opinielezersbrieven

Maak basisinkomen mogelijk voor 60-plussers

Een stratenmaker in Den Haag.Beeld Raymond Rutting

De ingezonden lezersbrieven van dinsdag 6 november.

Brief van de dag

In het artikel over de AOW-leeftijd (Economie, 3 november) vraagt SP’er Bart van Kent zich af wat de 62-jarige stratenmaker moet die simpelweg niet meer kan. Het antwoord is simpel, hij voegt zich evenals vele andere 60-plussers bij ‘de grote instroom van ouderen in de WIA’.

Daar ontvangt hij tot zijn AOW een uitkering. Een alternatief hiervoor is om een basisinkomen mogelijk te maken voor 60-plussers.

Het taboe op een basisinkomen blijft hardnekkig. Het zou interessant zijn wanneer SP en GroenLinks lieten onderzoeken of een basisinkomen voor 60-plussers meer kost dan de WIA voor deze leeftijdsgroep momenteel doet.

Met het invoeren hiervan bespaart de samenleving op UWV-artsen, UWV-arbeidsdeskundigen en een leger aan overige UWV-medewerkers. Maar vooral ook op het herstellen van fouten als gevolg van ingewikkelde ­regelingen. Veel 60-plussers zullen, zowel uit maatschappelijke betrokkenheid als vanwege het hogere inkomen, blijven kiezen voor hun werk. Vooral zij die door zware beroepen toch al weinig verdienen en zij die ­lichamelijk of psychisch op zijn, zullen gebruik gaan maken van het basisinkomen.

En dat is nu juist de groep die toch al verdwijnt richting WIA.

Minja Holzhaus, Amsterdam

Lekker simpel

De ingezonden brief van Sytze van der Zee maandag is een treffend voorbeeld van een uitspraak van de Britse filosofe Mary Midgley op dezelfde ­pagina van de krant: ‘He is quite an ­interesting example of simply not bothering at all to look at what he is denying, you know’. Omdat Van der Zee het nooit is tegengekomen, bestaat het dus niet. Hoe simpel kan het zijn. Als dat wetenschappelijk bewijs zou zijn, dan kwamen we niet ver. De daaropvolgende vergelijking met de straffen van de mannelijke collaborateurs is ongepast, alsof het hier om eenzelfde iets zou gaan. De aap komt dan ook in de laatste zinnen uit de mouw: zijn frustratie om de #MeToo-hysterie en de belachelijke suggestie dat alle mannen roofdieren en verkrachters zouden zijn.

Maaike de Haardt, Nijmegen

Moffenmeiden

Sytze van der Zee bericht dat hij in zijn carrière als onderzoeker van de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan nooit een geval van een door BS’ers verkrachte moffenmeid is tegengekomen. Volgens hem werden ze kaalgeschoren en konden ze daarna naar huis gaan. Dit in tegenstelling tot mannelijke collaborateurs, die naar interneringskampen werden ­gebracht.

Van der Zee heeft het helaas mis. Volgens kranten uit 1944-1946 werden de moffenmeiden óf na het kaalknippen ongemoeid gelaten, óf ze kregen enkele maanden huisarrest, óf ze belandden in de beruchte interneringskampen voor politieke delinquenten, waar ze bewaakt werden door BS’ers.

Al in 1949 deed Dr. W.H. van der Vaart Smit in de brochure Kamptoestanden 1944-’45-’48 uitgebreid verslag van de mishandelingen, verkrach­tingen en moorden in de interneringskampen. Van der Vaart Smit is vanwege zijn oorlogsverleden een verdachte bron – wegens collaboratie was hij tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Maar volgens de voormalige verzetskrant Trouw (op 28 april 1970) zijn de door hem aangedragen feiten nooit weerlegd. Een andere voormalige verzetskrant, Het Parool, had op 20 mei 1949 al erkend dat ‘vooral gedurende het eerste jaar na de bevrijding in tal van gevangenissen en interneringskampen zeer ernstige feiten zijn gepleegd’.

Nu is het gekke bij dit alles dat Stichting Werkgroep Herkenning, die van de overheid excuses verlangt voor de mishandelingen direct na het kaalknippen van de moffenmeiden, niet rept over de gruwelijke gebeurtenissen in die kampen. Men heeft het alleen over mishandelingen en verkrachtingen die direct voor of na het kaalknippen plaatsgevonden zouden hebben.

En daar heeft Van der Zee een punt: geen enkele bron meldt daar iets over.

Bart Droog, Eenrum

Daarom een griepprik

Scholen voor Persoonlijk Onderwijs (SvPO) geven een vergoeding aan ­docenten die een griepprik willen. Volgens Aleid Truijens is dat alleen maar omdat dan ‘de werkgever minder last heeft van ziekmeldingen’. (Opinie, 3 november)

Het is echter niet de werkgever die last heeft van ziekmeldingen, dat zijn de collega’s die de afwezigheid moeten opvangen en de docent zelf die na een week in bed extra moet doorpakken om gemiste lesstof in te halen. Dat laatste is ook voor leerlingen nadelig. De griepperiode zorgt daardoor voor een piek in de werkdruk.

De kans op griep is in het onderwijs groter doordat docenten met jongeren werken. Die zijn fysiek weerbaarder, raken door een griep minder snel geveld en komen daardoor ook met griep onder de leden nog naar school. Docenten behoren de kans te krijgen om zich tegen dit verhoogde griep­risico te beschermen.

Behalve de kosten behoort dan ook de moeite van het halen ervan en van tijdelijk fysiek ongemak vergoed te worden. Een vergoeding is bovendien redelijk omdat het ook werkdruk kan schelen. Daarmee past het goed in de arbeidsvoorwaarden van de SvPO. Deze scholen zijn bedoeld als antwoord op schaalvergroting en verschraling van het onderwijs. Ze kennen een eenvoudige organisatie, hebben daardoor nauwelijks overhead nodig en houden zo het geld in de klas.

Daardoor blijven de klassen klein (gemiddeld 16 leerlingen), is er extra onderwijstijd, liggen de salarissen hoger (niet 12 maar 15 salaristreden) en is de werkdruk – buiten de griepperiode – goed op orde.

Misha van Denderenoprichter/bestuurder SvPO, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden