THE BIG PICTURERob Vreeken

Luister even terug wat Bono zong

Kijk om te beginnen even op YouTube de video terug van Band Aid, 1984. Een keur aan popartiesten had het door Bob Geldof geschreven Do They Know It’s Christmas opgenomen. De opbrengst was ­bestemd voor de slachtoffers van de hongersnood in Ethiopië. De ramp deed zich voor op een kleinere schaal dan de corona-epidemie, maar telde veel meer dodelijke slachtoffers: 1,2 miljoen.

Het filmpje roept na ruim 35 jaar plaatsvervangende schaamte op, niet alleen vanwege het kapsel van ­George Michael. De tekst staat bol van Kinderen voor Kinderen-achtige platitudes over Afrika, van het genre ‘Een kind onder de evenaar is meestal maar een bedelaar’. Om de beurt zingen alle zangers (verhip, geen zangeressen!) een paar regels. En let nu vooral op de woorden van Bono, op 1:35: ‘Well tonight thank God it’s them, instead of you.’

Wat??!! Terugspoelen, nee, dat is echt wat hij zingt. Domheid of cynisme? Indertijd viel niemand erover.

Hoe dan ook, het lied werd een enorm succes, de actie bracht 8 miljoen pond op. En dat was inderdaad vooral mogelijk doordat zij het waren, niet wij. Als de ­ellende zich afspeelt in een ander continent kunnen we makkelijk geroerd zijn, en solidair. We krijgen voor de tv een brok in de keel en storten geld op Giro 555.

Nu is het anders. De ramp treft iedereen, de hele ­wereld. En vooral: onszelf. Het gaat nu in de eerste plaats om de eigen angsten, de eigen gezondheid, onze eigen financiële pijn, onze eigen geliefden. Ja, de mensen in sloppen en vluchtelingenkampen hebben het zwaarder en Afrika loopt groter gevaar, maar op dit ­moment richten we – eigen virus eerst – de blik naar binnen. Want oh my God, it’s us, not only them.

Naast begrijpelijk is dat ook terecht. Dat wil zeggen, het is aan óns ervoor te zorgen dat onze naasten in ­leven blijven en gezond. Wij moeten er zelf – jawel, als Nederlanders – voor zorgen dat de economie niet ­instort, dat zal niemand anders voor ons doen.

Band Aid zingt Do They Know It’s Christmas. Beeld Steve Hurrell/Redferns

Als verslaggever met voetstappen in veel landen stuur ik bezorgde mails naar Faïrouz in Tunis, Nitai in Mumbai, Sara in Tripoli en Najibullah in Kabul, maar ik bel toch vooral met tantje Maartje (92) in Wormerveer en ik fleur op als mijn oudste zoon zijn liedje Als ik morgen weer naar buiten mag op Spotify heeft gezet.

Toch (of misschien wel: daarom) moet de vraag worden gesteld: hoe zit het met de internationale solidariteit? Een landelijke Giro 555-coronacampagne voor de kwetsbare landen is nog niet gelanceerd, dat is al opvallend. ‘We hebben het erover gehad, maar het is nog te vroeg’, zegt woordvoerder Heleen Platschorre van Giro 555. ‘Het publiek vraagt ons niet naar kwetsbare gebieden of vluchtelingenkampen. Veel mensen bellen met de vraag waarom we niets doen voor de slachtoffers in Nederland.’ Haar antwoord is dan: omdat de aangesloten hulporganisaties alleen in het buitenland werken – op het Rode Kruis na.

Blijft de blik, als het virus eenmaal is bedwongen, naar binnen gericht? Of zal de crisis leiden tot grotere internationale verbondenheid, omdat we wereldwijd in hetzelfde schuitje zitten?

Het beste scenario is misschien dit: we zorgen nú dat we zelf overeind blijven, dan hebben we straks weer de veerkracht om solidair te zijn met anderen in de wereld. Zoiets als het zuurstofkapje in het vliegtuig: eerst bij jezelf opzetten, dan pas bij je kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden