Column

Mannen kunnen niet nadenken, maar ze zijn wel slim

Om de een of andere rare reden had ik van mijn grootste schrijfheldin, Nora Ephron, één boek niet gelezen, en dat was Heartburn. Ik weet wel hoe dat kwam; Nora Ephron schrijft altijd non-fictie, over eten, stijl, politiek, relaties en nog meer eten, en Heartburn is een roman, en ik dacht dat die dan wel niet goed zou zijn.

Beeld de Volkskrant

Gelukkig is het helemaal geen roman, maar gewoon een boek over haar scheiding van de beroemde journalist Carl Bernstein waarin ze wat namen heeft veranderd. Net zo grappig als al haar andere boeken. En net zo vol belangrijke inzichten.

Zo introduceert Ephron op pagina 19 het begrip 'de Joodse prins' - dat is de mannelijke variant van de Joodse prinses, in Amerika een term voor een verwend Joods meisje.

De Joodse prins, schrijft Ephron, kun je heel makkelijk herkennen aan het uitspreken van de zin 'Waar is de boter?' Zijn vrouw antwoordt dat de boter in de ijskast staat, en dan tuurt de Joodse prins heel lang in de ijskast. 'Ik zie hem niet.'

Ephron vertelt het veel leuker, maar ik wil niet al haar grapjes stelen, dus koop dat boek zelf maar. Maar het stukje over de boter wil ik wel even aanvullen, want dit fascinerende psychologische fenomeen - dat Joodse prinsen dingen niet zien die recht voor hun neus staan - geldt niet alleen voor Joodse prinsen (van wie ik er een in mijn huis heb wonen), maar ook voor niet-Joodse prinsen (en daar heb ik er ook twee van in huis, een van 7 en een van 16 jaar).

Mannen in het algemeen, dus. Ze hoeven helemaal niet besneden te zijn om al hun zoekfuncties te missen. De 'Waar is de?'-vraag, gevolgd door de zin 'Ik zie hem niet' wordt in elk huishouden, dat weet ik zeker, minstens zeven keer per dag uitgesproken, en vervolgens langdradig aangevuld met ergernissen van de vrouw die wél weet waar alles staat en die überhaupt de hersencapaciteit heeft om te bedenken dat boter over het algemeen in de ijskast staat.

Ephron schrijft er nog bij dat de diepere bedoeling van de Joodse prins en zijn botervraag natuurlijk is dat jij opstaat en een lekkere geroosterde boterham met boter voor hem gaat maken.

Dit deed me denken aan de andere niet-Joodse prins met wie ik lang heb samengeleefd: mijn vader. 's Middags rond een uur of 4 zei hij vaak tegen mij: 'Heb jij zin in een eclair?' Dan zei ik natuurlijk ja, want ik had altijd honger en deed nog niet aan onzinnige zelf opgelegde diëten. 'Ik ook. Ga er maar even twee halen bij Oldenburg, hier is geld', zei hij dan.

Dat moet je de prinsen nageven: ze kunnen niet nadenken, maar ze zijn wel slim.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden