Column Toine Heijmans

Mannetjes uit mijn vaders hoogtijdagen praten nergens over, dat is bij generatiewet bepaald

Vader en moeder Heijmans gaan aan boord van een rondvaartboot in Amsterdam, 1965. Beeld Privébezit gezin Heijmans

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Mannetje hoor, mijn vader, met z'n zandkleurige trenchcoat aan. Gaat het maken in de stad. Z'n meisje met de krullen mee, zijn eigen nouvelle vague-prinses, en haar die stad eens laten zien van alle kanten. Dat leven daar, bekend van tv, in zwart-wit.

Het is een vroege lente op die foto. Mijn vader stapt de rondvaartboot in alsof het de zijne is, eigent zich de grachten toe, heel Amsterdam. Waar hij niet ging wonen. Maar toen nog wel.

Alles kan hoor, als je een mannetje bent, geef maar toe. Daarna wordt het ingewikkeld.

Dat was waarschijnlijk in Amsterdam, zegt mijn vader bij de foto, dat was iets. Maar wat precies 'moet iemand nog maar eens onderzoeken'.

Aldus de man die leek op Remco Campert - de bril in elk geval.

De afstand tussen een vader en zijn zoon verdampt. Een verschil van 24 jaar loopt doorgaans terug naar nul. Jammer dus dat die goeie ouwe dr. Alzheimer tegen mijn vader aan staat te leunen. Met mijn vader is zoals bekend nog steeds niks mis, maar 'toch voel ik een afstand', zegt hij dan.

'Humor om te lachen', in de woorden van mijn vader.

Helaas kan de prof. dr. niet lachen, vermoeiend is dat, en daarom doet mijn vader steeds vaker zijn ogen dicht, ook midden op de dag.

Het stond te gebeuren in die tijd. De videorecorder was vrijwel uitgevonden, raketten de lucht in, al dat nieuwe. Elk mens heeft een lente die een paar jaar duurt; het is mooi als die samenvalt met een voorjaar wereldwijd.

Ze moesten mijn vader hebben, de mannetjes van het internationale reclamekantoor te Amsterdam, ze zouden hem uit de provincie plukken. Mad men. Het talentje droeg een zandkleurige jas en was zoals bekend een creatief. Is hij nog.

Koos-ie toch voor een baan als ambtenaar in de gemeente waar hij was ingeschreven - waarom, pa?

'Die kennis is even niet meer beschikbaar vandaag.'

De dingen gingen zoals ze gaan: eerst keek ik tegen mijn vader op, daarna keek ik op hem neer en uiteindelijk begonnen we met gelijke slag tegen de stroom in te roeien. Maar dankzij de dr. roeit hij sneller nu, en zie ik alleen nog maar zijn silhouet. Hij vertrekt, met medeneming van zijn plannen aangaande Amsterdam, de stad waar ze fietsen met prinsessen achterop.

De stad waar zijn zoon ging wonen.

Mijn vader parkeerde de auto op de gracht en ging bij Sluizer eten. Het was voor zaken, vanwege het internationale zzp-imperium dat hij begonnen was. Droeg een snor en het leren jasje van de tijdgeest. Hij ging zijn jongen van 14 de stad laten zien waar ze sliptong eten bij Sluizer in de lente.

Over zijn eigen lente nooit een woord, ook niet over de winters trouwens. Mannetjes uit mijn vaders hoogtijdagen praten nergens over, dat is bij generatiewet bepaald. Mannetjes uit mijn generatie stellen geen vragen, dat ook.

En nu snoert de dr. hem de mond.

'Jongen', zegt mijn vader, 'kom je nu helemaal uit Amsterdam?'

Amsterdam is ook niet alles pa, vaak is het niks. Het is er niet als thuis.

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden