ColumnSylvia Witteman

M’n kinderen renden vroeger weg als ik ze wilde knippen, nu de kappers dicht zijn is alles anders

Ik had nog niet eens gezien hoe leuk het nieuwe huisje van mijn dochter en haar vrienden was geworden, dus dat werd hoog tijd. Ook was ik benieuwd of ze nog steeds overal natte handdoeken liet slingeren, nu haar moedertje niet meer in de buurt was om ze grommend in de wasmachine te gooien. Bovendien moest heur haar dringend geknipt worden.

Knippen kan ik wel. Als tiener knipte ik al mijn vrienden en vriendinnen. Dat ging zo: ze kregen van hun ouders 15 gulden voor de kapper, maar ze gingen niet naar de kapper, ze lieten míj het doen. Van die 15 gulden kochten we drank, drugs en chips. Zoiets noemt men tegenwoordig een win-winsituatie, maar dat wisten we toen nog niet.

Aanvankelijk was ik niet zo goed in knippen, maar in de vroege jaren tachtig was de gangbare haardracht van dien aard dat een blind paard op een tienerhoofd geen schade kon doen. Het was vooral van belang er niet ‘burgerlijk’ uit te zien, en dat kreeg ik prima voor elkaar met de keukenschaar.

Ik vond het leuk om te doen, en omdat ik zo veel oefende, kreeg ik er allengs een zekere behendigheid in, die ik nooit meer ben kwijtgeraakt. ‘Jullie hoeven niet naar de kapper, ík doe het wel’, zei ik jarenlang tegen mijn kinderen, met als enig resultaat dat ze gillend uiteenstoven, de handen om hun schedel gevouwen. Alleen de poes stond mij toe de klitten uit haar lange vacht te knippen, voor mijn kinderen het zoveelste bewijs dat het arme dier inderdaad niet goed bij haar hoofd is.

Het keerpunt kwam met de (inmiddels gewezen) verloofde van mijn dochter. Die had een wonderbaarlijke hoeveelheid haar, dat sneller groeide dan dat van Jansen en Janssen in Kuifje en het Zwarte Goud. Omdat hij geen zin had om geld aan kappers weg te smijten mocht ík het doen, en omdat het resultaat blijkbaar meeviel durfde mijn dochter algauw ook. Halleluja!

En toen gingen alle kappers dicht. ‘Kom je me dan morgen knippen, mama?’, vroeg mijn dochter gisteren aan de telefoon. ‘En kun je dan meteen Joris en Melissa ook even doen?’ ‘Ja, leuk!’, zei ik. ‘Tot morgen!’ En ik hing op, waarna een klamme wolk van hypochondrie langzaam op me nederdaalde. Knippen kun je alleen als je dicht bij iemand komt. Héél dichtbij. God weet waar die drie studenten allemaal geweest waren, de laatste tijd.

Ik belde mijn dochter terug. ‘Misschien toch liever volgende week. Of de week daarop...’, zei ik. Ik moet haar nageven: ze wist haar hoongelach binnen te houden.

De poes heeft gelukkig nog klitten genoeg. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden