Opinie

Marc Peeperkorn: 'Politici hebben het beter begrepen dan journalisten'

Deze week ontving Volkskrant-correspondent Marc Peeperkorn de Anne Vondelingprijs voor 'heldere politieke journalistiek'. Bijgaand de toespraak die hij ter ere van deze gelegenheid hield.

Beeld afp

Het was in de zomer van 2008 toen ik Khadija Arib, destijds nog gewoon Kamerlid voor de PvdA, vertelde dat ik de Haagse redactie van de Volkskrant ging verruilen voor Brussel. Ze deinsde eerst geschrokken naar achter, pakt toen moederlijk bezorgd mijn hand vast en zei zachtjes:

'Goh Marc, heb je het zó verpest bij je hoofdredacteur?'

Niet alleen zij schudde meewarig het hoofd. De meeste Kamerleden reageerden met een mengeling van medelijden en ontzetting. 'Waarom Siberië?' was een adequate samenvatting van hun commentaren.

Mijn taak in Brussel zou vooral België zijn, daaraan moest ik driekwart van mijn tijd besteden. De resterende 25 procent was voor de financieel-economische onderwerpen van de EU. 'Onbeduidend gedoe', zo verzekerde mijn voorganger in augustus 2008. In zijn woorden: 'Sinds de introductie van de euro gebeurt er niets meer, geloof me.'

Een maand later viel Lehman Brothers.

Europa hoopte dat deze donkere financiële wolk boven de VS zou blijven hangen. Een illusie, zo bleek in de loop van 2009. Het 'onbeduidende' deel van mijn portefeuille explodeerde gezellig mee met de credit crunch, zoals de eurocrisis toen nog heette.

Niettemin werd ik in datzelfde jaar ernstig berispt door mijn krant: ik moest meer over België schrijven.

Politici hebben het begrepen

Waarom dit intro: om aan te geven dat er veel, heel veel is veranderd in Europa sinds 2008.

En politici hebben dat beter begrepen dan journalisten.
Laten we met de politiek beginnen. Het was politiek filosoof Luuk van Middelaar die enkele jaren geleden als eerste opmerkte: het Europese debat is niet genationaliseerd, zoals pro-Europese partijen mokkend beweerden. Integendeel: het nationale debat is geëuropeaniseerd.

Neem premier Rutte die vorige week tijdens de EU-top zei zich 'passioneel' en 'héél actief' met de toekomst van de EU te willen bemoeien. Jawel, Mark Rutte, de man die in november 2015 nog zei, aan de vooravond van het Nederlandse EU-voorzitterschap (ik citeer): 'Laat de anderen maar lekker filosoferen of het zinvol is dat de EU bestaat.' Verstomd zijn zijn sneren naar het Europees Parlement als 'feestcommissie op zoek naar een feest'. Vergeten is de befaamde 'subsidiariteitsnota' uit 2013 waarin hij het einde van de ever closer Union proclameerde.

Anno 2017 is Rutte Europeser dan Balkenende en Kok samen.
Neem ook de mislukte formatie met GroenLinks. Die klapte op het toekomstige Europése asielbeleid. Een kabinetsformatie die nu eens niet vastliep op bezuinigingen en koopkrachtplaatjes maar op de richting van Europees beleid! En Rutte die vervolgens in het debat erover, Jesse Klaver om de oren slaat met uitspraken van de Griekse en Portugese premiers die het asielbeleid wel willen veranderen! Een primeur.

Marc PeeperkornBeeld Marcel Wogram

Trauma van 2005

De mislukte formatie met GroenLinks werpt de indringende vraag op in welke mate nationale partijen nog het geschikte platform zijn voor de grote problemen waarvoor we staan: migratie, klimaat, handel, terrorisme. De besluiten daarover vallen in Europees of internationaal verband. De toch al smalle marges van Den Uyl hebben zich verplaatst van het Binnenhof naar Brussel. Ook dat nog!

De eurocrisis, de Griekse crisis, de migratiecrisis, de Brexit, ze raakten en raken de burger direct. Banken die alleen met miljarden euro's van de overheid overeind bleven; economische krimp; bezuinigingen; overvolle asielcentra. De tijd dat Europa over melk- en visquota en nieuwe Verdragen ging is voorbij.

En dat beginnen Nederlandse politici te begrijpen. Eindelijk, zou ik zeggen.
Ik herinner me levendig, maar niet met vreugde, de overleggen die ik tussen 2003-2008 in de Tweede Kamer volgde over Europa. Drie Kamerleden, twee notulisten en één journalist. De staf van de premier of minister vulde de rest van het zaaltje. De vragen waren van het niveau: 'Wat staat er op de agenda?'

Dat is nu anders. Ministers en de premier, ze krijgen een mandaat mee vóór ze naar Brussel afreizen.

Maar véél belangrijker: het besef is doorgedrongen dat als je de wedstrijd wilt beïnvloeden, de zijlijn niet de beste plek is.

Het trauma van 2005 - het verloren referendum over de Europese Grondwet, voor sommige politici vergelijkbaar met de verloren WK-finale van 1974 - is eindelijk verwerkt.

Zie de geestdrift waarmee Rutte zich nu op dat toekomstdebat van Europa stort; zie ook het recente activisme bij Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken om nieuwe bondgenoten te zoeken nu Groot-Brittannië vertrekt. Zelfs de Benelux wordt nieuw leven ingeblazen.

De opzet van het Europees noodfonds kwam van een Nederlandse ambtenaar; de bankenunie draagt de vingerafdrukken van Jeroen Dijsselbloem; de EU-Turkijedeal is gemaakt door Rutte en Merkel. En het toekomstige Europese asielbeleid vertoont de nodige gelijkenis met het plan van VVD-Kamerlid Azmani.

De conclusie is helder: wat je thuis wilt, moet je soms in Brussel halen.

Europese journalistiek

Heeft de journalistiek eenzelfde 'Europeanisering' doorgemaakt? Wie de dagelijkse persbriefings bij de Europese Commissie bezoekt, denkt van niet. Nog steeds klitten journalisten op basis van nationaliteit bij elkaar. Bij de EU-toppen is het niet anders: als je van bovenaf een foto van de perszaal maakt, heb je de kaart van Europa, zo keurig gescheiden van elkaar zitten de EU-correspondenten.

Europese journalistiek is niet vanzelfsprekend. Wie de Franse, Duitse, Italiaanse, Spaanse, Britse en Nederlandse dagbladen een paar dagen volgt, ziet dat wat de Brusselse correspondenten oppikken, vaak totaal verschilt.
Als Haagse journalisten 'kluitjesvoetbal' spelen - allemaal achter dezelfde bal - zijn Brusselse journalisten bezig met een ballenkanon.

Nationaliteit bepaalt welke bal wordt opgepikt. De Duitse kranten schreven pagina na pagina over de Europese Grondwet, ik kreeg het niet verkocht aan de regionale kranten waarvoor ik destijds werkte. Duitse journalisten zijn nu geobsedeerd door de bankenunie; Spaanse en Italiaanse slijpen wekelijks de messen over het 'moorddadige stabiliteitspact'. Een Ierse collega vertelde me de leidraad van haar hoofdredacteur: 'If Ireland is not in the lead, forget the story.'

En ik, ik krijg hatemail als ik opschrijf dat er 23 EU-landen zijn die een hogere EU-begroting willen.

Politici stuiten ook op die cultuurverschillen. Denk aan de drank&vrouwen-opmerking van Dijsselbloem. De FAZ, waarin hij deze calvinistische grap maakte, zag er niets kwaads in en lichtte het er niet uit. De zuidelijke landen een dag later wel: het explodeerde, ze eisten het aftreden van Dijsselbloem als Eurogroepvoorzitter. Als hij al verdere Europese ambities had, heeft Dijsselbloem die hiermee eigenhandig de nek omgedraaid.
Net als in de politiek hebben de opeenvolgende crises echter ook in de Brusselse journalistiek een kentering teweeg gebracht.
Het nieuws werd Europees.

Iedereen schreef over Griekenland en het Griekse referendum, weet u nog: Oxi of Nai? De migratiecrisis, de Brusselse asielquota krijgen overal aandacht. Termen als spreads, Spitzenkandidat en Schuldenbremse raakten ingeburgerd in Europese media. En ik kreeg alle ruimte voor interviews met Varoufakis, Rehn, Barroso, Van Rompuy en Juncker.

Met het opkomende populisme zijn nationale verkiezingen een Europese zaak geworden. De president van Oostenrijk, jawel, Alexander van der Bellen, werd een bekende Europeaan! De verkeerd getelde poststemmen in Wenen waren een Europese cliffhanger.

Ik ben door de Franse, Duitse, Letse, Poolse en Litouwse tv en radio geïnterviewd over de Nederlandse verkiezingen dit voorjaar. Voor Deense, Japanse en Hongaarse collega's heb ik routekaarten gemaakt voor reportages langs de populistische hotspots in Nederland: Volendam, Almere, Venlo, Den Haag.

En de mars van Macron naar het Elysee werd een Europese zegetocht.

Mierenhoop

Macron en Merkel stonden vorige week gezamenlijk de pers te woord, de zaal puilde uit. Informatie wordt razendsnel uitgewisseld waardoor leiders minder makkelijk wegkomen met hun versie van de werkelijkheid. Denk aan premier Rutte die staande zijn persconferentie werd gecorrigeerd toen hij bij hoog en laag volhield dat de tweede Griekse noodlening 59 miljard euro bedroeg terwijl het om 109 miljard ging.

Tekenend voor de Europeanisering van de Brusselse journalistiek is de komst van Politico. Dit pan-Europese nieuwsmedium is binnen twee jaar met 52 journalisten (!) de grootste speler in Brussel geworden. Met afstand. Nummer twee is AFP met 22 journalisten, dan komen de Duitse omroepen met 15-20 verslaggevers.

Nu ga ik mijn hoofdredacteur hier niet publiekelijk vragen een paar dozijn collega's naar Brussel te sturen.

Maar ik wil wel iets veranderen: want als nationale politici Europeser opereren, moeten Brusselse correspondenten nationaler controleren.
Je moet weten wat ze uitspoken. Dat was de drijfveer voor de reconstructies van de EU-Turkijedeal en het Oekraïne-akkoord, die door de jury worden geprezen.

Beide verhalen laten zien hoe het kabinet achter de schermen in Den Haag, in Brussel en andere hoofdsteden, Europees beleid aanjaagt of, bij de Oekraïnedeal, nationale conflicten ontzenuwd. Voor dit soort stukken is een uitgebreid netwerk een vereiste. Mijn vrouw vraagt me regelmatig: moet je nu echt met al die verschillende ambassadeurs en Commissarissen lunchen? Mijn antwoord is Ja: in de Brusselse mierenhoop zijn alle wandelgangen welkom. Dat heeft alles te maken met het motto van de Anne Vondelingprijs: heldere journalistiek.

En daarmee kom ik weer terug op de vraag die Khadija Arib me in 2008 stelde. Nee, Khadija, ik had het niet 'zo erg' verkloot bij mijn toenmalige hoofdredacteur. En ik ben ook niet naar Siberië vertrokken, Brussel ligt op nog geen 200 km ten zuiden van Den Haag.

Ik snap heel goed waarom premier Rutte vaker naar Brussel gaat dan naar Groningen. Er gaat immers niets boven Brussel!

Dank.

Marc Peeperkorn is correspondent te Brussel voor de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden