ColumnSylvia Witteman

Mannen die ‘vrouwtje’ zeggen en over zichzelf spreken in de derde persoon: ze bestaan blijkbaar nog

Ik had een damesblad beloofd foto’s te maken van voorwerpen ‘waar ik blij van word’. Het eerste dat in me opkwam was mijn fiets. Ik greep hem bij zijn aftandse lurven en reed naar de dichtstbijzijnde waterkant. Zo’n woonbootje op de achtergrond doet het altijd leuk, niet? Bloembakje ernaast, Citroënnetje DS op de kade, en voilà, mijn fiets kon zó aan de muur bij Ikea, in een lijstje van whitewash-sloophout.

‘Waarom maak jij foto’s van die fiets?’, hoorde ik plotseling, van heel dichtbij, in mijn oor. Geschrokken sprong ik rechtop. Naast me stond een man in een afgezakte joggingbroek en een capuchontrui die een stuk van zijn buik bloot liet. Zoiets staat mannen heel schattig tot ze een jaar of 8 zijn, maar deze was 50, bleek en spekkig. Hij rook naar afgewerkt Kanon-bier en een lang niet verschoond bed.

‘Jezus, man, ik schrik me de tering’, zei ik. ‘Nergens voor nodig, vrouwtje’, antwoordde hij lijzig. ‘Robbie wil gewoon effe weten waarom jij een foto maakt van die fiets.’ Mannen die ‘vrouwtje’ zeggen en over zichzelf spreken in de derde persoon: ze bestaan blijkbaar nog. Ook stond hij nog steeds veel te dichtbij. Hij lachte, maar niet aanstekelijk.

Ik keek om me heen. Achter me bevond zich café ‘Oranje’, een voetbalcafé, maar vooral een notoire sneuveltent waar de verworpenen der aarde vanaf het middaguur onsamenhangend tegen elkaar staan te zwetsen. Alles wat daar ooit oranje was, is vervaagd tot een soort steunkousenkleur. Het was pas 10 uur ’s ochtends, en café Oranje was nog dicht. Er was verder niemand op die kade.

‘Het is mijn eigen fiets’, zei ik. De man lachte nog eens schamper. ‘Dus jij...’, hernam hij, weer zo lijzig, toen er, naast die woonboot, een luid gekrijs klonk. Geen mens hoor, maar een meerkoetje. Meerkoetjes hebben, onder dat lieve lijfje, doodenge poten als grauwe vogelspinnen, maar daar kunnen ze niets aan doen.

Op het dak van de boot zat een lapjeskat in sluiphouding. ‘Kssssjjjt!’, riep ik, terwijl ik strategisch een stap opzij deed, uit Robbies dampkring. De kat trok per omgaande een gezicht alsof hij helemáál geen trek had in meerkoet, welnee, hoe kwamen we erbij?

‘Wat doe jij nou?’, hernam Robbie, opeens een stuk minder lijzig. ‘Achterlijk wijf! Láát die kat, godverdomme! Katten vangen vogels. Dat is de natúúr!’ Hij kwam weer een stap dichterbij. Ik greep mijn fiets, sprong erop en fietste hard weg. Thuis sloeg ik hijgend de deur achter me dicht. Kom, gauw verder met de voorwerpen ‘waar ik blij van word’.

‘Mama!’, riep mijn zoon even later verbaasd. ‘Waarom maak jij foto’s van de pepermolen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden