Column Arthur van Amerongen

Magere Hein is een vertrouwde metgezel geworden

Arthur van Amerongen.

De dood kwam als een dief in de nacht. Afgelopen donderdagavond zat ik te pimpelen met mijn dierbaarste vrienden in de Algarve en op een gegeven moment wilde ik Charles Hofman bellen, de weduwnaar Komrij.

Meestal belde ik Charles als ik euforisch van de drank was of als ik een fijn roddeltje had.

We konden heerlijk beppen, als twee oude wijven.

Charles zei altijd: je bent net een valse nicht. 

Geen idee waar je het over hebt, bitch, antwoordde ik dan, dat moet je maar aan mijn vriendin vragen.

Ik wilde weten wat Charles met de feestdagen ging doen. Of wij wellicht naar het steenkoude Vila Pouca de Beira zouden reizen, of dat hij naar het warme zuiden van Portugal ging afdalen. Komrij had niets met de zee, Charles was er dol op. 

Hij nam niet op, hetgeen mij niet verontrustte want Charles was digibeet en hij had net een nieuwe telefoon met toeters en bellen aangeschaft.

Onlangs was hij gehackt en stond er op zijn Facebook-pagina gore heteroporno. 

Als ik zeg goor, dan is het ook echt goor.

Tot mijn verbazing bleef die viezigheid dagen op zijn wandje staan. 

Als ik één foto met een damestepeltje post, moet ik meteen een maand op het strafbankje van meneer Zuckerberg zitten, maar Charles kwam ermee weg. 

Hij was een zondagskind. Als ik hem ontmoette, was het feest. De bourgondische Komrijtjes waren mijn pleegpapa’s. Op hun advies ben ik in Portugal gaan wonen.

Charles nam niet op, dus belde ik Arie Pos, de biograaf van Komrij. Die had net met hem gedineerd. 

 Pos was naar huis in Porto gereisd en Hofman zijns weegs.

Een uur later belde ik Arie opnieuw en toen was Charles dood.

Omdat ik starnakel was, dacht ik dat Arie een grapje maakte.

Uren later drong het pas echt tot me door. 

Ik draaide Charles’ favoriete plaatjes, zoop nog een fles brandy leeg en griende als een kind.

Magere Hein is een vertrouwde metgezel geworden. De kaalslag in mijn vrienden- en kennissenkring neemt schrikbarende vormen aan. Dat schijnt normaal te zijn als je boven de 60 geraakt, maar ik kan me zo voorstellen dat het sterftecijfer onder registeraccountants lager ligt dan onder mijn paradijsvogels. 

Van Charles had ik niet verwacht dat hij er zo snel tussen uit zou piepen.

Ik dacht aan dat gedicht van Gerrit: ‘en alles blijft bestaan wanneer je sterft.’

Klopt, maar mijn bestaan wordt steeds kaler. 

Charles Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden