelfs zíjn onaanraakbaarheid te boven zullen gaan. Hij kan zich niet blíjven verschuilen achter de geknakte ruggen van onderknuppels. Rutte heeft een anti-aanbaklaag, maar die is niet onverslijtbaar. Bovendien heeft hij meer verleden dan toekomst – een moment waarop de aandacht per definitie meer uitgaat naar verrichte daden dan voorgenomen plannen. De vraag wat hij sinds 2010 heeft gedaan met Nederland, ligt pregnant op tafel.

Het antwoord is niet onverdeeld gunstig. Nederland is onder zijn leiding een individualistisch en verdeeld land geworden, waar weinig tot niets is gedaan aan een eerlijker verdeling, waar problemen met huisvesting, landbouw, integratie, onderwijs, zorg en veiligheid niet zijn opgelost en klimaatproblemen halfbakken zijn aangepakt. Hij is de visieloze premier gebleken die hij altijd heeft willen zijn. Een pragmatische opportunist die enthousiast begon aan het bizarre PVV-experiment met Rutte I en die nu opeens naar links is geschoven.

Waarom hij toch de onverslaanbare blijft is een van de grote raadselen van onze tijd. Het moet iets te maken hebben met zijn natuurlijke charme en de zwakte van zijn tegenstanders.

Straks is hij de nieuwe premier, maar de vooruitzichten voor een man die hecht aan een prominente plek in de historie en die niet graag ziet dat zijn track-record nog tijdens zijn regeerperiode verder wordt besmeurd zijn niet rooskleurig. En dan moet de corona-enquête nog komen, waarvan nu nog met geen mogelijkheid valt te zeggen hoe het oordeel zal uitvallen. De economische aanpak – bijvoorbeeld de miljarden voor de KLM – biedt voldoende aanleiding voor nog een enquête. Daarmee zou Rutte in elk geval het parlementaire enquêterecord – eerder hadden we tijdens zijn kabinetten al de Fyra- en de woningcorporaties-enquête – stevig op zijn naam brengen.

De duur van een regeerperiode zegt niet alles over de kwaliteit ervan – Balkenende (CDA) hield het 3.006 dagen vol, maar hij is niet als succesnummer de geschiedenisboeken ingegaan. Op 16 oktober 2022 is Rutte de huidige recordhouder Lubbers (4.309 dagen) voorbij en is hij voor minstens een jaar of twaalf de langstzittende minister-president uit onze geschiedenis. Rutte hecht volgens zijn biografe Petra de Koning aan dat record, en het is hem gegund. Je moet hoe dan ook respect hebben voor iemand die zo’n hondenbaan twaalf jaar volhoudt.

Maar genoeg is genoeg. Op 14 februari 2023 wordt Rutte 56, jong genoeg voor een verhuizing naar Brussel.

Je kunt op 17 maart voor de laatste maal stemmen op Mark Rutte. Of voor de laatste maal juist niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden