VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Utrecht

Marijnissen ontmoet een zaal vol agenten met diep wantrouwen jegens hun leiding

Het is gedrag dat je verwacht bij de jaarvergadering van de bond van veelplegers of op een congres over witwassing. Maar dit is een zaaltje vol politiemensen. Velen van hen willen niet herkenbaar op de foto, niet met naam en toenaam in de krant en ook niet geciteerd worden.

Dat hoor je vaker van agenten. Maar dan is het omdat ze opsporingswerk doen en onzichtbaar willen blijven voor hun doelgroep. Deze agenten hebben een andere reden: ze willen anoniem blijven uit angst voor represailles van hun leidinggevenden. ‘Ik heb de afgelopen tijd genoeg ellende gehad’, vat een van hen de situatie samen. Wie zich wel publiekel ijk uitspreekt en daarmee de aandacht trekt, wordt door korpschef Erik Akerboom gebeld.

De angst zit diep. Ze vertellen dat hun telefoons worden uitgepeild. ‘Als ik hier vanuit Utrecht een verdachte auto meld, krijg ik het van mijn leidinggevende te horen: maar je standplaats is toch Amsterdam? Wat doe je daar dan?’

Lilian Marijnissen: ‘De angst onder agenten is groter.’

SP-leider Lilian Marijnissen maakt een informele mini-tournee langs de publieke sector; bij zorg en onderwijs is ze al geweest, nu is het de beurt aan de politie. Geen kantinetour zoals Jesse Klaver twee jaar geleden, met camera’s erbij, en een GroenLinks-leider die nadrukkelijk wilde laten zien dat zijn partij de publieke sector belangrijk vindt. Bij de SP spreekt dat vanzelf, de partij is er zo’n beetje op gebouwd.

Marijnissen is hier in Het Huis Utrecht duidelijk meer op haar gemak dan in dat andere zaaltje, waar ze met Lodewijk Asscher en Jesse Klaver het podium deelde om een soort linkse samenwerking aan te kondigen. Tussen de agenten is ze one of the guys, met grappen over de alcoholbus en grote – al dan niet gespeelde – verbazing over hun woede. Ze zegt vooral voorbeelden op te willen halen voor als de Tweede Kamer begin april over de publieke sector gaat debatteren. ‘Ik ben er om te luisteren.’

Bij elkaar zeker vijfhonderd jaar ervaring.

In het zaaltje zit van alles: motorrijder, jeugdcoördinator, iemand die met de top-600 criminelen werkt, hondenbegeleider, wijkagent, rechercheur – bij elkaar voor zeker vijfhonderd jaar politie-ervaring. Velen van hen koersen richting einde loopbaan. Die zijn nog agent geworden door een bonnetje uit de AVRO-bode in te vullen, vergroeid geraakt met hun werk en nu diep gefrustreerd: ‘Een mooie organisatie waarbinnen we niet meer veilig kunnen werken.’ ‘Kutorganisatie’, zegt iemand. Hij schrikt er zelf van.

Op een flipover noteert Marijnissen de klachten: afrekencultuur, angstcultuur zelfs, leiders die door managers zijn vervangen, hoog ziekteverzuim en dito uitval. Iemand heeft de dienst verlaten met ptss, een ander vertelt over zijn burn-out. De kwaliteit van processen-verbaal loopt terug. C2000, het portofoonsysteem dat de levenslijn voor agenten is, deugt niet: ‘Het wemelt er van de spookgesprekken.’ Een motoragent moest anderhalf jaar wachten op een nieuwe dienstbroek. 

Wat ze het ergste vinden: te weinig agenten op straat. ‘Het is niet meer de politie waar ik gesolliciteerd heb’, zegt iemand: ‘Mijn hart breekt als ik zie hoe weinig blauw de wijken in kan.’ Een ander: ‘Contact maken met de burger is de kern van ons werk: mensen leren kennen voordat het fout gaat. Daar is geen tijd meer voor. De organisatie heeft vijf tot zeven jaar stilgestaan.’ Zeeland wordt genoemd, waar nog maar één auto per eiland rijdt en soms dat niet eens. ‘De collega’s rijden er 200 kilometer per uur om op tijd bij een melding te zijn.’

Perspectief ontbreekt, zodat agenten in opleiding worden weggekaapt door het bedrijfsleven. Tegelijk worden ze gebruikt om de sterkte op te krikken. ‘Dan staan ze met gepoetste schoenen te kijken terwijl jij bezig bent. Je hebt er niks aan, maar ze worden wel meegeteld.’

‘Ik ben bij de politie gekomen omdat ik een grote kerel ben met grote handen die hard kunnen slaan’, vertelt iemand. ‘Ik ben nu 47 jaar in dienst, dan heb je daar minder aan. Daar moet op worden ingespeeld.’ Hij wil een apk-keuring voor agenten van 55 jaar en ouder.

Klachten genoeg, het flipoverblad met oplossingen vult zich minder snel. Ander leiderschap, zeggen de agenten. Blijf van de wijkagent af, leg de bevoegdheden op een lager niveau, zorg dat je ook onlinecontacten hebt.’

Terwijl ze de flipoverbladen tot rolletjes draait, zegt Marijnissen te schrikken van de angst die doorklonk in de verhalen. ‘Die is veel groter dan elders in de publieke sector.’ Toch komt ze aan het eind met de standaard SP-oproep: agenten moeten de straat op, manifesteren voor de publieke sector . Marijnissen: ‘Wat van ons allemaal is, moeten we herwaarderen.’

Flipover vol klachten.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden