ColumnMerel van Vroonhoven

Maar 12 euro voor een ijsje waar je niet dik van wordt. Ben ik even spekkoper

Eindelijk, ook voor mij weer school, denk ik als ik in alle vroegte het plein op loop. Mijn stageschool ligt er vertrouwd en vredig bij. Behalve de blauwe looproutes op de stoeptegels en de posters met corona-instructies op de deur, lijkt alles op het eerste oog onveranderd. Straks klinkt weer het vrolijke gelach en geschal van tientallen kinderstemmetjes. Ik heb ze gemist. Negen weken lang.

Isam stapt als eerste de klas in. ‘Kijk Juf’, roept hij trots. ‘Ik heb jouw foto al op het bord geplakt hoor!’ Vlak na hem druppelen ook de andere kinderen een voor een binnen: Belgin, Sofie, Zacharia, Lesley. Elke keer maakt mijn hart een sprongetje. Wat ben ik blij om ze weer te zien. Nog steeds even opgewekt en hartelijk. Alleen wat zijn sommigen dik geworden. Zacharia lijkt wel een opgeblazen Michelin-mannetje. Een vlezig vetrolletje piept onder zijn veel te strakke witte T-shirt uit. Dat zat er toch niet eerder? Ook Lesley is enorm aangekomen. ‘Op de naschoolse opvang wisten ze ook niet wat ze zagen’, vertelt juf Miranda.

In de grote steden in Nederland kampt 20 procent van de schoolkinderen met overgewicht. In het speciaal onderwijs, waar ik stage loop, is dat vaak nog meer. Lichamelijke beperkingen leiden ertoe dat deze kinderen minder vaak bewegen en sporten. Maar ook kinderen met alleen een verstandelijke beperking of gedragsproblemen zitten gemiddeld minder vaak op een sportclub.

Tijdens de lockdown is dat dus alleen maar erger geworden. Geen gym en speelpauzes op school, maar vaak ook geen buiten spelen. Uit angst voor het coronavirus hielden sommige ouders hun kind angstvallig binnen. De coronakilo’s zijn er aangevlogen.

Ik merk het bij mezelf ook. De weegschaal is genadeloos. Mijn dagelijkse blokje om naar de supermarkt of de bakker ten spijt. Door de hele dag thuis te werken achter het computerscherm is een wandelingetje naar de koekjestrommel zo gemaakt. Veel makkelijker dan op anderhalve meter afstand voetgangers ontwijken tijdens een rondje hardlopen door de stad. En tot overmaat van ramp is de sportschool ook al weken dicht.

Bewegen kan vandaag zodra de eerste lessen erop zitten. Tijd voor buiten spelen. De kinderen rennen opgetogen over het speelplein, dwars door de blauwe looproutes. ‘Juf Merel, kom je een ijsje bij me eten?’, gilt Rafael vanuit een plastic kinderhuisje. Hij heeft zich door het kleine rode deurtje naar binnen geworsteld. ‘Ik moet eigenlijk geen ijsjes meer eten, Rafael’, zeg ik als ik voor zijn ijssalon sta. ‘Daar krijg ik een dikke buik van.’ ‘Maar juf, van deze ijsjes word je niet dik hoor.’ Hij kijkt bloedserieus. ‘Oké’, antwoord ik. ‘Doe dan maar een hoorntje met twee bolletjes chocolade.’ Met zijn tong uit de mond schept Rafael, in opperste concentratie, de denkbeeldige bolletjes uit zijn denkbeeldige ijsbak. ‘Dat is dan 8 euro.’

‘Kost dat 8 euro?’, roep ik verbaasd, ‘voor twee bolletjes?’ Ik kijk hem gespeeld streng aan: ‘Dat vind ik wel erg duur hoor.’ Rafaels gezicht betrekt. Even is hij stil. Zachtjes hoor ik hem in zichzelf tellen: ‘1, 2, 3…’. Steeds weer opnieuw. Rekenen kost Rafael – door zijn zwakke kortetermijngeheugen – extra veel moeite. Maar dan verschijnt opeens een lach op zijn gezicht. Hij is eruit. ‘Vooruit juf, voor deze keer: 12 euro!’

Ik reken af en bedank hem. Maar 12 euro voor een ijsje waar je niet dik van wordt. Ben ik even spekkoper.

Dit is de negentiende aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden