Column Sylvia Witteman

‘Mag ik jou wat vragen?’, hoorde ik achter me. Ik zette me alvast schrap voor het vervolg

. Beeld .

Om de hoek zag ik twee politieagenten bezig met het nobele ambacht ‘oud vrouwtje helpen oversteken’. De agenten waren groot, breed en hadden hun haar laten millimeteren, diezelfde ochtend nog, zo te zien, of anders op zijn laatst gisteren. Het oude vrouwtje droeg paarsgrijze kapperskrullen, en liep achter zo’n schuifelrek.

Het ging langzaam. Lijn 11 moest ervoor remmen. De bestuurder stak goedkeurend zijn duim op, de agenten gaven hun eigen duim retour, het oudje knipperde glimlachend tegen het waterige herfstzonnetje. Een scène als een volstrekt versleten ‘Heile Welt’-cliché.

‘Mag ik jou wat vragen?’, hoorde ik achter me. Ik zette me alvast schrap voor het vervolg: of ik soms een sigaretje had, of een eurootje, of ik wel wist dat mijn energierekening een stuk lager kon, of ik wel wist hoe het gesteld was met de homorechten in Rusland/Soedan/Pakistan/Mauritanië, of ik wel besefte dat God ook míjn leven kon veranderen...

Toen ik me omdraaide zag ik een fletse man van een jaar of veertig in een legergroene parka met vetvlekken. ‘Jij bent toch de zus van Dana?’, vroeg hij. ‘Nee’, zei ik. Ik heb twee zussen, en die heten allebei geen Dana, zo simpel lag het. ‘Ah, kom op’, vervolgde de man ongelovig. ‘We hebben zaterdag nog zo gezellig gepraat op Dana’s feest. Nou, dan ben je niet haar zus, maar haar beste vriendin of zo?’

Ik kom zelden op feesten, en van gezellig praten met vreemden krijg ik maagpijn en vlekken in mijn nek. ‘Je verwart me met iemand anders’, zei ik. We bevonden ons voor de ingang van een café dat sinds mensenheugenis ‘café Brillié’ heeft geheten en eveneens sinds mensenheugenis is gesloten. Sinds kort heet het café opeens ‘Hoe bedoelt ze?’, maar het is nog steeds gesloten.

Wie noemt er nou een café ‘Hoe bedoelt ze?’? Of was het inmiddels geen café meer, maar iets heel anders? Ik kon eigenlijk geen enkele onderneming bedenken die gebaat was bij de naam ‘Hoe bedoelt ze?’. Ook de man die mij voor de zus van Dana had aangezien keek nu verbaasd naar de caféruit. ‘Rare naam’, zei hij. ‘Nou, als je me dan niet meer wilt kennen, heb je dan misschien een sigaretje voor me?’

Dat had ik niet. Het oude vrouwtje wél, zag ik. Ze was veilig aan de overkant beland en stond onder de luifel van de sigarenboer te roken. In een écht Heile Welt zou ik naar haar toe lopen en haar om een sigaret vragen, voor die man.

Maar daar had ik geen zin in. Ik ben tenslotte de zus van Dana niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden