Opinie

Maatwerk heeft de toekomst in EU

Op het eerste gezicht is het in de Europese Raad bereikte akkoord over de positie van het Verenigd Koninkrijk in de EU een klassiek staaltje Europese schipperkunst. Dat staat ver van de fundamentele herbezinning op de rol en taken van de EU waarop David Cameron in eerste instantie had aangedrongen. In zijn analyse (Ten Eerste, 22 februari) concludeert Marc Peeperkorn daarom dat het akkoord vooral vastlegt wat feitelijk al het geval is en niet leidt tot een 'Europa à la carte', waarin landen per onderwerp kunnen kiezen of ze meedoen of niet.

De Britse premier David Cameron. Beeld anp

Het klopt dat verschillen tussen en uitzonderingsposities voor lidstaten nu al regelmatig voorkomen. Het akkoord in de Europese Raad bouwt voort op deze praktijk, maar geeft er tegelijkertijd een draai aan die verstrekkende gevolgen kan hebben. Tot nog toe werden 'opt outs' en afspraken die niet voor alle lidstaten gelden nadrukkelijk gezien als uitzonderingen op de regel.

In het nu bereikte akkoord wordt deze logica omgedraaid: niet langer staat uniformiteit voorop, maar de erkenning dat er verschillen kunnen (en mogen) bestaan tussen lidstaten. Alleen al de erkenning dat er in de EU verscheidene munteenheden naast elkaar kunnen blijven bestaan, is van grote symbolische waarde. Feitelijk is dat nu ook al zo, maar formeel was dat alleen een tussenfase op weg naar het ideaal van een gezamenlijke munt. Hetzelfde geldt voor de nieuwe regelingen die worden voorgesteld op het gebied van economisch bestuur en het vrij verkeer van werknemers.

Zo komen de contouren naar voren van een nieuwe aanpak binnen de EU, waarbij afspraken steeds vaker alleen nog maar zullen gelden voor lidstaten die dat willen. Deze aanpak heeft zich de afgelopen decennia al stukje bij beetje ontwikkeld. Het akkoord met het Verenigd Koninkrijk bevestigt en legitimeert dit verder.

Het grote bezwaar dat tegen een dergelijke aanpak is ingebracht, is dat het leidt tot een lappendeken van regelingen, waardoor burgers en bedrijven niet meer weten waar ze aan toe zijn. Bovendien kan het gemakkelijk leiden tot 'cherry picking', waarbij lidstaten wel de lusten maar niet de lasten van de samenwerking willen.

Deze bezwaren zijn zeker reëel, maar ze hoeven niet tot een categorische afwijzing te leiden. Sommige vraagstukken kunnen alleen worden aangepakt als alle lidstaten meedoen. Grensoverschrijdende milieuvraagstukken, zoals lucht- en watervervuiling, zijn daarvan goede voorbeelden. Maar er zijn binnen de EU genoeg afspraken waarvan de baten en lasten veel directer bij individuele lidstaten neerkomen. Dan kunnen lidstaten zelf de afweging maken of zij daaraan mee willen doen.

Als wordt erkend dat maatwerk eerder regel dan uitzondering is in de EU, kan er verder worden nagedacht over de situaties waarin het wel en die waarin het niet kan worden toegepast. Daarmee kan het akkoord met het VK, als het door de Britse kiezers wordt goedgekeurd, promoveren van dagmenu tot specialiteit van het huis.

Sebastiaan Princen is hoogleraar Bestuur en Beleid in de Europese Unie aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.