Column Nico Dijkshoorn

Mannen in een korte broek, kwader kun je mij niet krijgen

Wat ik heel graag zou willen kunnen: op 40 meter afstand met een goudreinet een pijp uit iemand zijn smoelwerk gooien en daarna net doen alsof ik de krant lees. Je zadelt de pijproker op met een levenslang raadsel, maar ook met een mooi verhaal dat regelmatig tijdens verjaardagen kan worden verteld. ‘Ik zit op het strand, in mijn korte broek, lulletje naar links, alles prima, niks aan de hand, boodschappen al in huis, vrouwtje thuis, kinderen naar school, pijpje in mijn mond en pang: goudreinet.’

Het komt door die korte broek. Mannen in een korte broek, met hun knietjes en zo en dat ze dan in een rij gaan staan en dat je de achterkant van hun benen ziet, met kuiten als drooggebakken kipfilets, kwader kun je mij niet krijgen. Ik zit daar vrij fundamentalistisch in. Ik zie iedere korte broek om een mannenkont ouder dan 35 jaar als een regelrechte provocatie.

Het is heel makkelijk te bewijzen dat de korte broek het achterlijke neefje van de herenconfectie is. Doe een Nobelprijswinnaar natuurkunde een kaki korte broek aan, laat hem twee zinnen zeggen en hij kan de bedrogen man in een pornofilm gaan spelen. De naaktfoto van Thierry Baudet; denk er een korte broek bij en het is een reclame voor de jaarlijkse padvinder-rainbowbijeenkomst, dit jaar gewoon weer in Nunspeet.

Korte broeken kunnen een carrière in tweeën breken. Als er de komende weken een foto rondgaat van Twan Huys in korte broek, dan kan hij samen met met Humberto Tan een accordeonduo beginnen. Dan is het klaar met de vrije nieuwsgaring. Je ziet zijn colbert boven de tafel uitsteken, maar je denkt: jij zit nu gewoon je harige beentjes tegen elkaar te wrijven, Huys, met je korte billenbroekje.

Peter R. de Vries verontwaardigd in een korte broek: werkt niet. Iemand uit Groningen die in een korte broek, vlak naast zijn verzakte huis, een dringend beroep doet op de rest van Nederland, dan denk je toch: nou, het valt allemaal wel mee hè, zo te zien, in je vrijetijdsbroekje.

Ik denk dat ik wel weet waar het vandaan komt. Ik heb ooit, op een camping in Callantsoog, twee volwassen mannen in korte broek zien frisbeeën. Ik zat voor de tent een boek te lezen en vlak voor mij huppelden ze met blote benen over het gras. Eerst stoorde ik me aan de geluiden die ze maakten. Korte aanmoedigende keelklanken als de ander de frisbee ving. Mmmm. Jaja. Juistum.

Daarna begon de eenvoud van de handeling mij te storen. Waar hadden we het over? Het vangen van een rond stuk plastic. Andere mensen waren ziek en werden nooit meer beter en nu stonden er twee broekemansjes vlak voor mij te doen alsof ze samen uit de losse pols wat kernfysica bedreven. Die hoofden erbij, als ze de frisbee vingen. En maar naar mij kijken, of ik onder de indruk was.

Ik ben nooit onder de indruk van mannen in een korte broek. Al gooien ze elkaar hun glazen oog toe. Je staat het te doen met blote beentjes. Dat is verkeerd. Waar ik niet eens aan wil denken, is het moment van aanschaf. Kleedhokje uit, voor de spiegel, over je rechterschouder naar je eigen broekenkontje kijken, je behaarde benen zien en dan zeggen: ja, deze wordt het. Pang, goudreinet. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.