Column Sylvia Witteman

‘Mama, dit zijn leeuwinnendonuts’, zei mijn oudste zoon met een grafstem

Dat vrouwenvoetbal gaat nog eens heel groot worden. U wist het misschien al langer, maar bij mij begon het besef te dagen toen er in mijn gezin ophef ontstond rond een doos donuts. Doorgaans veroorzaken donuts onder mijn kinderen geen agitatie, ja, als ze niks beters te doen hebben vechten ze wel eens om die éne met gekleurde spikkels, maar deze waren allemaal egaal oranje.

‘Mama. Dit zijn leeuwinnendonuts’, zei mijn oudste zoon met een grafstem. ‘O’, antwoordde ik. ‘Ze lagen in de bonus.’ Het was geen dialoog van Shakespeare. Mijn zoon haalde zijn broertje erbij, en ook hij moest somber concluderen dat hier wel degelijk sprake was van ‘leeuwinnendonuts’.

‘Wat is daar verkeerd aan?’, zei ik, waarop ik een uitgebreide uiteenzetting kreeg over vrouwenvoetbal. De technische details kan ik wegens sport-analfabetisme niet reproduceren, maar het kwam erop neer dat vrouwen veel minder goed voetballen dan mannen. ‘Nou, dat komt vast doordat jullie ons eeuwenlang onderdrukt hebben, stelletje smerige fallocraten’, wierp ik tegen, want ik ken een mooie reeks feministische dooddoeners uit mijn hoofd, en soms komen ze nog van pas ook.

Intussen dacht ik aan mijn dochter, toen zij nog een dochtertje was. Haar broertjes waren respectievelijk te klein om rechtop te lopen en nog niet geboren, dus zat er voor huisgenoot P weinig anders op dan met háár te voetballen. Dat deed hij met trots en toewijding, want als je meisjes maar jong genoeg leert dat ze hetzelfde kunnen en mogen als jongens, dan hoeven ze later nooit terug te vallen op zoiets treurigs als een vrouwenquotum.

Daar stond onze kleine meid, ze zal 3 geweest zijn, met een welwillende glimlach in het (uit mijn handtas en P’s jack geïmproviseerde) doel. Ja, ze begreep wat de bedoeling was: papa zou de bal een schop geven, en die moest zij dan tegenhouden. P gaf de bal het kleinste schopje uit zijn toch al niet oogverblindende voetbalcarrière, en daar rende het brave kind het doel uit, bukte zich, en plukte verrukt een madeliefje.‘Kijk eens, papa, mooie bloem!’ Ja, dat vond papa ook.

Zijn twee zoons leerden later wél voetballen. Een beetje. Lang niet zo goed als Lieke Martens. Toch blijven ze maar flauwe grappen maken over hoe lastig dat toch moet zijn, ‘zo’n heel elftal dat de buitenspelregel niet begrijpt’.

‘Zijn jullie soms bang dat jullie piemeltjes krimpen als er een vrouw behoorlijk kan voetballen?’, riep ik. Maar nee, ik snapte er niks van, logisch ook, ik was zélf een vrouw, en de donuts aten ze toch maar op, want een donut blijft een donut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden