column Sylvia Witteman

‘Maarten heeft een hele grote. Maar als-ie ’m twee keer heeft gebruikt, is het veel’

Op de laatste mooie dag van de zomer was ik de stad uitgefietst, naar het meer. Onderweg had ik in een zonnig weiland een paardje ontmoet dat sprekend op Penney de Jager leek, (van het showballet in Toppop) maar ze kon het niet zijn, want zo oud worden paarden niet. Ik heb het opgezocht. Penney knabbelde verheugd op de versteende KLM-stroopwafel die ik op de bodem van mijn tas vond, en liet mij bij wijze van wederdienst haar warm fluwelen neus aaien. Ja, het was een mooie dag.

Bij de oever van het meer kwam juist het pontje aanvaren. Ik hoefde nergens heen, maar ik stapte toch op. Op het dek was het gezellig, met een jonge vrouw die haar baby de borst gaf, twee Gummbah-vrouwen van mijn leeftijd die een rol Pringles deelden, en een vriendelijk pontmeisje dat mij meenam voor 1 euro. De baby hoefde niets te betalen, want die was te klein, zei het pontmeisje.

Terwijl ik, leunend tegen de railing, probeerde te bedenken wat het zou kosten om een paard over te zetten (6 à 7 euro leek me een redelijk bedrag) zei een van de Gummbah-vrouwen tegen de ander: ‘Maarten heeft zo’n héle grote. Maar als-ie ’m 2 keer gebruikt heeft, is het veel. Dat ding hangt daar maar...’ Nee, nu niet kinderachtig gaan hinniken, zei ik tegen mezelf. Dit gaat over een waterpomptang. Of een zaag. Of God weet wat mannen allemaal hebben hangen.

De baby hing inmiddels over zijn moeders schouder. Ze klopte hem op het ruggetje, zoals ik mijn kinderen ook eindeloos beklopt heb. Meestal kwam er dan een golf melk mee, zodat ik jarenlang door het leven ging met schiftende witte plakkaten op mijn rug. Maar deze baby hield het bij een keurig boertje. Ik zei al: het was een mooie dag.

‘En ik zeg nog tegen Maarten’, vervolgde de Gummbahvrouw, ‘maak er dan een ánder blij mee. Maar nee, niemand mag eraan komen. Af en toe haalt ie ’m tevoorschijn om hem in te vetten, en dan bergt ie ’m weer op. Dat is toch zonde? Nou ja, misschien wordt-ie er te oud voor. Hij zit natuurlijk ook met die kapotte knie...’

De vrouw keek op en zag mijn blik. ‘O!’, riep ze vrolijk. ‘Het gaat over een heggeschaar hoor! Zo’n elektrische. Je zal wel denken...’ Ze begonnen allebei gierend te schateren, en de baby deed mee. We waren alweer aan de overkant, die óók al lag te baden in de gouden herfstzon. Een prachtige dag.

Toen ik wegfietste stonden de vrouwen nog steeds krom van het lachen.

Het ging tóch over Maartens lul, denk ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden