Opinie Brieven

Maker eindigt lager in pikorde dan babbelaar

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 2 maart.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag: schooladvies

Je zwakste punt bepaalt je schoolloopbaan, aldus Lisette Cleyndert (O&D, 28 februari). Klopt dat? Bij de toelating tot het voortgezet onderwijs telt de totaalscore. Een zwak resultaat op rekenen kun je compenseren met een hoge score aan de talenkant. Aan je zwakke kant moet je werken, maar fataal wordt die niet. In het voortgezet onderwijs is het niet anders. Door de keuze van je vakkenpakket reduceer je het gewicht van je zwakke kant.

Buitenlandse onderwijsmensen leg ik graag uit dat we in Nederland maar liefst acht smaken wiskunde hebben bij de toegang tot het hoger onderwijs, van helemaal niets tot een flink brok echte wiskunde. Zij kennen meestal maar twee opties: basiswiskunde voor iedereen, en verdieping voor de liefhebber.

En dan kun je in Nederland ook nog slagen met een 5; van het beetje wiskunde dat verplicht is, hoef je minder dan de helft goed te hebben. Leerlingen moeten hun zwakke kant niet verwaarlozen, maar ze worden er niet op afgerekend.

Anders ligt het bij de kleine groep waar door een beperking of beschadiging een grote achterstand is aan de talen- of juist aan de rekenkant. Dat heet een kloof tussen de verbale en performale intelligentie. En wat blijkt? Wie door een beperking een taalachterstand heeft, en dat geldt internationaal, is in het verbale onderwijs kansloos, ook al is hij briljant in techniek. Maar andersom: wie een beschadiging heeft aan de rekenkant, ondervindt geen problemen in de schoolloopbaan.

Gek genoeg zijn het alleen de ouders van leerlingen uit de tweede groep die voor hun kind uitzonderingen en ontheffingen claimen. Het onderwijs is zo een afspiegeling van de samenleving. Wie iets kan maken, eindigt lager in de pikorde dan wie een vlotte babbel heeft.

Ameling Algra, Almere, Oud-docent wiskunde en oud-manager bij het College voor toetsen en examens voor leerlingen met een beperking

Lezersbrieven: ‘Ouders mee laten beslissen over schooladvies is dom en gevaarlijk’

Veel lezers reageren op het opiniestuk waarin Lisette Cleyndert bepleit om beter naar ouders te luisteren die vragen om een ambitieuzer schooladviesLees hier meer lezersbrieven.

Kunst is toch meer?

Herien Wensink houdt een pleidooi voor het ingrijpen in romans die op toneel worden gebracht (Volskrant, 1 maart). Dat lijkt me onontkoombaar, alleen al omdat een roman geen toneelstuk is. Maar wat moeten we met de strekking van een ­roman of toneelstuk? Alles maar negeren en de laatste mode in ­toneelland de boventoon laten voeren, is niet altijd ­gelukkig. Zie de heftige inperkingen die mensen zich anno nu opleggen ten gevolge van discussies als #metoo, waar niemand zich kennelijk van los durft te maken. Dat doet het toneel geen goed.

Andersom heeft een auteur – dan wel diens weduwe, dier weduwnaar of andere nabestaanden – een duidelijke rol. Er bestaan soms dwingende beperkingen, zoals laatst weer bleek bij Porgy & Bess: Gershwin heeft verordend dat zijn opera alleen door zwarte zangers/ spelers mag worden uitgevoerd. Logisch misschien in een land als de VS met zijn blackface-geschiedenis, maar het leidt wel tot een inperking die de theatervrijheid fnuikt. Moeten we dan een stuk met dergelijke inperkingen nog wel willen opvoeren? Of trap ik dan weer op lange tenen omdat de slavernij.... En moeten we ons dan juist niet ontdoen van deze tijdgebonden issues à la mode? Kunst is toch vooral meer dan dat?

Eduard van Tol, Amsterdam

Turks Fruit

Briefschrijver Bert Steemers corrigeert Hein Janssen: Olga en Erik gaan niet hun derde maar vierde leven in (O&D, 1 maart). Dan zeg ik: dat moet het vijfde zijn. De solo van Sjoerd Pleijsier is ook al vergeten.

Kick van der VeerLaren

Het linkerrijtje

Hoe erg is een taalfout als deze al jaren wordt gemaakt? Elk weekend wordt bij Studio Sport, misschien wel sinds Sport in Beeld in de jaren zestig, gesproken over ‘het linkerrijtje’. Zelfs aan elkaar, terwijl niemand spreekt over mijn linkerbuurman, maar over mijn linker buurman. Vrijwel alle sportjournalisten en kranten nemen het klakkeloos over. En iedere voetballiefhebber omarmt het woord. ‘Emmen gaat voor het linkerrijtje’ wordt dan gezegd.

Normaal gesproken zou je zeggen: ik doe niet moeilijk en leg me erbij neer. Er zijn ergere dingen in de wereld. Maar als je favoriete club week in week uit in verband wordt gebracht met een taalfout, dan is de grens bereikt. Zelfs voor Tukkers die bekendstaan om ­gemoedelijkheid en nuchterheid.

Heracles staat niet in het linkerrijtje. Je hoeft geen expert in matrix algebra te zijn om te weten dat rijen horizontaal de getallen weergeven, en kolommen verticaal. ­Heracles staat net als die andere Griekse held, Ajax, in de linker ­kolom. En als men per se verkleinwoordjes wil: het linker kolommetje. Ook goed: het is inderdaad geen kolossale kolom met slechts negen rijen.

Maar kunnen Studio Sport en alle andere media dit voor eens en ­altijd goed zeggen? Het linker ­kolommetje. En de mindere goden staan niet in het rechterrijtje, maar in het rechter kolommetje. Of ben ik nu te dwars?

Paul van LangeAmsterdam

Beeld Bas van der Schot

Koester de twijfel

Een nieuw benoemde hoogleraar, Marleen Kamperman, schrijft in een column dat zij wel eens door twijfel bevangen wordt, waarbij ze zich afvraagt of het geen misverstand is dat zij benoemd is, en zegt dat zij in haar werk vaak maar wat aankloot (Wetenschap, 27 februari). Een sympathieke tekst die met een glimlach gelezen wordt. Van de Volkskrant krijgt zij echter een loopbaancoach over zich heen die met 100 procent zekerheid een imposter syndrome vaststelt en haar uitmaakt voor vrouw. Het loopbaan­coachen is blijkbaar geen beroep waar plaats is voor ironie.

Ik hoop dat Kamperman het advies om te leren van mannen die tien minuten achtereen kunnen opscheppen niet overneemt, en de twijfel zal koesteren als de basis van het wetenschappelijk denken. Ikzelf ben nu ruim twintig jaar hoogleraar, en de twijfel over mijn eigen kunnen is eerder toe- dan afgenomen. Ik beschouw dat als persoonlijke groei.

Frits Rosendaal, hoogleraar te Leiden

Een strenge juf aan boord

Op het gevaar af beticht te worden van mannelijke bemoeizucht met vrouwenaangelegenheden reageer ik op de discussie tussen hoogleraar Marleen Kamperman, die in haar column uitkwam voor haar onzekerheden (Wetenschap, 27 februari), en coach Vreneli Stadelmaier, die grossiert met etiketten zoals imposter syndrome voor vrouwen en dunning-krugereffect voor mannen (O&D, 28 februari).

Stadelmaier raadt Kamperman aan te gaan boksen en suggereert de hoogleraar nieuwe schema’s te gebruiken zoals ‘ik behoor tot de slimsten van het land’. Voorts sleept ze hier, passend in ons breintijdperk, natuurlijk ook nog de testosteronspiegelverschillen tussen mannen en vrouwen bij.

Waar het in mijn psychoanalytische psychotherapie-ervaring bij jonge vrouwen met gezin en carrière in onze cultuur echt over gaat en waarin ze verschillen van mannen is iets anders. Vrouwen hebben vaak zonder dat ze dit in de ­gaten hebben een heel strenge juf aan boord. Deze meestal ambitieuze en goed functionerende dames nemen zichzelf voortdurend, vaak zelfs letterlijk overdag en ’s nachts, de maat. Ze beoordelen hun eigen functioneren, piekeren erop los en gaan er impliciet van uit dat ze niet goed genoeg gepresteerd hebben, dat het altijd beter kan en dat dit eigenlijk zou moeten.

Vanuit een diepliggend negatief ­gevoel van eigenwaarde zoeken ze naar reacties van anderen die erop zouden kunnen wijzen dat hetgeen ze lieten zien aan werk, presentaties et cetera niet helemaal in orde was. Indien ze evident succes hebben, zeggen ze snel dat ze ­geluk hebben gehad, terwijl mannen hun succes meer narcistisch aan zichzelf toeschrijven.

Bij mannen ontbreekt die strenge meester doorgaans en als gevolg hiervan zijn de prestaties van vrouwen vaak ook beter dan die van mannen. Maar vrouwen lijden wel aan hun te laag en irreëel gevoel van eigenwaarde als gevolg van de criticaster aan boord.

Bewustwording van hoe streng ze ­eigenlijk voor zichzelf zijn, en hoe dit ­samenhangt met hun opvoeding en vorming, en dit met elkaar delen helpt beter dan boksen of nieuwe schema’s inprenten, ook al is daar niks mis mee.

prof. dr. Jan Derksenklinisch psycholoog

KLM-Air France

Macron is zwaar beschadigd door de gele hesjes en kan nu schitteren in de rol van Beschermer van Frankrijk door de KLM-Air France-zaak zo hoog als ­mogelijk op te nemen (Ten eerste, 1 maart). Maar even voor de goede orde: KLM houdt Air France al jarenlang op de benen. Dus hoezo moeten de Fransen de boventoon voeren bij die firma? Het gaat om resultaten!

D. Weijers, Amsterdam

Straatnamen Amsterdam

Er wordt alom geklaagd over te weinig kennis van de Nederlandse literatuur.

Wat vindt u van de volgende praktische oplossing? Geef straatnamen de titel van een boek. Je kunt zelfs hele wijken voorzien van de titel van een boek van een bekende schrijver als je naar de ­omvangrijke oeuvres van schrijvers als W.F. Hermans, Gerard Reve, Mulisch en Brouwers kijkt. Enkele voorbeelden:

Het behouden huis (W.F. Hermans 1921-1995)

Het Stenen Bruidsbed (H. Mulisch 1927-2010)

Bezonken Rood (Jeroen Brouwers geb. 1940)

Oeroeg (Hella S. Haasse 1918-2011)

De vriendschap (Connie Palmen geb. 1955)

En zo kan ik nog uren doorgaan, met dank aan mijn leraar Nederlands op de middelbare school.

Te denken valt ook aan de titel van een gedicht zoals De moerbeitoppen ruischten (N.Beets, 1814-1903). Ach, je zult maar wakker worden in zo’n heerlijke straat!

Mevrouw Halsema: benoem een commissie bestaande uit leden met verstand van de Nederlandse literatuur, bijvoorbeeld leraren Nederlands zo die er nog zijn, en laat hen bepalen welke titels er gebruikt zullen worden. Het lijkt mij bijvoorbeeld niet prettig om op het Nooit Meer Slapenplein of De Laatste Deurstraat te wonen.

Nog een aanbeveling: schenk de nieuwe bewoners het boek waarnaar hun straat vernoemd is, desnoods tweedehands.

Els Kroot-Nijenhof, Lochem

Ga vooral stemmen!

Interessant artikel van prof. Voermans (O&D, 1 maart) waarin hij pleit voor afschaffing van de Eerste Kamer. De Provinciale Staten kiezen de leden van die Eerste Kamer. Maar de Provinciale Staten doen echter ontstellend veel belangrijker zaken voor ons allen. Ga vooral naar de stembus op 20 maart!

Wim de Groot, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden