ColumnErdal Balci

Maarten van Rossem, de dorpsimam uit mijn jeugd

Beeld .

Al die dingen waarop historicus Maarten van Rossem neerkijkt, maken het leven draaglijker, meent Erdal Balci.

Wie kennis vergaart, effent volgens filosoof Baruch Spinoza de weg naar geluk en levensvreugde. Een man die veel weet en daarom dagelijks op de televisie mag verschijnen, is Maarten van Rossem. Geen doordeweekse dag gaat voorbij of er klinkt uit de mond van de historicus een recital van gemor en gekanker. Altijd in het zwart gekleed gooit hij modder op alles wat het leven mooier maakt. Levensvreugde is bij hem in geen velden of wegen te bekennen. Ik kijk naar hem en denk: had Spinoza het soms bij het verkeerde eind?

Bij tv-programma De slimste mens ligt het tempo hoog. Desondanks wordt er voor Van Rossem altijd tijd gereserveerd opdat hij als een grommende drone, die zonder enige weerstand bommen afvuurt op dorpen en konvooien, zijn munitie van zwartgalligheid kan lozen. Hij spreekt zijn afkeer uit over ouders die hun kinderen op dansles doen. Volgens mij heeft hij een hekel aan alle soorten sport, maar ik kan met zekerheid zeggen dat hij hockey verafschuwt. Laatdunkend was hij over de Mona Lisa. Hij verafschuwt populaire muziek. En ga zo maar door.

Mijn antwoord op hem is dat de dansende mens op het hoogste punt van zijn lichamelijke schoonheid verkeert. Dat hockey een mooie illustratie is van onze beschaving, omdat jonge mensen met de door adrenaline opgejutte lijven het niet in hun hoofd halen elkaar met die stokken te lijf te gaan. Dat de Mona Lisa prachtig is omdat ze met een kleine, verholen glimlach ons vanuit het hart van de grootste revolutie, de Renaissance, groet. Dat het Eurovisiesongfestival gekoesterd moet worden omdat op dat ‘verschrikkelijke’ songfestival Nicole met Ein Bisschen Frieden de wereld heeft laten weten dat Hitler is begraven. Dat songfestival waar de vele kleuren in de ­ muziek van Abba als een regenboog boven Europa zweven, het is de viool van Alexander Rybak en de hoop voor de seculiere Turken op een nieuwe tijd zonder Erdogan en dus deelname aan het gezamenlijke feest.

De dansers, de hockeyers, de ‘slechte’ muzikanten, het penseel van Da Vinci en al het andere waar waarop Van Rossem neerkijkt, hebben één ding gemeen en dat is dat ze het leven draaglijker maken. Als witte bloedcellen zijn ze. Ze borduren een korst op de wond die vergankelijkheid heet. Van Rossem weet het misschien niet, maar in landen waar de dansers, de sporters, de zangers, de schilders, de carnavals door de meerderheid worden gehaat, daar vloeit het bloed rijkelijk. Daar geen korst op de wonden.

Het Westen is aangenaam, omdat vrouwen inspiratie vinden bij muzikanten als Marco Borsato (in de belevingswereld van Van Rossem waarschijnlijk ook verschrikkelijk volksvermaak) al luisterend naar de teksten van het levenslied makkelijker voor de liefde gaan, kinderen maken met de man van wie ze houden en met passie aan een mooie gemeenschap werken omdat ze het beste wensen voor het kroost dat uit liefde is geboren.

Om op de hamvraag terug te ­komen: is kennis waardeloos in de zoektocht naar levensvreugde en geluk en had Spinoza ongelijk? Moeten we naar Van Rossem kijken en concluderen dat je maar beter niet zo veel kennis kan hebben? Dat het vergaren van kennis blijkbaar niets anders is dan een tunnel graven zonder einde? Dat veel erudiete mensen in het labyrint van de kennis verdwalen en in cynisme het dak boven het hoofd vinden. . .

Het genie van Spinoza laat de mensheid niet in de steek in deze kwestie die op een impasse dreigt uit te lopen. Vanuit de 17de eeuw schiet hij ons te hulp en schrijft dat de mens zijn best moet doen de ­vergaarde kennis om te zetten in het positieve gevoel. Niet iedereen is in staat om de duizend kleuren van deze wereld te zien. Iemand met weinig kennis is daar sowieso niet toe in staat. Feitenkennis kan de sleutel zijn tot dat kleurenfestijn, mits men blijft proberen om die kennis als benzine te gebruiken voor de autonomie van zijn of haar denken. In Spinoza’s Utopia is iedereen dan ook een kleine of grote filosoof.

Van Rossem heeft zich niet kunnen transformeren naar een filosoof. De duizend kleuren van de wereld zeggen hem niets. Gekleed in het zwart spuugt hij iedere doordeweekse dag op zaken die mijn hart sneller doen kloppen. Hij heeft veel weg van de dorpsimam uit mijn kindertijd. De imam was arrogant omdat hij de Koran uit zijn hoofd kende, Van Rossems kennis spitst zich toe op de feiten in de geschiedenisboeken.

Erdal Balci is schrijver en journalist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden