Opinie Mannelijkheid

Man, durf gelukkig te zijn, emancipeer jezelf

‘Nooit had ik het idee dat een feministische opvoeding van mijn moeder schadelijk zou zijn voor mijn mannelijkheid’ Beeld Elise Vandeplancke

De aandacht en het begrip voor de boze witte man verbazen Ilias Mahtab. Geluk is volgens hem geen privilege dat je stampvoetend en met een gebalde vuist kunt opeisen.

Mijn moeder en ik zijn ware tijdreizigers. De ingrediënten voor een geslaagde reis terug in de tijd: thee met kardemon, gedroogd fruit met nootjes, cassettebandjes met Afghaanse klassiekers. Heerlijk luieren op z’n Afghaans. Moeder versiert de salontafel met kleine beschilderde kommetjes, elk met een eigen inhoud. Gele rozijnen, moerbeien en vijgen – beide gedroogd, pistache, suikeramandelen.

Zodra de theekopjes gevuld zijn en een eerste charge op de salontafel is uitgevoerd, vullen klanken van rebab, trompet en tabla de kamer. Beiden zijn we dol op Zahir, de Afghaanse Elvis. Met gewaagde teksten, energieke optredens en een mix van oosterse en westerse instrumenten liet hij het nachtleven van Kabul bruisen. Lurkend aan onze thee en surfend op de psychedelische klanken, neemt moeder mij mee naar de studentenfeestjes op haar universiteit en de demonstraties voor gelijke rechten in de straten van Kabul.

Een feminist – dat was en is mijn moeder nog steeds, hoewel ze zich nooit zo heeft genoemd. Soms slaat mijn moeder door in haar ‘bekeringsdrang’. De hoofddoek is een symbool van onderdanigheid. En dat krijg je te horen, ook al ben je op bezoek.

Tijdens onze tijdreisjes trekken we vergelijkingen tussen de wereld uit haar jeugd en de wereld waarin ik ben opgegroeid. Zoals zoveel biculturele jongemannen ben ik opgevoed door een vrouw. Mijn moeders directheid, doorzettingsvermogen en kracht zie ik ook in mezelf terug. Maar ik herken haar vermogen om zich kwetsbaar op te stellen, haar empathie en liefde voor poëzie.

Opvoeding was volgens mijn moeder: verhalen vertellen en af en toe een tik uitdelen. Daarbij schuwde ze onderwerpen over vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen niet. Nooit had ik het idee dat een feministische opvoeding van mijn moeder schadelijk zou zijn voor mijn mannelijkheid. Integendeel. Lange tijd heb ik in Nederland die verhalen bevestigd gekregen.

‘Echte mannelijkheid’

Maar in 2018 is er een nieuwe soort ‘echte mannelijkheid’ waar ik me niet in kan vinden. Terwijl Nederland volgens de Gender Gap Index van het World Economic Forum gekelderd is op de ranglijst voor gelijke kansen voor vrouwen en de wereld telkens opgeschrikt wordt door een #MeToo schandaal, groeit de groep mannen die de menselijke relaties bewust indeelt langs de meetlat van dominantie en hiërarchie.

Zij bevestigen hun man-zijn door het onderdrukken van anderen en grijpen terug naar traditionele man-vrouwverhoudingen. Ik kijk naar dit mannelijke ideaal in verwondering: ik ben anders opgevoed.

Mijn ouders zetten als eerste generatie de bijl aan de wortel van het patriarchale denken in hiërarchieën en geslachten. Dat deden ze omdat zowel man als vrouw gebukt ging onder het juk van achterhaalde archetypes.

De patriarch, dat was mijn opa. Een generaal onder de laatste Afghaanse koning. Een rijke man met aanzien en veel grond. Hij had een baard, maar liefst vier vrouwen en 53 kinderen. Mijn opa was een traditionele Afghaanse man die sterk geloofde in patriarchale structuren. Hij vond simpelweg dat hij recht had op meerdere vrouwen.

Maar hij had andere plannen voor zijn kinderen en zijn land. Hij maakte deel uit van de eerste generatie Afghaanse aristocraten die een moderner en kosmopolitisch Kabul voor de jonge generatie voor zich zag. Opa gunde zijn zonen en dochters een beter leven.

Haar eigen vier moeders hadden nooit een klaslokaal van binnen gezien, maar mijn moeder en haar zussen gingen studeren. Later werd ze lid van de feministische beweging en besloot ze te wachten met kinderen totdat ze afgestudeerd was.

Mijn vader kwam uit een conservatieve familie maar weigerde zich te conformeren aan de bestaande normen die in zijn voordeel waren: hij was een man en de oudste zoon.

Zijn broers waren liever lui dan moe. Als man hadden ze recht op hun  door God gegeven positie. In hun ogen was mijn vader bezig met een strijd tegen de wetten van natuur, religie en traditie. Een vrouw hoorde thuis – en de man is de baas. Toen bleek dat hun schoonzus niet op haar mondje was gevallen, waren de Afghaanse rapen gaar.

Mijn moeder kan zich nog steeds kwaad maken om die tijd. Mijn vader zou niet ‘man’ genoeg zijn om mijn moeder in toom te houden. Een verwijfde man, een mietje zonder ruggegraat. Mijn vader trotseerde het allemaal. Tegen mijn moeder zei hij nooit: ‘je mag niet werken’.

Living on the edge

Zelf begon ik aan mijn eigen man-zijn te timmeren ergens tussen mijn 8ste en 11de jaar. Tussen het moment dat mijn vader overleed en we onderdoken, en het moment dat we moesten vluchten uit Afghanistan. Zoals zoveel biculturele jongens ben ik in Nederland tussen twee werelden, en daarmee dubbelbewust opgegroeid. Letterlijk living on the edge.

Frustraties waren er genoeg. Ik herken mij in passages van Wees Onzichtbaar van Murat Isik of in het werk van Abdelkader Benali. Aan de ene kant is er de harde realiteit van jezelf ‘invechten’ voor een plekje in de samenleving. Tegen alle verwachtingen en vooroordelen in kranig blijven kloppen op dat glazen plafond. Tegelijkertijd kreeg ik als biculturele jongeman van huis uit andere waarden mee over mannelijkheid dan de wereld daarbuiten.

‘Durf als man kwetsbaar te zijn’, of: ‘Koel je dil – je verlangen – niet af, maar maak het vrij.’ Gastvrijheid, hoffelijkheid, bescheidenheid, maar ook hard werken, respect en schaamte. Het maakte onderdeel uit van mijn moeders opvoeding.

Haar gulden regel voor de omgang met vrouwen: behandel vrouwen zoals jij wilt dat anderen jouw zus, vrouw of moeder behandelen. Ik ben opgegroeid met het idee dat liefde en verliefdheid niet kunnen bestaan zonder poëzie en zonder voor elkaar te koken .

Tot ver in mijn studententijd was de opdracht van huis uit: zituren maken en je de positieve aspecten van de Nederlandse cultuur eigen maken. Lange tijd heb ik geprobeerd te leren van de vrije westerse mannelijkheid. Ik liet mezelf niet gijzelen door het verstikkende keurslijf van religie en traditie, dan wel die van vooroordelen en uitsluiting.

Pas tijdens mijn studie in San Francisco wist ik eindelijk de vruchten te plukken van jaren leven en leren tussen twee werelden. Ik kon het verlammende en stigmatiserende post-Van Gogh klimaat even achter mij laten en kreeg in deze stad met speels gemak toegang tot verschillende leefwerelden. Juist in een cultureel diverse, dynamische stad als San Francisco voelde ik me The Man. En niet omdat ik als een soort woeste krijger vasthield aan een geprivilegieerde positie of een achterhaald mannelijkheidsideaal.

Exportproduct

Anno 2018 is het maatschappelijk debat over mannelijkheid springlevend. Voor een deel van de mannen uit mijn omgeving – zwart of wit – is het thema mannelijkheid ‘een non-issue’. Vaak betreft het mannen die hun alfapositie dagelijks bevestigd krijgen van hun omgeving. Zowel de oververmoeide, bebaarde neef die zich uit de naad werkt om vier monden te voeden terwijl zijn vrouw thuis zit, als de elitaire kennis en zijn vrouw die hun mannelijke omgeving zodanig tolerant vinden dat feminisme wat hen betreft vooral een exportproduct is.

De harde werkelijkheid is dat onze samenleving te maken heeft met gefrustreerde jonge mannen die worstelen met hun mannelijkheid. Onlangs besteedden de Correspondent en De Morgen aandacht aan het hoge percentage zelfmoorden en depressies onder mannen. Oorzaak: ‘mannelijkheid’ wordt nog steeds ten onrechte gereduceerd tot het stereotype van ontoegankelijke, zwijgende patser.

