ColumnPeter de Waard

Mag de hondenbelasting naar 1.000 euro?

In 1898 brak in Nieuw-Zeeland de zover bekend enige ‘hondenbelastingoorlog’ uit. Dat gebeurde nadat Britse kolonisten een belasting van een halve crown (een achtste pond) oplegden en inheemse maori’s deze weigerden te betalen.

In het Duitse Beieren vinden nog altijd hundesteuerkriegs plaats, zij het dat het slagveld is verplaatst naar rechtbanken. Gemeenten rekenen daar scherp oplopende belastingtarieven voor hondenbezit – tot 1.000 euro voor de derde hond – en belasten zogenoemde gevechtshonden (rottweilers en bullterriërs) zelfs met 2.000 euro. Eigenaren procederen daar al jaren tegen.

De hondenbelasting of blaftaks kan de emoties hoog doen oplopen. Ook in Nederland. De hondenbelasting is weliswaar eeuwenoud – in 1446 werd het al in Utrecht ingevoerd om de bestrijding van hondsdolheid te bekostigen – maar daarom niet minder omstreden.

Er zijn even fanatieke voorstanders die letterlijk over de hondenpoep zijn uitgegleden of tijdens het joggen door een viervoeter als prooi werden gezien, als geharnaste tegenstanders die een speciale belasting voor een hond net zo onrechtvaardig en misselijkmakend vinden als een voor een goudvis of kanariepiet. Daarnaast wordt door massale ontduiking het onrechtvaardigheidsgevoel aangewakkerd. Veel gemeenten hebben de belasting daarom maar afgeschaft, waardoor hondenbezitters in de gemeenten die het nog wel hebben, zich nog meer benadeeld voelen.

Het CBS meldde dinsdag dat nog maar 193 van de 355 gemeenten (54 procent) hondenbelasting innen: van 78 euro op Vlieland tot 124 euro per jaar in Den Haag. In 2010 waren dat nog 308 van de 431 gemeenten (71 procent). Elk jaar schaffen een stuk of tien gemeenten de belasting af met het excuus dat de kosten van de boa’s die de controle moeten doen hoger zijn dan de revenuen.

De totale opbrengst van hondenbelasting in Nederland is nog maar 51 miljoen euro. Ter vergelijking: de onroerendezaakbelasting brengt 4 miljard op en de parkeerheffingen, zo werd vorige week bekend, ruim 1 miljard.

De hondenbelasting mag in strijd zijn met het doelmatigheidsprincipe, het dient wel het profijtbeginsel. Een hond – afgezien van hulphonden – is een luxe. De 2,2 miljoen honden in Nederland jagen de maatschappij op kosten. Gemeenten moeten geld spenderen aan de de installatie van dog cleans, de aanschaf van hondenpoepscooters en hondenpoepzakjes.

De hond als melkkoe is zo gek nog niet. Als elke belasting die niet te handhaven is wordt afgeschaft, is dat een uitnodiging tot massale burgerlijke ongehoorzaamheid. Desnoods moet iedere hond of – beter hondeneigenaar – maar een kenteken dragen.

En aan het gebrek van de doelmatigheid van de hondenbelasting valt ook een mouw te passen. Gewoon 1.000 euro voor elke Nederlandse hond. Dat levert 2,2 miljard op.

Daar kunnen veel zwembaden en biliotheken mee worden gered.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden