Interview Margo Jefferson

Margo Jefferson: ‘Wis Michael Jackson niet uit, maar leer van zijn leven’

Margo Jefferson: ‘Ik wil het werk van Michael Jackson eren, zonder een moment de ogen te sluiten voor wat hij heeft gedaan.’ Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Post

Wat moeten we doen als een muzikaal genie tevens een kindermisbruiker blijkt? Margo Jefferson, schrijver van de monografie On Michael Jackson, heeft geen simpele oplossingen. ‘De vraag is niet of we nog naar Michaels muziek kunnen luisteren, maar hoe we kunnen leren van zijn geschiedenis.’

Twee zwarte tieners lopen over een kronkelende weg door een donker bos. Ze dragen kleding uit de jaren vijftig; hij een baseball-jack met de letter M op zijn borst gestikt, zij een vilten rok en hoge paardenstaart.

‘Je weet dat ik je leuk vind, toch?’, zegt hij verlegen.

‘Ja.’ Haar ogen en lipgloss glinsteren in het donker.

‘En ik hoop dat je mij net zo leuk vindt. Ik vroeg me af... of jij mijn meisje wilt zijn.’

‘O, Michael!’ Ze valt hem in de armen.

Maar dan betrekt het gladde gelaat van de jongen.

‘Er is iets dat ik je moet vertellen.’

‘Ja, Michael?’

‘Ik ben niet zoals andere jongens.’

‘Natuurlijk niet, daarom hou ik van je.’

‘Nee, ik bedoel... ik ben anders.’

De maan verschijnt van achter de wolken, en de jongen krimpt ineen. Grote hoektanden boren zich door zijn tandvlees een weg naar buiten, zijn gladde wangen krijgen snorharen. De jongen wordt een weerwolf, half man, half beest, die als een krankzinnige achter het gillende meisje aan rent.

Michael Jackson in de clip van Thriller. Beeld RV

In de clip van Thriller – 596 miljoen keer bekeken op YouTube, en opgenomen in het National Film Registry wegens zijn culturele, historische en esthetische waarde – transformeert Michael Jackson telkens van onschuldig in kwaadaardig. Eerst wordt hij een weerwolf, dan een zombie. Een zombie die ondanks – of misschien dankzij – zijn overleden staat de meest zinderende choreografie uitvoert in de geschiedenis van de Amerikaanse popmuziek.

Michael Jackson (1958-2009) maakte in zijn leven vele transformaties door: van kindster tot volwassen wereldartiest, van stralende zwarte jongen tot wit spook. Hij oversteeg in zowel zijn muziek als zijn uiterlijk alle conventies, alle maatschappelijke hokjes. Of zoals Margo Jefferson (71), Pulitzerprijs winnende schrijver en voormalig cultuurcriticus van The New York Times, Michael Jackson omschrijft: ‘De jongen, de jongen-man, de kind-man-vrouw, cyborg-buitenaards wezen.’ In de laatste fase van zijn leven kwam daar een nieuwe transformatie bij, die van de King of Pop tot van pedofilie beschuldigde onttroonde koning, verbannen naar zijn eigen fantasiewereld.

Aanstaande dinsdag 25 juni, op de tiende sterfdag van Michael Jackson, verschijnt bij De Arbeiderspers de vertaling van Margo Jeffersons intrigerende culturele en psychologische analyse van een gevallen superster. Jefferson schreef een nieuw voorwoord. Dat moest, want ook zij heeft Leaving Neverland gezien, de vier uur durende documentaire waarin Wade Robson en James Safechuck vertellen dat ze als kleine jongens zijn misbruikt door de artiest.

Na Leaving Neverland barstte een mondiaal debat los over de muziek van Michael Jackson. Het is de discussie die sinds #MeToo vaker wordt gevoerd: kunnen we nog wel genieten van de kunsten als de kunstenaar kwaadaardig blijkt? Kunnen we het werk en de schepper überhaupt scheiden?

Sommige mensen besloten Michael Jacksons muziek te weren uit hun leven. Volhardende fans zochten juist hun toevlucht in ontkenning.