Terwijl in Vlaanderen mannen drie keer zo vaak zelfmoord  plegen als vrouwen , lijken de ‘alleen voor echte mannen’-profeten en -praatprogramma’s als paddestoelen uit de grond te schieten. Het zelfhulpboek voor mannen van de antifeminist Jordan Peterson is een internationale bestselller. Peterson stoomt een nieuwe generatie jonge mannen klaar om hun positie als de alfaman terug te eisen. ‘Schouders naar achteren en borst vooruit; mannen moeten flink zijn.’

Jordan Peterson schreef een zelfhulpboek voor mannen. Beeld Pauline Niks

Het is zorgelijk dat jonge mannen zich aangetrokken voelen tot dit soort verouderde archetypes, sjablonen die juist schadelijk zijn voor mannen. Daardoor blijven de echte oorzaken van de frustraties en depressies bij jonge mannen opgekropt en genegeerd.

Het verbaast mij daarnaast dat er zoveel begrip en aandacht is voor voornamelijk ‘boze witte’ mannen. De worsteling van jonge mannen met hun mannelijkheid beperkt zich niet tot hun huidskleur. Niet alleen ‘boze witte’ mannen maar ook gekleurde, niet-boze witte mannen of homoseksuele mannen hebben last van de archetypes.

Er is geen verschil tussen de maatstaven van de zelfbenoemde alfamannen die meebrullen met types zoals rapper Boef, of de vrouwonvriendelijke gospel van versiercoach Julien Blanc: ‘Pak de vrouw bij hun nekvel, duw hun hoofd tegen je kruis, daar moeten ze toch zijn.’ Er is wel verschil in de wijze waarop deze conservatieve ideeën aandacht krijgen. Abdelkader Benali belichte in Trouw de hypocrisie rond de kech-kwestie: ‘dat ideeën over rolverdeling en de superioriteit van de man boven de vrouw diep verankerd zitten mag ons niet verbazen, onze lage en hoge cultuur bevestigt keer op keer de oude hiërarchie.’

In het Volkskrant-artikel ‘De boze witte man wil zijn mannelijkheid terug’ noemde de extreem-rechtsdeskundige Jelle van Buuren Peterson een ‘certificerende actor’ – iemand met een gezaghebbende positie die vrouwenhaat en antiminderhedenretoriek legitimeert en normaliseert.

Boze mannen

Bij het minste of geringste voelen de volgelingen van Voetbal Inside, Blanc en Peterson zich gekrenkt. Op een schandalige wijze vallen zij vrouwen en ‘feminiene’ mannen aan als ze de inaccurate en discriminatoire theorieën over de alfaman ter discussie stellen. Overal duiken dit soort boze mannen op. In 2017 nomineerde Oxford Dictionaries dan ook broflake tot het woord van het jaar: een man die ondanks zijn privileges overgevoelig is voor kritiek op mannen. Zonder blikken of blozen wordt er gezaagd aan de poten van de door ons verworven rechten en plichten, van wetenschap en ethiek, van feitelijkheid en moraliteit. En dat voor een paar Facebook-likes en retweets. Erg mannelijk komt het op mij niet over.

‘Ben jij een gelukkige man?’ Alsof een eenduidig antwoord klaar staat wanneer een moeder vraagt of je gelukkig bent.

‘Het moeilijkste wat ik gedaan heb als vrouw’, gaat ze verder zonder op het antwoord te wachten, ‘is het opvoeden van drie mannen. Niet de oorlog, niet het verliezen van mijn echtgenoot, niet het vluchten, niet het opnieuw opbouwen van een bestaan in een vreemd land. Maar hoe ga ik mijn vaderloze zonen leren gelukkige mannen te zijn? Ik heb een hoop moderne, dominante of traditionele mannen gekend – zelden konden ze gelukkig zijn. Een echte man kan dat wel.’

In de trein terug naar huis galmen de woorden van mijn moeder nog door mijn hoofd. Lang voordat ik geboren was, waren mijn ouders bezig met mijn identiteit als man. Ik bouw voort op hun feministisch en progressief protest.

Mijn mannelijkheid is allesbehalve een privilege, een gegeven eindhalte of een geïdealiseerd archetype. Jezelf invechten en kranig doorwerken in vastgeroeste structuren is de realiteit van een hoop sterke vrouwen en mannen – zwart, wit, hetero of homo. Toch hebben juist deze vrouwen en mannen minder bevestiging van anderen nodig, durven ze zich kwetsbaar op te stellen. Ik denk dat ze gelukkiger zijn.

Dat geluk is niet een privilege dat je stampvoetend en met een gebalde vuist kunt opeisen. Niemand heeft recht op geluk; je bent er zelf verantwoordelijk voor. Geef niet toe aan het kleineren van anderen, maar emancipeer jezelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.