Column Nico Dijkshoorn

‘Luister’, zei ik. ‘Jullie zitten op de Vrije School, maar nu wil ik jullie zeggen dat eigenlijk niemand vrij is. Erg hè?’

Een week geleden kocht ik een doos wijn. Nadat ik had afgerekend, zei een vrouw achter mij: ’En dat noemt zich links.’ Ik draaide mij om en vroeg haar wat ze bedoelde. ‘Links lullen, rechts glazen vullen’, was het antwoord. Ik vroeg haar wat een rechtse drank was. Ze wees naar de jenever. ‘Uit de fles, samen op een bankje in een bruine ribbroek en dan maar lullen over linkse dingen.’

‘Zoals?’, vroeg ik. Ze zei: ’Een Afsluitdijk bouwen van 189 miljoen.’ Ik wachtte tot er meer kwam, maar ze zweeg. ‘Er is al een Afsluitdijk’, zei ik. ‘Juist. Dat zeg ik. Links gelul. Het is er al en dan gaan jullie het opnieuw doen.’

Pas in de auto werd ik boos. Hoezo links? Hoezo rechts? Ik wilde helemaal niks zijn. Gewoon lekker in de rondte rommelen, dat was het wel zo’n beetje. Waarom dacht die vrouw dat ik links was en waarom dacht zij dat ze rechts was? Waarschijnlijk was haar dat steeds verteld.

Ik denk door haar vader. ‘Paul Witteman, kijk hem zitten, kan hij duizend keer doen alsof hij van klassiek houdt, maar die man is zo links als ik mijn lul draag. (…) Ha, wie hebben we daar, Pierre Bokma als een gek pratende winterschilder in een links programma over arbeiders die worden genaaid door een gordijnverkoper. Let daar op lieverd, linkse mensen klagen altijd over gordijnen. Of ze zijn te lang of ze zijn te kort. Het is nooit goed. Dat is links. Nooit goed.’

Die vrouw, vlak achter mij in de winkel, kon er eigenlijk ook niets aan doen. Ze had een leven lang niets anders gehoord. Thierry Baudet , zelfde verhaal. Als diens vader steeds maar weer had verteld dat het fascisme goed zat verborgen in de koelkast van linkse mensen, vlak achter de leverworst, dan zou hij dát zondag bij WNL hebben gezegd.

Ik kan daar iets aan doen. Ik moet die verlammende behoefte om te rubriceren bij de basis aanpakken. Ik ben daar zojuist mee begonnen. Bij mij om de hoek zit een Vrije School. Ik ben naar het hek van het schoolplein gelopen. Er zaten op een meter afstand een jongen en een meisje samen met een takje te spelen. Ik riep ze.

‘Meisje, jongen, kom eens.’ Ze stonden op en kwamen bij het hek staan. ‘Luister’, zei ik. ‘Jullie zitten op de Vrije School, maar nu wil ik jullie zeggen dat eigenlijk niemand vrij is. Erg hè? Volwassenen willen dat graag, maar alle volwassenen die ik ken, zitten gevangen in hun eigen hoofd. Jullie ouders willen dat jullie vrij zijn, maar wat zijn dit? Precies, tralies. Dat is niet heel erg vrij, hè?’

Dat waren ze wel met me eens. Ik ging door. ‘Vrijheid, daar komt alleen maar narigheid van. Martin Luther King riep ‘Free at last’ en vijf jaar later was hij dood. Echt waar kinderen, mensen willen niet vrij zijn, ze willen op elkaar inbeuken. Laat je niets wijs maken. Jullie zullen nooit vrij zijn. Ja, net, heel even, samen met dat takje, dat leek veel op vrijheid, maar hier buiten het hek is niemand vrij. Ja, ik moet er zelf ook een beetje om huilen. Huilen, onthoud dat, is nooit rechts of links. Zeg maar tegen jullie ouders vanavond: ‘We zijn nooit vrij. Nico zei het.’ Niet vergeten, hè?’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.