Margo Jefferson, fan van het eerste uur, kiest een andere route. Ze is diep geraakt door de getuigenissen van Safechuck en Robson. Het maakt Michael Jackson er volgens haar alleen niet minder fascinerend op.

In haar boek ontrafelt Jefferson Michael Jackson als een cultureel mysterie en plaatst ze hem in een samenleving die geobsedeerd is door ras, gender en klasse. Jefferson is ongeëvenaard in haar scherpe, literaire beschrijvingen van Michael Jackson als kind-man, die zich identificeerde met freaks; hij zag The Elephant Man meer dan dertig keer, en had een  fascinatie voor P.T. Barnum, de circusuitbater die Siamese tweelingen en een verminkte slaaf tentoonstelde en zijn rariteitenkabinet omschreef als ‘the greatest show on earth’. Michael wilde die show overtreffen. Jefferson beschrijft de Michael Jackson die werd beschuldigd van het ergste misbruik. Maar ook de Michael Jackson die als artiest iedereen oversteeg. Haar blik is zacht, tegelijkertijd spaart ze de artiest nergens.

Wat moeten we doen met Jacksons muzikale erfenis, nu zijn blazoen definitief is besmet? Ook Margo Jefferson volgde de discussie, maar ze blijft weg van simpele oplossingen. ‘Het heeft in mijn ogen geen zin om Michael Jackson weg te gummen uit de geschiedenis’, vertelt ze aan de telefoon vanuit haar appartement in Greenwich Village, New York. ‘Ik voel me meer aangesproken door de vraag: wat kunnen we leren van zijn leven, zodat we kunnen voorkomen dat dit misbruik nog eens plaatsvindt?’ Die vraag doet volgens haar recht aan de doelstellingen van de #MeToo- en Time’s Up-beweging.

U vindt een boycot van zijn muziek onzinnig. Maar ook u kon er op een gegeven moment niet meer naar luisteren.

‘Ja. Nadat ik Leaving Neverland had gezien, duurde het weken voordat ik weer iets van hem kon verdragen. De documentaire was zo ontwrichtend. Very unsettling. Natuurlijk voelde ik ook schaamte. Ik heb het misbruik nooit ontkend, ik heb altijd vermoedens gehad, maar ik heb ook niet kunnen erkennen dat hij vrijwel zeker schuldig was aan seksueel misbruik. Toen ik uiteindelijk weer naar Michael begon te luisteren, deed ik dat met een zekere voorzichtigheid; ik luisterde naar oud Motown-werk. En naar Thriller, uit een niet zo beladen tijdperk. Naar Scream, het duet met zijn zus Janet. Ik omzeilde het besmette.’

U schrijft in uw boek dat u heeft gerouwd om de artiest Michael Jackson. Wat betekent zijn muziek voor u persoonlijk?

‘Ik denk: puur plezier. The Jackson Five brak door toen ik nog een tiener was, en ik vond ze geweldig, iedereen danste op hun muziek. Mijn generatie was eind jaren zestig afgeknapt op Motown en luisterde liever naar politiek meer geëngageerde artiesten, de Southern Soul van Stax. Maar toen kwam The Jackson Five, die wist weer een jong, gemengd publiek van witte en zwarte fans aan Motown Records wist te binden.

‘Daarbij had Michael een ongekende kinderlijke charme. Natuurlijk: zijn broers waren ook vaardige artiesten. Maar aan hen zag je: deze dansjes, deze zang, hier hebben ze hard op gestudeerd. Bij Michael was dat anders: het leek alsof het daar, ter plekke, uit hem vloeide. Hij wist zich als een van de weinige kindsterren te ontwikkelen, en te floreren als volwassene.’

U heeft een fascinatie voor kindsterren, van Shirley Temple tot Sammy Davis jr. Wat intrigeert u aan dansende en acterende kinderen?

‘Volwassenen vinden niets leuker dan te zien hoe kinderen hen imiteren. In Amerika is er een lange traditie van kindsterren die volwassen emoties vertolken, hun levens waren dikwijls zwaar. Wat veel van deze kinderen verenigt, is dat ze een vroegwijs sexappeal uitstralen. De schrijver Graham Greene stelde als eerste dat de aantrekkingskracht tot Shirley Temple vooral een seksuele was. Hij had gelijk, en voor Michael gold hetzelfde. Ik vond het als tiener en jonge vrouw heel normaal om de jonge Michael te horen zingen over seks, om hem James Brown te zien imiteren. Iedereen vond dat normaal, maar een jongetje dat over seksueel verlangen zingt, is dat natuurlijk niet. Wat dat betreft is Ben, zijn ballad over een rioolrat, een interessante uitzondering: hij zong over emoties die hij als kind kon bevatten, over de liefde tussen mens en dier.’

Denkt u dat die seksuele ondertoon kindsterren beschadigt?

‘Het moet ongetwijfeld een verwarrende ervaring zijn geweest om volwassen gevoelens te imiteren, te bezingen. Maar het meest beschadigend zijn de schema’s, de volwassen verantwoordelijkheden. Sommige kinderen komen daar goed uit, zoals Shirley Temple, die opgroeide tot een stabiele persoonlijkheid. Maar anderen niet.’

U beschrijft de jeugd van Michael Jackson, in het getto van Gary. Liever gezegd: het ontbreken van een jeugd, wat hij gemeen heeft met andere kindsterren.

‘Michael Jackson groeide op in een gezin met een vader die in een fabriek werkte, en die soms aardappels uit de grond moest graven zodat zijn gezin kon eten. Ondertussen ging hij voortdurend vreemd. Zijn moeder vluchtte in het strikte geloof van de Jehova’s getuigen. Een overspelige, gewelddadige, patriarchale vader en een geloofswaanzinnige moeder, dat is een heel gespannen situatie voor een kind.’

U groeide zelf op in een bevoorrechte zwarte familie in Chicago, een jeugd die u beeldend beschrijft in Negroland (2015). Zijn er ondanks klassenverschillen toch overeenkomsten met de jeugd van Michael?

‘Michael groeide op in een industriële working class-omgeving, dat waren heel andere omstandigheden. Maar wat ik wel herken, wat denk ik veel African Americans  zullen herkennen, is dat niet te stillen verlangen om uniek te zijn, en je waarde te bewijzen aan de samenleving.’

In de kind-ouderrelatie zoals u die beschrijft in Over Michael Jackson herken ik die van Whitney Houston, een ander tragisch popicoon, en haar muzikaal gefrustreerde moeder Cissy.

‘Ja, net als bij Whitney moest The Jackson Five de dromen van hun ouders waarmaken: moeder Katherine wilde eigenlijk countryzangeres worden, en vader Joseph speelde in een lokaal bandje, genaamd The Falcons. Hij speelde covers van Otis Redding, maar hij was nooit echt goed. De kinderen moesten hem zijn succes geven.’

U beschrijft in uw boek hoe broer Tito stiekem op de gitaar van zijn vader speelde. Toen Joseph erachter kwam, brulde hij: ‘Show me what you got.’ Tito bleek niet onaardig te kunnen spelen, de andere kinderen zongen mee. En zo begon een periode die ik niet anders kan omschrijven dan moderne slavernij. Hoe ziet u dat?

‘The Jackson Five betekende totale gevangenschap voor de jongens. Van hun vader moesten ze elke dag drie uur repeteren voor schooltijd, en drie uur erna. Hij sloeg de jongens genadeloos, hij speelde ze tegen elkaar uit.’

The Jackson Five Beeld ANP

Zijn vaders wreedheid nam soms ronduit macabere vormen aan. Hij joeg zijn kinderen doodsangsten aan door ’s nachts enge maskers op te zetten en op hun slaapkamerraam te tikken, of door zich voor te doen als inbreker. Dit soort horrorachtige kinderervaringen werpen nieuw licht op Thriller.

‘Ik vermoed dat zijn hele oeuvre doortrokken is van verwijzingen naar de strenge religie van zijn moeder en het geweld van zijn vader. De maskers, de transformaties en de dubbelgangers in zijn clips. Het goede en het kwade dat vaak aanwezig is in zijn video’s.’

U plaatst de levensloop van Michael Jackson in een traditie van onfortuinlijke piepjonge zwarte performers. Waarom is dat belangrijk om Michael Jackson te begrijpen?

‘De zwarte kindster heeft zijn oorsprong in de vaudeville-acts van begin vorige eeuw. Witte vrouwelijke artiesten lieten zich vaak op het podium vergezellen door een ‘piccaninny’, een racistische term voor een zwart kind, dat kon dansen en zingen. Sammy Davis jr. was 2 jaar toen hij zijn vader vergezelde in een rondreizend gezelschap. Net als Michael werd ook hij een volwassen wereldster, ik zie in hem zijn voorganger.’

Kunt u verklaren waarom Michael er in de loop van zijn carrière steeds vreemder, steeds buitenaardser uit ging zien?

‘Ik denk dat Michael de maatschappelijke normen over klasse, gender en ras wilde overstijgen, en zich sterk identificeerde met de buitenstaander. Michael was op een gegeven man noch vrouw, zwart noch wit. Hij speelde voortdurend een spel met zijn uiterlijk.’

Denkt u dat zijn transformatie tot ‘freak’ ook als dekmantel fungeerde, in de zin dat die afleidde van het misbruik?

‘Zijn pedofilie is denk ik niet de reden geweest om zich steeds extravaganter uit te dossen, maar het speelde misschien wel een rol. Je kunt er een duistere kant mee verbergen.’

Toen u dit boek schreef, was Michael Jackson na een lang proces vrijgesproken van misbruik. De documentaire Leaving Neverland werpt nieuw licht op de zaak. Hoe voelt dat als schrijver?

‘Heel pijnlijk. Toen ik de documentaire zag, dacht ik: o nee, dus toch? Wordt de nachtmerrie dan toch werkelijkheid? Is het dan allemaal echt waar? Tegelijkertijd denk ik niet dat je Michael Jackson kunt verbannen uit de Amerikaanse popgeschiedenis. Ik wil zijn werk eren, zonder op enig moment de ogen te sluiten voor wat hij heeft gedaan.’

Michael Jackson is niet de eerste artiest, of man, wiens werk na een misbruikschandaal opnieuw wordt beoordeeld. Hoe vindt u dat we de discussie over die artiesten moeten voeren?

‘Ik vind dat we vaak tot simplistische conclusies komen: we draaien zijn muziek niet meer, we kijken niet meer naar zijn films. Wie schiet daar iets mee op? Bovendien zijn er verschillende soorten vragen die we moeten stellen: juridische, politieke, culturele en artistieke. We moeten praten over al deze aspecten, en ons niet blindstaren op het boycotten van een artiest. Ik hoop dat we gaan kijken naar het systeem dat het machtige mannen mogelijk maakt te doen waar ze zin in hebben. Voor Wade Robson en James Safechuck hoop ik op gerechtigheid, op een vorm van compensatie.’

En wat moeten we doen met Michael Jackson?

‘Ik denk dat we lering moeten trekken uit zijn verhaal. Uiteindelijk is dat het verhaal van een man die zijn macht misbruikt om kwetsbare mensen – kinderen in zijn geval – te misbruiken. Het is ook het verhaal van het hele systeem om hem heen. Daarin zie je parallellen met Harvey Weinstein: zo veel mensen in zijn studio wisten van het misbruik, maar zeiden niets. En dan zijn er de ouders. Zijn vader was een sadist. Natuurlijk was het leven in het door armoede en racisme geplaagde Gary niet makkelijk. Maar er waren ook arme zwarte ouders die hun kinderen wel liefde gaven. Er is geen excuus voor dit soort kindermisbruik. Niet voor de uitbuiting van Michael, en niet voor de uitbuiting van Michaels latere slachtoffers. Maar het is wel waardevol om in de levens van deze mannen te duiken. Niet om ze vrij te pleiten, dat nooit! Maar om ervan te leren, en je zo beter te kunnen verhouden tot hun werk.’

Margo Jefferson

Margo Jefferson (1947) is professor aan Columbia University en voormalig recensent van The New York Times. Voor haar kritieken ontving ze de Pulitzerprijs. Negroland (2015), haar memoires over het opgroeien in een zwarte bevoorrechte klasse, werd bekroond met de National Book Critics Circle Award.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden