Opinie Examens nakijken

Maak een einde aan het jaarlijkse kooigevecht tussen de eerste en tweede corrector

Voor menig leerling is het verschil tussen slagen of zakken afhankelijk van het kooigevecht tussen twee docenten. Bij een geschil kunnen de docenten nu nergens terecht, betoogt filosofiedocent Jan Riemersma.

Scholieren van het Beatrix College in Tilburg beginnen aan het eindexamen, 14 mei 2018. Beeld ANP

De examens zijn begonnen. Het nakijken van de examens is de taak van de zogenaamde ‘eerste corrector’. Vrijwel altijd is dat de docent van wie de leerling les gehad heeft. Om te voorkomen dat de eerste corrector scheef nakijkt, wordt er ook een tweede corrector aangesteld. De tweede corrector beoordeelt en corrigeert het werk van de eerste corrector. Deze tweede corrector wordt door de minister aangewezen en is meestal een docent van een andere school.

Docenten krijgen zo, eens per jaar, de bevoegdheid om elkaar te kapittelen. Het is een van de beste formules om twee brave borsten tot wanhoop en razernij te brengen. Uiteraard verloopt de vergadering tussen de eerste en tweede corrector dikwijls zonder doodslag, zelfs is er regelmatig sprake van enige redelijkheid, maar net zo gemakkelijk verwordt de confrontatie tot een kooigevecht waarbij de eerste of de tweede corrector het onderspit delft.

Verschil tussen slagen of zakken

Hoe kom je aan goede examencijfers? Door scherp na te kijken en door je nakijkwerk sterk te verdedigen. Leerlingen die toevallig een docent hebben met het juiste vechtlustige of geslepen karakter zijn dan ook sterk in het voordeel. De leerlingen van de timide docent, die zich niet goed raad weet met de plicht tot gehaaid onderhandelen, komen er echter bekaaid af.

Het verschil van inzicht tussen de eerste en tweede corrector kan groot zijn. Voor een vak als filosofie en geschiedenis kan het verschil oplopen tot één cijferpunt of zelfs meer. Ik heb zelf ooit meegemaakt dat twee correctoren mijn werk beoordeelden: dezelfde bundel werk werd door de een gekort met 0.3 punt en door de ander met 1.2 punt! Het betekent dat voor menig leerling het verschil tussen slagen of zakken en wel of geen cum laude afhankelijk is van het kooigevecht tussen twee docenten.

De sterkste wint

Het probleem is dat de docent, als het misgaat, bij niemand kan aankloppen. Het ministerie legt de verantwoordelijkheid geheel bij de scholen. Bij een geschil moeten de rectoren van de twee scholen de knoop doorhakken. Maar rectoren zijn geen deskundige docenten (ze hebben niet voor niets het lokaal verruild voor een kantoor). Bij het cito en het ministerie kunnen de docenten ook al niet aankloppen, die instituties willen geen partij zijn. Kortom, de docenten zijn tot elkaar veroordeeld. De sterkste wint.

Ik denk dat deze situatie moet worden verbeterd. Het is aan te raden dat de minister ombudsvrouwen aanwijst die kunnen worden geraadpleegd als het overleg tussen docenten mislukt. Deze ombudsvrouwen zijn vakinhoudelijk bekwaam en ze zijn in staat om de twee correctoren tot rede te brengen. Docenten zijn van nature niet zulke enorme vechtjassen. De reden dat ze elkaars ziel verwonden en leerlingen benadelen is dat de deur van de kooi niet open kan. Een docent in nood behoort bij iemand te kunnen aankloppen voor goede raad. En daaraan schort het.

Jan Riemersma is docent filosofie aan het Cals College Nieuwegein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.