Maak kiloknaller extreem duur om landbouw en natuur te redden

Hoogleraar natuurbeheer pleit voor een duurzaam Europees landbouwbeleid

Creëer een schonere landbouw door een progressieve belasting op pesticiden en geïmporteerd veevoer.

Beeld anp

Afgelopen week werd de voedseltop gehouden waar overheid, grote bedrijven en landbouworganisaties zich hebben gebogen over de toekomst van het voedselbeleid. Vreemd genoeg was de Nederlandse natuurbescherming daarbij niet aanwezig, terwijl zo'n voedselbeleid zal bepalen of de natuur op het platteland een toekomst heeft.

Op het boerenland in heel West-Europa voltrekt zich een drama waarvan het einde nog niet in zicht is. Sinds 1960 is in Nederland driekwart van de broedvogels op het boerenland verdwenen, terwijl sinds de jaren 80 op veel plekken in West-Europa de hoeveelheid insecten met 80 tot 90 procent is afgenomen.

De weilanden vol pinksterbloem, veldzuring en boterbloem zijn verdwenen en in Friesland heeft men de term landschapspijn uitgevonden voor het gevoel dat veel mensen hebben bij het steeds lelijker wordende landschap. Oorzaak is de voortgaande intensivering van de landbouw met steeds grotere bedrijven, overvloedig gebruik van landbouwgif en een mestoverschot dat veel te groot is.

Landbouwbeleid

Het is de hoogste tijd dat het landbouwbeleid in heel Europa het roer radicaal omgooit. Zodat niet alleen de natuur op het boerenland een echte toekomst krijgt, maar er ook gezond voedsel wordt geproduceerd waarmee boeren een normaal inkomen verdienen.

Direct na de Tweede Wereldoorlog vroeg premier Schermerhorn aan Sicco Mansholt tot zijn kabinet toe te treden en de voedselvoorziening weer op gang te brengen. Dat was hard nodig: er was op dat moment nog voor slechts een week voedsel in Nederland. Het beleid van Mansholt beoogde dan ook de landbouwproductie in sneltreinvaart omhoog te brengen en de voedselprijzen te verlagen. Dat leidde in Europa tot massale financiële steun aan boeren, direct gekoppeld aan de hoeveelheid die werd geproduceerd.

Frank Berendse is hoogleraar natuurbeheer aan de Wageningen Universiteit. Beeld Ivar Pel

Maar de tijden veranderen. De overschotten die uiteindelijk het resultaat waren van dit beleid, werden doorgedraaid of gedumpt op de wereldmarkt en stelden zo ook de boeren buiten Europa voor ernstige problemen.

In de eerste tijd besteedde de EU zo'n 70 procent van haar totale budget aan de steun aan boeren. Inmiddels is dat 40 procent, en als gevolg van de hoge kosten van het immigratiebeleid en het vertrek van de Britten uit de EU, zal dat percentage nog veel verder moeten dalen.

Het huidige beleid kent twee pijlers. De eerste pijler bestaat voor het overgrote deel uit steun aan boeren, gekoppeld aan de bedrijfsomvang, zodat de 20 procent grootste boeren 80 procent van het budget opstrijken.

De tweede pijler stimuleert plattelandsontwikkeling en -innovatie. De zogenaamde vergroeningsmaatregelen zijn halfzacht en niet in staat het drama dat zich aan het voltrekken is, te stoppen. De sleutelfactoren landbouwgif en overbemesting worden in dat beleid niet geadresseerd.

Koerswijziging

De enige oplossing is een fundamentele koerswijziging, waarbij de twee eerste pijlers nog wel financiële steun geven aan boeren, maar alleen daar waar die echt nodig is. De eerste pijler zou alleen een garantie voor een minimuminkomen aan boeren moeten geven, zodat kleine bedrijven worden beschermd en de ontvolking van het Europese platteland wordt afgeremd. De tweede pijler kan steun geven aan boeren die zich inzetten voor duurzame bedrijfsinnovatie of extra maatregelen nemen voor de natuur, zoals het verhogen van de grondwaterstand voor weidevogels of houtwallen en heggen planten en onderhouden.

Maar veel belangrijker is het om het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen en de mestoverschotten te verkleinen en de moderne, rationele landbouw te stimuleren die daarvoor nodig is.

Dat kan alleen door de lasten te leggen waar ze thuishoren en dat is bij de consument. TNO berekende dat voor de Nederlandse varkenshouderij de toegevoegde waarde 2,7 miljard euro is, terwijl de maatschappelijke kosten door de schade aan natuur en milieu 4 miljard bedragen. Die 4 miljard steken varkensboeren en varkensvleesconsumenten gezamenlijk in hun zak. Desondanks gaat het slecht met de varkenshouderij.

Consument

De enige echte oplossing is dat de consument gaat betalen voor de maatschappelijke kosten. De oplossing die ik voorstel is een derde pijler van het EU-beleid: een progressieve belasting op de hoeveelheden pesticiden en geïmporteerd veevoer, die de boer per hectare inkoopt. Als deze belasting voldoende progressief is, wordt de opbrengstdaling die het gevolg is, meer dan gecompenseerd door lagere kosten en een grotere afzet. De kiloknaller wordt dan extreem duur en het onbespoten appeltje heel goedkoop. De voedselprijzen zullen dan wat stijgen, maar dat kan ook best.

Pas dan krijgen we een massieve, want door de prijs gedreven verschuiving in het koopgedrag van consumenten. Elke stap die de boer dan zet op weg naar een schoner bedrijf levert hem winst op: een beter inkomen, maar vooral een veel breder maatschappelijk respect.

Frank Berendse is auteur van Wilde apen, over de toekomst van de natuurbescherming in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.