Opinie

'Maak van Pieterburen geen uitzetcentrum'

Asiel en verzorging is wezenlijk anders dan de de zeehondenopvang in Pieterburen omvormen tot een uitzetcentrum onder leiding van Henk Bleker, schrijft Karen Soeters.

Januari vorig jaar: zes zeehonden worden door medewerkers van Pieterburen uitgezet in de Waddenzee. Beeld anp

De zeehondencrèche in Pieterburen verkeert in zwaar weer. Het levenswerk van Lenie 't Hart waar al duizenden zeehonden werden gered van de dood, lijkt te worden gekaapt door een alles-moet-anders denken. Een nieuwe directeur verving vrijwel alle medewerkers die werkten volgens het ISO-genormeerde opvangmodel van 't Hart door andersdenkenden.

Het centrum waar eerst zoveel zeehonden dierenasiel kregen tot ze op krachten waren gekomen, moest worden omgevormd tot een 'uitzetcentrum' waar de dieren sneller dan verantwoord weer terug moesten naar zee. Veelzeggend is dat de nieuwe koers vorm zou moeten krijgen onder voorzitterschap van Henk Bleker, de man die al zoveel natuurwaarden in Nederland naar de eeuwige jachtvelden hielp.

Toen Wibo van der Linde als lid van de nieuwe raad van toezicht meldde dat er op de crèche werd geëxperimenteerd met zeehonden, leek me dat stug. Niet alleen zou de crèche dan een proefdiercentrum worden, ook zouden donateurs massaal weglopen als ze hier kennis van zouden krijgen. Dat terwijl de crèche voor haar werk afhankelijk is van donateurs. Waarom zegt de nieuw aangetreden Wibo dat dan? Gebeurden er zaken die het daglicht niet kunnen verdragen? Is het daarom dat van alles wordt gemobiliseerd, tot nota bene een plastisch chirurg aan toe, om die zaken te bedekken?

Een zeehond in zeehondencrèche Pieterburen op archiefbeeld. Beeld anp

Experimenteren zou illegaal zijn
De crèche heeft geen vergunning op basis van de Wet op de Dierproeven. Dus experimenteren zou illegaal zijn. De opvang van zeehonden is letterlijk een zaak van gewicht. Gewone zeehonden worden op meer plaatsen in Europa opgevangen. Bij vrijlaten van jonge dieren wordt een gewicht van 35 tot 40 kilo gehanteerd. De crèche hanteerde altijd 35 kilo als richtlijn. Blijkbaar experimenteert de crèche nu met veel lagere gewichten. De kans dat een dier na opvang opnieuw strandt bij een gewicht lager dan 35 kilo is volgens onderzoek de helft groter is dan wanneer het dier met 35 kilo of meer wordt vrijgelaten. Ook uit Zweeds onderzoek uit 2005 bij 4 maanden oude pups blijkt dat ze al in de herfst minstens 26 tot 29 kilo moeten zijn.

Als ze lager in gewicht zijn, hebben ze een minder dikke speklaag. Die dieren verliezen zoveel warmte aan het kouder wordende zeewater dat ze dat verlies niet met energie uit vis kunnen compenseren. Ze sterven dan van honger, uitdroging en kou. De kans voor een 17 kilo wegend jong om te overleven is 63 procent, terwijl dat 96 procent is voor een dier van 32 kilo. De wetenschap bevestigt dat zeehonden om zelfstandig te overleven ruim 30 kilo moeten zijn. Magere dieren die over onvoldoende spekvet beschikken terugbrengen naar zee, zou een vorm van dierenmishandeling zijn die niet past bij een zeehondencrèche.

Daarom is het de hoogste tijd de cijfers te publiceren van de nieuwe uitlaatgewichten in afwijking van het beleid dat Lenie't Hart ruim veertig jaar voerde. Asiel en verzorging is wezenlijk anders dan de crèche omvormen tot een uitzetcentrum onder leiding van Henk Bleker.

Karen Soeters is directeur van de Nicolaas G. Pierson Foundation

 
Magere dieren die over onvoldoende spekvet beschikken terugbrengen naar zee, zou een vorm van dierenmishandeling zijn die niet past bij een zeehondencrèche.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.